Het meisje met de rozen

Om de mooie ochtend van de twintigste juli in alle vroegte op weg naar m'n werk, zag ik een tafreel dat ik wel honderden keren heb gezien zonder dat het ooit meer dan mijn voorbijgaande instemming had gewekt. Een vuilnisman gooide met een krachtige zwaai een zware, bolle zak op de hoop.

Ik moet hier wel een paar bijvoeglijke naamwoorden gebruiken: een zware, zak, bol van de waardeloosheid waarmee hij was volgepropt. Dat was niet alleen aan die zak te zien maar ook aan de beweging waarmee de vuilnisman hem op de hoop deed belanden. De beweging zei: weg met die zak! Voor hij tussen de andere zakken plofte kon ik in zijn laatste vlucht nog even die merkwaardige vormloosheid waarnemen die de echte zak kenmerkt. Het moet een genot zijn, dacht ik, om 's ochtends vroeg al met een vakmanszwaai zo'n volmaakte zak op de hoop te gooien, en dan bij dit weer! Zouden de vuilnismannen hun zakken namen geven? Het leek me waarschijnlijk. Ik verdiepte me er verder niet in want per slot van rekening is iedereen zijn eigen vuilnisman, althans, dat is een van de opdrachten die het leven je van lieverlee verleent als je het goed begrepen hebt.

Ik ging aan mijn werk. Een eigenaardig verhaal. Een man zit op het terras van het Gare du Nord in Parijs. Hij denkt nog dat hij de trein van kwart voor drie naar Amsterdam moet halen, verheugt zich op aanstaande ontmoetingen en heeft intussen nog wel twee uur de tijd om de rusteloosheid van het stationsleven te bekijken.

Begint Laughter in the Dark van Nabokov ook niet ongeveer zo? Met iemand die meer tijd heeft dan goed voor hem blijkt te zijn? Hij bestelt nog een grote koffie met melk en terwijl hij al slurpend, over de rand van de kop verder het komen en gaan bespiedt, valt zijn oog op een meisje dat rozen per stuk in cellofaan verkoopt. In ieder geval, ze probeert het. Ze houdt haar kandidaat-klant een bloem onder de neus, maar de meesten hebben al twee koffers te dragen of een bestemming waar ze voor niets ter wereld een roos willen bezorgen. Rozen worden op deze manier over het algemeen aan de man gebracht in nachtclubs en dan zit er al geen levendige handel in. Een roos moet je niet kopen als hij je toevallig in zo'n hard sell manoeuvre wordt aangeboden. Je gaat ernaar op zoek en koopt de mooiste, of je koopt niets.

De meeste vrouwen, aldus mijn zegsman, zijn zelfs een beetje teleurgesteld als haar in een nachtclub of waar dan ook opeens met een gebaar van toevalsgulheid of gelegenheidshofmakerij of dronkemansliefde een bloem wordt opgeprikt. Wat moet dus dit meisje met haar rozen in de vroege middag op het terrasje van het Gare du Nord waar het verder een heksenketel is? Een ding is in haar voordeel. Ze is een jaar of dertien en ze heeft een van die liefste gezichten die mijn zegsman ooit heeft gezien. Terwijl hij haar met de ogen volgt in haar vergeefse onderneminkjes, bekruipt hem het verlangen naar een eigen dochter. Hij ziet hoe de mensen haar afwijzen, in het beste geval met een glimlach waarvan de vriendelijkheid niet past bij hun nee-schuddend hoofd, en in het slechtste met de seconde van norsheid die tot de verworvenheden van de Franse beschaving hoort. In het bijzonder over de laatste weigeraars begint hij zich al kwaad te maken.' Het gaat flink de kant van Nabokov op, moet ik zeggen.' 'Natuurlijk', ging mijn zegsman verder, 'kwam het meisje ook bij mij. Maar wat moest ik met een roos? Gold voor mij niet hetzelfde als voor al die anderen? Het enige wat ik kon doen was, met een oprecht treurig gezicht haar vertellen dat ik haar roos niet nodig had.'

'Ik kan me voorstellen dat ze daarna blij naar huis is gegaan. Niemand wilde een roos kopen, heeft ze haar moeder verteld. Maar een man was daar persoonlijk heel bedroefd over; dat kon ik aan hem zien.' 'Je haalt me de woorden uit m'n mond. Terwijl ik al nee had gezegd, zag ik haar teleurstelling in verslagenheid overgaan en opeens besefte ik dat ik haar gezicht nooit zou vergeten, hoe dan ook, zodat ik het me beter in opgetogen toestand zou kunnen herinneren. Ik zei dus: ik koop er een!' 'Brak toen de zon door?' 'Nee. Ze zei: Dat is dan twintig francs.' Mijn zegsman zag vervolgens hoe ze een roos uit het bosje trok om hem die te overhandigen. Dat veroorzaakte bij hem een fractie van radeloosheid, maar besluitvaardig als hij is, hief hij zijn hand op en zei: Stop!Het meisje keek hem verwonderd aan.

Ik wil u iets vragen, zei hij. Wees zo vriendelijk en geef deze roos aan degene die u hier op het terras, of binnen in het cafe het aardigst vindt.

Van deze vraag keek de kleine rozenverkoopster in het geheel niet verbaasd op. Ze liep naar binnen. Hoewel mijn zegsman zich had voorgenomen, zich er niet verder mee te bemoeien, kon hij toch niet laten haar tersluiks na te kijken. Ze keek even zoekend rond, gaf toen met een vastberaden gebaar de bloem aan een jonge vrouw wier gezicht schuil ging onder de brede rand van haar hoed.' Wat te doen!' 'Terwijl ze de roos overhandigde wees ze naar mij.' 'Wat had ze anders moeten doen? Het lijkt wel of je er een beetje verontwaardigd over bent. Eerst zit je het lot te tarten en dan hang je de onnozele schooljongen uit - en dat allemaal terwijl je me ervan probeert te overtuigen hoe aardig je tegen een lieftallig rozenverkopend meisje kunt zijn. Denk je dat er iemand is die zo'n verhaal gelooft? Maar ga verder met je doorzichtigheden!' 'Nouja', zei mijn zegsman, 'ik heb een hoofs knikje in de richting van de dame met de hoed gegeven en toen heb ik me vlug weer omgedraaid.' 'De Casanova van het Gare du Nord!' riep ik. 'Vertel me nu wat je me over de afloop op m'n mouw wilt spelden.' 'Binnen een minuut stond het bloemenmeisje weer voor me. Ze wilde me weer een roos verkopen, nu voor tien francs.' 'Voor een meisje van dertien had ze al veel mensenkennis, vind ik. Hoeveel heb je er toen nog gekocht?' Mijn zegsman haalde zijn schouders op zoals mensen doen die er zeker van zijn dat ze het beter weten, maar geen paarlen naar de zwijnen willen gooien. 'Ik begrijp wel dat voor jou gepaste onnozelheid geen verdienste is. Daarom zullen de mooiste ogenblikken van het leven altijd aan je voorbij gaan.'

En woordeloos, met een gebaar van het-zij-zo nam hij afscheid.

    • S. Montag