COKEBOEKEN VAN DE TWEEDE GENERATIE

De krachtmeting tussen de Colombiaanse overheid en de drugsbazen van het Medellin-kartel escaleerde vorig jaar tot een openlijke oorlog. De uitkomst lijkt nog onzeker, al heeft de regering recent belangrijke successen geboekt. Bezittingen van de machtige Ochoa-familie werden geconfisceerd. Jose Gonzalo Rodriguez Gacha, een andere drugsbaron, kwam om bij een vuurgevecht met de politie. Kartel-topman Pablo Escobar Gaviria is op de vlucht nadat vorige week elf van zijn handlangers werden aangehouden.

Intussen is het 'cocaine-boek' aan een tweede generatie toe. Vorig jaar verschenen The Cocaine Wars van een team van de Britse Sunday Times en Kings of Cocaine van twee verslaggevers van de Miami Herald. Het laatste boek, geschreven in reportage-stijl, behandelt de opkomst van het Medellin-kartel vanaf de jaren zeventig en geeft relief aan de stroom van onheilstijdingen uit Colombia.

De nieuwe lichting cocaine-boeken is deels het werk van overlopers uit de drugs-oorlog die hun biecht hebben laten optekenen door ghost writers. Voordeel daarvan is dat de lezer nu eens van binnenuit geinformeerd wordt over de drugshandel en een kijkje krijgt in de keuken van de cocaine-mafia. Anderzijds ligt bij bekeerde criminelen het gevaar op de loer van apologieen en zelfbeklag, door een ghost writer gestroomlijnd tot supermarkt-proza. Vooral als het gaat om de bekentenissen van ex-handelaren van de zoveelste garnituur, die kennelijk de tijd rijp achten om nog eens munt te slaan uit hun avonturen aan gene zijde van de wet.

Een voorbeeld daarvan lijkt The Last Run van Kay Wolff, het pseudoniem van een vrouw uit Oklahoma die in de nadagen van de met drugs doordrenkte hippie-cultuur in 1969 naar Colombia vertrok om een pakketje cocaine op te halen. Dat was lang voor de hausse van de jaren tachtig. Medellin was nog een provinciaal smokkelaarshol. Pablo Escobar - begonnen als heler van gladgeslepen grafstenen - verdiende zijn geld met gestolen stereo-torens. De Ochoa's fokten paarden en dreven restaurants. De toekomstige 'koning van de cocaine' Carlos Lehder Rivas zat, ook toen al, in de Verenigde Staten in de cel, wegens handel in marihuana.

Wolff bleef 'een kleine vis'. Ze transporteerde op haar eerste reis niet meer dan een kilo, vastgeplakt op haar lichaam. Later prepareerde ze reiskoffers voor smokkeldoeleinden. Prehistorische methodes, vergeleken met de latere logistieke prestaties van het kartel, toen tonnen cocaine ongemerkt de grens begonnen te passeren. Wolff zat al met al maar een jaar in de handel. Ze raakte verslaafd aan haar eigen smokkelwaar en bleek slecht bestand tegen de erupties van politiek en crimineel geweld in Colombia. In 1970 gaf ze er de brui aan en keerde hals over kop met twee Colombiaanse adoptie-kinderen terug naar de Verenigde Staten.

Haar rijkelijk late verslag staat bol van geneuzel, eindeloze dialogen, en quasi-literaire vergezichten die rechtstreeks uit de koker van ghost writer Sybil Taylor afkomstig lijken. Die moet waarschijnlijk ook aansprakelijk worden gesteld voor de kitscherige toon van het boek; zo is Los Angeles na langdurige afwezigheid 'familiar yet alien, like the face of an ex-lover'. Oogmerk van de twintig jaar na dato opgeschreven biecht is, uiteraard, 'to awaken others to care'. Beter laat dan nooit.

Interessanter is Trafficking. The Boom and Bust of the Air America Cocaine Ring van oud-Newsweek-journalist Berkeley Rice. In dit boek komt de lezer een flinke stap hoger in de organisatie van de handel. Het is inmiddels begin jaren tachtig, de lome psychedelica van de jaren zestig en zeventig hebben plaatsgemaakt voor de hedonistische kick van cocaine. Escobar, Lehder en de Ochoa's zijn volop in zaken. In enkele jaren stampen ze een waar crimineel transportnetwerk uit de grond. De omvang daarvan dringt pas tot de autoriteiten door als in 1983 in Miami bijna 2.000 kilo cocaine wordt aangetroffen - destijds een onvoorstelbare hoeveelheid (in Los Angeles vond de politie vorig jaar bij een inval het tienvoudige: 22.000 kilo, ter waarde van twee miljard dollar). Voor het transport huurden de Colombianen bij voorkeur Amerikaanse piloten in. Een van hen was Rik Luytjes, oprichter van Air America. Hij vervoerde van 1982 tot 1986 tien ton cocaine en hield daar een slordige 40 miljoen dollar aan over. Luytjes en zijn makkers beschouwden zichzelf allerminst als criminelen, maar als gewiekste ondernemers met wat meer lef dan gemiddeld. In het dagelijks leven waren ze veelal brave huisvaders. 'Nice guys' eigenlijk, vonden ook de agenten die hen ten slotte arresteerden.

