Ex-leider Ku Klux Klan dingt naar Senaatszetel

HEAD OF THE RIVER (Louisiana), 21 juli Op deze koele dag heeft een zachte wind de koortsige moerasdampen in het gebied tussen New Orleans en Baton Rouge in de Amerikaanse deelstaat Louisiana opgelost. In een weiland aan de kant van een verbindingskanaal door het tropische waterwoud staan oude Cadillacs, Chevrolets, Fords en pick up trucks. Even verderop de houten 'Hilltop bar'. Een zwarte bestelauto met donker getinte ramen heeft een bumper sticker: Wake up, America the media is lying Op een oplegger speelt eenbandje. Mannen en vrouwen met rode gezichten van de zon en honkbalpetjes op drinken bier uit blikjes, die zijn gevat in omhulsels met de naam van de man die straks gaat spreken: de Republikeinse kandidaat voor de Senaatsverkiezingen van deze herfst, David Duke. Dezelfde David Duke die tot het begin van de jaren tachtig leider van de Ku Klux Klan was. 'David Duke for Senate', staat op de blikjes. Er heerst een opgeluchte, blije sfeer. Alle leeftijdsgroepen zijn er, vooral veel jongeren. Tegen de driehonderd mensen in het totaal. 'David Duke maakt champagne uit wijn', zegt een vrouw euforisch. 'Hij had er al moeten zijn na de Burgeroorlog. Dan hadden Yankees (Amerikanen uit de noordelijke staten) hier niet alles gestolen.' Een stevige man neemt een slok Budweiserbier en wist het zweet van zijn voorhoofd. 'Het maakt mij niets uit dat Duke bij de Ku Klux Klan is geweest. Het is geen haatgroep maar een broederschap. Studenten hebben ook zulke dingen.'

Een ander: 'Ik heb ook fouten gemaakt. Toen ik 18 was, rookte ik dope.' 's Middags stapt onder het gejuich van 'Duke, Duke, Duke' de voormalige nationale grand wizard (voorzitter) van de Knights van de Ku Klux Klan, van een boot op het weiland. Hij is gekleed in spijkerbroek, witte luxe-gymschoenen en een T-shirt met zijn naam erop. Een plastisch chirurg heeft zijn gezicht glad getrokken en deze 39-jarige het jongensachtige uiterlijk van vice-president Dan Quayle gegeven. Hij onderscheidt zich ook van de meeste andere aanwezigen doordat hij een universitaire opleiding heeft afgemaakt.

Als Klan-voorzitter onderscheidde hij zich al door zijn vermogen om voor de televisie helder te formuleren zodat hij de Klan van zijn redneck-imago ontdeed. Toch kon hij niet voorkomen dat de aanhang van de Klan in Amerika verder afnam. Nu distantieert hij zich van zijn verleden. Hij heeft vele uren tijd op de lokale televisiestations gekocht om zijn half uur durende verkiezingstoespraak uit te zenden. Vijfentachtig procent van de campagnefinanciering komt van kleine donaties, zegt hij. 'Ik heb fouten gemaakt, dames en heren, en degene die nooit in zijn leven een foute gedachte heeft gehad, werpe de eerste steen', roept hij. 'Ze zeggen toch ook nooit dat senator Robert Byrd vroeger bij de Klan zat of Hugo Black van het Hooggerechtshof. Waarom moeten ze het altijd over mij schrijven?'

In zijn verkiezingsprogramma maakt hij geen melding van ras maar van de noodzakelijke hervormingen van het uitkeringssysteem. 'Iedereen die daartoe in staat is, moet werken voor zijn uitkeringscheque, dames en heren', roept hij in een van zijn rethorische uithalen. 'Er zijn mensen die op kosten van de overheid het ene onwettige kind na het andere uitkramen. En dan zijn er bejaarden die 's zomers nog geen airconditioning kunnen betalen en 's winters met jassen aan binnen moeten zitten. Daar moet een einde aan komen. De mensen die aan de drugs zijn, mogen geen uitkering ontvangen, dames en heren.'

'Ik ben trots op mijn afkomst net zoals (de zwarte leider) Jesse Jackson. Het verschil met Jesse Jackson is dat ik voor gelijke rechten van alle Amerikanen ben.'

Mensen knikken hem toe. Een jonge man is in vervoering. Een aanwezige gevangenisbewaarder durft zijn naam niet te noemen. 'Ik heb Duke op de televisie gezien en hij nam mij de woorden uit de mond', zegt hij. 'Ik mag het wel niet zeggen, anders word ik ontslagen. Maar onze gevangenis wordt voor 80 procent bevolkt door zwarten. Die gebruiken drugs. Ze willen ook niet werken. Zwarten zijn gewoon luier dan blanken.'

