De afwezigen: Londen en Parijs (en de rest)

Het loont de moeite om een nieuw woord te onthouden: Zjelesnovodsk. Daar ontmoetten Gorbatsjov en Kohl elkaar begin deze week en dat waarschijnlijk niet voor de laatste keer. De betrekkingen tussen de Sovjet-Unie en het nieuwe Duitsland, dat de kanselier de facto al vertegenwoordigt, kunnen zich inmiddels in belangrijkheid meten met de relaties zoals die in de loop der jaren tussen Washington en Moskou zijn gegroeid. Zeker voor het Europese continent vormde de uitkomst van de reeks gesprekken in het Kaukasische Zjelesnovodsk een mijlpaal. De Sovjet-Unie aanvaardde er de nieuwe Duitse eenheid in haar volle gewicht. De kanselier vroeg en kreeg er de onvoorwaardelijke soevereiniteit.

Nog niet zo lang geleden meende premier Thatcher voor haar vriend Gorbatsjov in het strijdperk te moeten treden. Onder de indruk van de voortvarendheid waarmee Kohl op de Duitse eenheid afstevende hield zij de kanselier in een vraaggesprek met de Wall Street Journal voor dat hij niet mocht vergeten hoe de Sovjet-president toch alle veranderingen in Europa had mogelijk gemaakt. Het ging niet aan, vond Thatcher, Gorbatsjovs positie in eigen land te ondergraven door kortzichtig Duitse nationale belangen na te streven die voor de Sovjets onverteerbaar waren. Kortom, Kohl moest begrijpen dat de wereld niet om Duitsland draaide en een toontje lager zingen.

Het vraaggesprek moet in de tijd min of meer zijn samengevallen met Gorbatsjovs realisatie dat Bonn hem iets te bieden kon hebben en de Duitse eenheid toch niet veel langer meer viel tegen te houden. In het Kremlin lag sinds jaren de sleutel waarmee de deur kon worden geopend naar Duitse eenheid. Stalin had hem in zijn tijd al eens omhoog gehouden. Toen had het slechts gekund op de voorwaarden van de dictator. Thans waren de Sovjet-leiders verlegen om toegang tot de schatkamers van het Westen, om verzekeringen van datzelfde Westen dat het zich zou inhouden tegenover de verzwakte positie van de Sovjet-Unie. Bovendien was sinds vorig jaar duidelijk geworden dat de Amerikaanse president Bonn als belangrijkste partner in het Atlantische bondgenootschap had erkend.

HET DUITSLAND van Kohl was kapitaalkrachtig genoeg om de Sovjet-Unie een eindweegs tegemoet te komen en tegelijkertijd de last van haar imperialistische erfenis in Oost-Europa goeddeels over te nemen. Maar als de Amerikaanse zegen zou zijn uitgebleven, zou Bonn, geconfronteerd als het was met de menselijke vloedgolf uit de DDR, hebben moeten kiezen tussen een desastreuze passiviteit en een 'Alleingang' naar Moskou die gemakkelijk in een gang naar Canossa had kunnen ontaarden. De Amerikaanse zegen was er dus wel. En wat deden Londen en Parijs tezelfdertijd? Mitterrand en Thatcher deden beiden hun best om de Russische argwaan tegen Duitse eenheid aan te wakkeren. Zelf konden zij als bondgenoten van de Bondsrepubliek, als leden van het Atlantische Pact, geen stok tussen de Duitse benen steken. Maar zij schrokken er niet voor terug Gorbatsjov te sterken in zijn aanvankelijke verzet tegen Duitslands eenheid. Mitterrand deed dat onverbloemd in Kiev. Thatcher koos voor een omweg via de pers. Zo verspeelde de Britse premier in ijltempo de waarde van haar politieke senioriteit en Mitterrand in een klap het krediet dat sinds Adenauer en de Gaulle door opeenvolgende kanseliers en presidenten was opgebouwd. Fransen en Britten plaatsten zich buiten spel, ontmaskerden zichzelf en staan nu aan de zijlijn, alwaar hooguit wat de mokken valt. ZOWEL IN Londen als in Parijs worden nu de risico's opgesomd die het Russisch-Duitse vergelijk zou opleveren. Kohl wordt verweten dat hij, met name door zijn aankondiging van het geallieerde vertrek uit Berlijn, verder is gesprongen dan zijn door de Amerikanen aangereikte polsstok lang was. Met de vette vraagtekens die op de recente Londense bijeenkomst van de NAVO bij de nucleaire strategie van de Alliantie zijn geplaatst valt eigenlijk niet te leven. Het zal er nog van komen dat de Duitsers in hun hovaardigheid de Amerikanen zullen verzoeken te vertrekken, zodra de laatste Sovjet-soldaat over de Duitse Oostgrens is verdwenen. Mocht dat verzoek toch nog uitblijven dan zullen de Amerikanen zelf er zonder hun nucleaire bescherming snel genoeg van krijgen.

Het is het doomsday-verhaal van de slechte verliezer. Vanzelfsprekend was er voor de Duitse regering gerede aanleiding geweest haar beleid met de belangrijkste Europese partners af te stemmen indien deze van het begin af hun goede trouw hadden getoond. Maar de manoeuvres van Mitterrand en Thatcher wezen op het tegendeel. Plotseling werd het beeld van de baardige Teutoon rondgedragen onder wiens zware tred alles werd vermorzeld wat met beschaving te maken had. In Bonn waar men onder zware druk was komen te staan van de Oostduitse exodus en waar de binnenlandse oppositie gretig de show wilde stelen, besloot men de Europese partners te passeren. De Amerikaanse steun moest onder de gegeven omstandigheden voldoende zijn en was dat ook.

HET IS DE tragiek van Parijs en Londen dat zij met de schillen en de dozen zijn achtergebleven. Gorbatsjovs keuze voor Kohl, was tegelijkertijd een keuze tegen Thatcher en Mitterrand. Die uitkomst was niet opgelegd. Groot-Brittannie en Frankrijk hadden ten behoeve van het zich verenigende Europa hun positie kunnen behouden als zij het uur der waarheid hadden verstaan en zich niet hadden overgegeven aan atavisme en paranoia.

En Nederland? Hier is tot nu toe een afwachtende middenkoers aangehouden plus enig geharrewar over Navo versus CVSE. De betrekkelijk procesmatige benadering was weinig boeiend, het miste brille en intelligente scepsis die bij zo'n omwenteling hadden gepast, maar het had in elk geval de diplomatieke verdienste geen brokken te maken. Maar de vertrouwde driehoek waarbinnen Nederland zich graag ziet bewegen - Bonn, Parijs, Londen - mist twee hoeken (zie boven) en de analyse van dat verdwenen houvast moet nog beginnen.