Luyjes ontwierp lange-afstands-routes voor smokkelvliegtuigjes: een van Colombia over de Caraibische Zee landinwaarts over Washington DC naar Scranton in Pennsylvania, een tweede over de Atlantische Oceaan naar Long Island en New York. Het Meddelin-kartel kreeg daarmee een directe verbinding met de lucratieve noordelijke drugsmarkten, buiten de inmiddels zwaar bewaakte kust van Zuid-Florida om. De lange vluchten werden mogelijk door speciale brandstoftanks, die tussenlandingen overbodig maakten. Trafficking is een uitputtende reconstructie van Luytjes' onderneming, interessant maar door een overmaat aan details ook nogal vermoeiend.

Air America werd ten slotte opgerold dankzij een medeplichtige die in ruil voor strafvermindering met de justitie meewerkte. Luytjes werd in 1987 veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf en 260.000 dollar boete, zijn makkers kwamen er met lichtere straffen af. Een opmerkelijk mild vonnis - de Surinaamse militair Etienne Boerenveen verdween voor twaalf jaar in de bak zonder ook maar een korreltje cocaine te hebben aangeraakt - maar misschien was dat ook wel omdat de smokkelaars van Air America zulke aardige (blanke) jongens waren.

INFORMANTAnders verging het Max Mermelstein, een vertrouweling van de Ochoa's die na zijn arrestatie in 1985 informant werd voor de Drug Enforcement Administration. Zijn onthullingen brachten voor het eerst de werkwijze en omvang van het Medellin-kartel aan het licht, het samenwerkingsverband van Escobar, Lehder, de Ochoa's en anderen. Mermelsteins rol is in dit opzicht wel vergeleken met die van mafia-verklikker Joe Valachi, wiens getuigenissen voor een commissie van de Senaat in 1963 definitief een einde maakten aan het hardnekkige ongeloof in justitiele kring dat er zoiets als een misdaad-syndicaat in Amerika bestond.

In zijn hoogtijdagen was Mermelstein een manusje van alles voor het kartel. Zijn verdienste was vooral de introductie van de sindsdien veelgebruikte methode om smokkelvliegtuigjes hun lading op zee te laten dumpen, waarna de cocaine werd opgepikt door onverdachte pleziervaartuigjes en vissersboten. Hij zorgde tevens voor het terugvloeien van ruim 300 miljoen dollar aan drugswinsten naar het kartel in Medellin.

Mermelsteins verklaringen aan de DEA schopten de activiteiten van de Ochoa's een tijdje in de war en brachten tal van smokkelaars en huurmoordenaars achter de tralies. Als represaille zette het kartel een prijs van drie miljoen dollar op zijn hoofd. De verklikker dook onder en leeft sindsdien, met zestien familieleden, ergens op een onbekende lokatie onder bescherming van de Amerikaanse overheid.

Voor zijn wederwaardigheden had Mermelstein maar liefst twee auteurs nodig, Robin Moore en Richard Smitten, die van The Man Who Made It Snow een tamelijk sober boek hebben gemaakt, dat een beklemmend inkijkje geeft in de cocaine-milieus van Miami en Medellin. Een milieu van naar aanzien en respectabiliteit hongerende types als Pablo Escobar, maar ook van een cocaine-bazin als Griselda Blanco de Trujillo ofwel 'La Compassionata'. 'De barmhartige' kreeg deze bijnaam omdat ze de smeekbeden verhoorde van een ten dode opgeschreven concurrent en deze met een pistoolschot ombracht in plaats van hem met een machete te onthoofden.

Tegen het einde van zijn boek slaat ook bij de inmiddels tot het katholicisme bekeerde Mermelstein het moralisme toe, maar dat mag eigenlijk niet hinderen. Niet bij iemand die leeft met een prijs van drie miljoen dollar op zijn hoofd en het vooruitzicht nooit meer onder eigen naam de straat op te kunnen. Dat is tenslotte heel wat anders dan de 'echoes of paranoia' waar Kay Wolff af en toe nog last van schijnt te hebben.

The Last Run. An American woman's years inside a Colombian drug family and her dramatic escape door Kay Wolff en Sybil Taylor 342 blz., Viking 1989, f45,10 ISBN 0670826340Trafficking. The boom and bust of the Air America cocaine ring door Berkeley Rice303 blz., geill., Charles Scribner's Sons 1989, f63,10 ISBN 0684190249The Man Who Made It Snow. By the American mastermind inside the Colombian carteldoor Max Mermelstein, Robin Moore en Richard Smitten304 blz., geill., Simon and Schuster 1990, f47,50 ISBN 0671703129