Intocht van Vierdaagse: 'Wel gebaald, maar toch gehaald'

NIJMEGEN, 21 juli De intocht van de laatste dag van de Vierdaagse van Nijmegen. Sommigen lopen als op eieren, anderen alsof ze in de broek hebben gedaan. Een jongeman beweegt zich zompend voort in het vocht van de blaren aan zijn voeten. Menigeen torst de wielrennersbloemen, die men ook wel gladiolen noemt, als waren het zware balken op de rug. Militairen hebben ze aan de schouder gelegd als een geweer of bedekken er hun angstaanjagende over de borst gekruiste stenguns mee. Minister I. Dales van Binnenlandse zaken, voorheen burgemeester van Nijmegen, houdt zich tijdens een onderonsje vast aan een vlaggemast alsof ze zo juist de Zevenheuvelenrug zelf heeft bedwongen. Een oude man legt breiend de laatste meters af. Bij de stalletjes, waar men de medailles in ontvangst neemt, zegt een oudere vrouw uit het Duitse Sleeswijk-Holstein, die voor de elfde maal meeliep: 'Geen problemen.'

Ook niet met de 7 heuvels? 'Ich bin kein Flachland-Indianer.'

Een jongeman van 22 jaar uit het Friese Lemmer hangt tussen twee kameraden in en klaagt ernstig over pijnlijke knieholtes. 'Te weinig getraind.' Een man van 74 uit Woudenberg, die zijn veertigste Vierdaagse er juist op heeft zitten: 'Het was weer schitterend. Volgend jaar weer als God het wil.'

Een 67-jarige uit Deventer loopt mee als therapie tegen de vernauwing van de bloedvaten in zijn rechter been. Op het terasje van de Vereeniging zit een 62-jarige Roosendaler, die voor de vijfde keer meeliep. Een traan van ontoering biggelt over zijn wang: 'Die intocht vooral, die klappende mensen, het geeft je een kick. Als je dat een keer hebt meegemaakt, wil je elk jaar weer terug. Die gemoedelijkheid en kameraadschap. Zo moest de wereld altijd zijn.' Van hoe verder de deelnemers komen, hoe luider het applaus. De groep Japanners in kimono's is er duidelijk beduusd van. En daar lopen zo waar de argeloze Zuid-Koreanen, die geen van allen Engels sprekend na de eerste dag al dachten dat het wandelfestijn erop zat en vervolgens maar met de bus achter die bijna 30.000 zwetende zwoegers de overige dagen volmaakten. Men voert spandoeken mee. 'Wel gebaald, maar toch gehaald' ; 'Kijk eens aan dat komt onze Juliaan' ; 'Mijn juk is zacht en mijn last is licht zei Jezus'.

Een lid van de familie Mars, die dit jaar met zeventien man meeliep, staat met het familievaandel achter de Vereeniging: 'Voor ons Marsjes is geen mars te ver'. Om kwart voor vijf loopt de tribune met de autoriteiten leeg. De champagne wacht. Het gestel van het arm lopersvolk wordt er zonder toejuichingen en stimulerende marsmuziek niet beter op. Met de laatste soldaten (Denen) die om tien over vijf Nijmegen binnenmarcheren valt geen oorlog meer te winnen. Er wordt in staccato iets geschreeuwd, dat klinkt als 'beer, beer, ijscobeer.' 'Welnee', zegt een toeschouwer, 'ze willen bier, bier ijskoud bier'.

Maar zo te zien hebben ze daarvan al genoeg door de verschroeide kelen laten lopen. De pas is wankel.

Het aantal uitvallers is vergeleken met vorig jaar vrij laag: van de 30.492, die afgelopen dinsdag vertrokken, kwamen er 27.901 aan. Onder hen ook dat allerbedroefdste meisje, dat totaal verdwaasd staat te huilen in de berm van de weg even buiten Malden. Daar kan men op de laatste dag de laatste stempel halen als bewijs dat de klus is geklaard. Maar in haar vermoeidheid is ze zowel haar vriendin verloren als de laatste stempelpost gepasseerd. Ik breng haar met de auto derwaarts. De stempel krijgt ze alsnog. De vriendin wacht haar op. Ze lacht nu door haar tranen heen. Het werd de hoogste tijd want haar gladiolen lieten ook al de kopjes hangen.