CHAOS

Soms zegt een anekdote meer over een historische periode dan een wetenschappelijk verantwoorde aaneenrijging van abstrakties. Dit gaat met name op voor het interbellum, een periode die wordt gekenmerkt door 'sterke mannen' als Hitler, Mussolini en Stalin, door emotionele massabewegingen en irrationele ideologieen. Wie een goed beeld wil krijgen van dit tumultueuze tijdsgewricht doet er goed aan om juist de historische details goed te bestuderen, om van daaruit een beter begrip te krijgen van de politieke en economische ontwikkelingen die uiteindelijk hebben geleid tot de Tweede Wereldoorlog. Deze redenering lijkt ten grondslag te liggen aan het boek Between Two Fires. Europe's Path in the 1930s van de Amerikaanse historicus David Large.

Acht saillante voorvallen uit de jaren dertig worden door Large in prachtig proza gepresenteerd. Large gaat niet alleen in op alombekende gebeurtenissen als de 'Nacht van de Lange Messen' in juni 1934 en het bombardement van de Spaanse stad Guernica in april 1937, maar ook op het zelden vertelde verhaal van de Stavitski-affaire en de Oostenrijkse burgeroorlog van 1934. Het zijn met name deze minder bekende gebeurtenissen die een origineel licht werpen op dit decennium, gebeurtenissen die niet in elk geschiedenisboek staan vermeld omdat ze alleen nog maar in de kranten van toen zijn na te pluizen.

De Stavitski-affaire waar Between Two Fires mee opent, is zo'n randgeval. Serge Stavitski, een snelle jongen van Russisch-joodse afkomst, spint in het Frankrijk van de jaren dertig een uitgebreid netwerk van afpersing en fraude; dit alles onder de protectie van hoge Parijse officials. Wanneer zijn misdaad-imperium eind 1933 ineenstort wordt de betrokkenheid van de Franse politiek door de pers uitgebreid tentoongespreid. De Stavitski-affaire leidt tot verhitte parlementaire debatten over de betrouwbaarheid van diverse hooggeplaatste politici, enorme rellen in de Parijse binnenstad tussen communisten, fascisten en politie, en uiteindelijk in de val van het kabinet-Chautemps, in januari 1934. Het vertrouwen van het Franse volk in het parlementaire systeem kent een nieuw dieptepunt. Politici zijn hun leven niet meer zeker in de Parijse straten en kroegbazen hopen de gram van het bloeddorstige gepeupel te ontlopen door buiten hun cafe borden te plaatsen met het opschrift 'Bericht aan de demonstranten: hier zijn geen Afgevaardigden'.

Wanneer de politieke wind weer is gaan liggen, besluit het dagblad Paris-Soir een drietal gepensioneerde Scotland Yard-agenten op de Stavitski-zaak te zetten (later wordt zelfs de Belgische detectiveschrijver George Simenon ingeschakeld), die allen maar weinig helderheid kunnen verschaffen.

Large maakt met deze onsmakelijke episode uit de Franse geschiedenis duidelijk dat relatief onbeduidende gebeurtenissen, zoals de Stavitski-affaire toch moet worden beschouwd, een goede dwarsdoorsnede van het politiek-economisch landschap kunnen verschaffen. De toch al gebrekkige legitimiteit van de Franse politieke instituten hebben volgens Large de Franse malaise gekenmerkt tot aan de Duitse invasie. De Stavitski-affaire stond voor vele Fransen voor de voosheid van de politiek in het algemeen en heeft een extra aanzet gegeven tot links- en rechts-extremisme. Bovendien wakkerde Serge Stavitski's joodse afkomst en uiterlijk het anti-semitisme nog eens flink aan.

Large geeft verder een intrigerende beschrijving van de mini-burgeroorlog die in februari 1934 heeft plaatsgevonden in Wenen. Hij beschrijft hoe de sociaal-democraten in de jaren twintig de macht in handen nemen en een progressief hervormingsprogramma lanceren dat zijn weerklank vindt in andere Europese landen. Het geld voor deze socialistische plannen moet voornamelijk uit de portemonnee van de middenklasse komen, en dan met name uit de zak van de grote groep Oostenrijkse boeren. Zowel de Oostenrijkse arbeiders als de boeren houden er in de jaren twintig en dertig hun eigen paramilitaire organisaties op na die hun oorsprong vinden in de Eerste Wereldoorlog; de boerenbevolking heeft haar 'Heimwehr', gekenmerkt door de zgn. 'Hahnenschwanzler', de arbeiders hun Republikeinse 'Schutzbund'. Het zijn deze twee groepen die in 1934 elkaar kortstondig maar bloedig bevechten nadat de fascistoide politicus Engelbert Dollfuss de parlementaire democratie een jaar eerder de nek heeft omgedraaid. De gevechten concentreren zich met name rond het in socialistisch-realistische stijl opgetrokken arbeiderscomplex Karl-Marx-Hof, de trots van het Weense proletariaat. De Schutzbundler blijken niet opgewassen tegen het massale kanonnengeweld van het Oostenrijkse leger en de Heimwehren. De Westerse reactie op deze barbaarsheid is er een van kortstondige verontwaardiging, maar voor de meeste Westerse politici is de Oostenrijkse burgeroorlog toch niet meer dan een klein incident in vergelijking tot de politieke aardverschuivingen die er tezelfdertijd plaatsvinden in Hitler-Duitsland en Spanje.

Aan het slot van de case-studies schetst Large de implicaties van deze specifieke gebeurtenissen voor de verdere loop van Europa's geschiedenis in de jaren dertig. Met Between Two Fires heeft Large een fraai boek geschreven dat menigeen de kriebels zal geven omdat het de chaos weerspiegelt van een periode van opkomend nationalisme en onduidelijke politieke structuren; elementen die volgens sommigen ook de jaren negentig zullen kenmerken.