'Eindelijk eens iemand die de waarheid durft te zeggen. Iedereen die wil, kan werken. Er staan veel advertenties in de krant', beaamt Johnnie Duncin, een magere man met zonnebril en zongebleekt haar tot op zijn schouders. 'Maar als je zwart bent, krijg je zo een uitkering. Blanken krijgen niets. Zwarten nemen onwettige baby's om daarmee geld te verdienen. Wij willen gelijke rechten voor iedereen.'

'Gelijke rechten voor iedereen', is het nieuwe codewoord in Louisiana en andere zuidelijke staten. Iedereen is zich bewust van een taboe op racisme. Vandaar dat niet zoveel mensen bumperstickers of verkiezingsplakkaten voor Duke durven te voeren. 'Ik moest een betonnen fundering laten gieten voor een nieuw huis', zegt een man. 'Als ik een verkiezingsplakkaat had opgehangen, zou de zwarte betonstorter het beton hebben laten golven.' De populariteit van Duke is moeilijk te bepalen omdat veel mensen niet eerlijk durven te antwoorden op vragen van opiniepeilers. Velen waren verrast toen hij vorig jaar werd gekozen tot lid van het Huis van Afgevaardigden in de Louisiaanse hoofdstad Baton Rouge. Lance Hill is historicus en werkt bij de Louisiana Coalition against Racism and Nazism. Volgens de peilingen van zijn organisatie 'houdt 30 procent van de bevolking echt van Duke'.

Toch delen slechts vijf procent van de inwoners van Louisiana Duke's ideeen over blanke suprematie. In die zin is er vooruitgang vergeleken met vroeger. Duke was lid van de Amerikaanse nazi-partij, waar zelfs Klan-aanhangers niet van houden. In de Tweede Wereldoorlog bevochten de VS de nazis. Duke kent deze weerzin tegen nazi's en heeft zich daarom van zijn vroegere ideeen over blanke suprematie gedistantieerd. Nu bestiert hij al jaren de National Association for the Advancement of White People.

De Republikeinse partij is in verlegenheid gebracht door zijn kandidatuur. Toch kan ze Duke niet tegenhouden omdat volgens de verkiezingswetgeving in Louisiana iedereen die zich bij een partij laat registreren mag meedoen aan de voorverkiezingen, die pas in het najaar plaats hebben. De andere Republikeinse kandidaat, Ben Bagert, die door president Bush in een korte reclamespot voor de televisie zal worden aanbevolen, is in de opiniepeilingen nog nauwelijks te bekennen.

Hill wijt de populariteit van Duke aan de economische crisis waar de staat Louisiana in verkeert. De economie van Louisiana dreef voornamelijk op olie maar is nooit hersteld van de recessie van begin jaren tachtig. Het opleidingsniveau is laag in Louisiana. Het biedt een glimp van wat er kan gebeuren in economische crisistijden. Gedurende het economische hoogtij hadden zowel blanken als zwarten een baan en geld, dus waren er weinig conflicten. Maar sinds de recessie in 1982 is er een verslechtering van de situatie van de blanke middenklasse, zegt Hill. 'Er was statusverlies. In de zwarte gemeenschap heerste nog grotere armoede. Dat leidde tot meer gebruik van geweld, misdaad en drugs. Zo ontstaat de roep tot nog hogere gevangenisstraffen.' In het Huis van Afgevaardigden van de deelstaat vertegenwoordigt Duke Metairie, een blanke wijk in New Orleans met lage, redelijk onderhouden houten huizen en garages met grote, oude auto's. Volgens Hill weet Duke dat hij de Senaatszetel niet zal winnen. Zijn organisatie is nog onvoldoende uitgebouwd. Maar het kan wel een harde verkiezingsslag worden met de Democraat Bennett Johnston, al achttien jaar liberaal senator voor Lousiana. Volgens Duke 'tennist hij teveel met Teddy Kennedy'.

Hij geniet weinig enthousiaste steun in een toch conservatieve staat maar Duke heeft meer tegenstand, te beginnen bij de zwarte kiezers.

Volgens de verkiezingswet van Louisiana moeten de eerste twee winnaars van de voorverkiezingen bij de echte verkiezingen tegen elkaar uitkomen. Alles lijkt erop dat het tussen Johnston en Duke zal gaan. Volgens Hill kan Duke de bekendheid die hij krijgt als een lanceerplatform gebruiken voor de kandidatuur voor het Huis van Afgevaardigden in Washington over twee jaar, zodat hij dan gekozen wordt. Binnenkort heeft hij een televisiedebat met de militante, zwarte moslimleider Louis Farrakhan. Hoewel Duke zegt dat hij zijn fascistische ideeen heeft afgezworen, heeft hij tegen het einde van zijn verkiezingstoespraak nog een climax in petto: 'Als ik met mijn achtergrond word gekozen, betekent het dat de gewone mensen zijn opgestaan en dat ze echt de waarheid kunnen spreken.'

Het publiek juicht.