BRONOVO

Bronovo. Voor iedere geboren en getogen Hagenaar een begrip. Niet zomaar een ziekenhuis immers, maar ontstaan uit de Diakonessen-Inrichting waar nobele vrouwen de zieke naaste dienden 'om Christus' wil'.

Onbaatzuchtig, en gekleed in een heel eigen uniform, het hoofd bedekt door dat onmiskenbare diakonessen mutsje.

In de oorlog was mijn vader, huisarts, in Bronovo onder meer aangesteld als dokter van de diakonessen. Later was hij een tijdlang lid van het directorium en van het bestuur. Mijn broers die in de oorlog vanwege de arbeidsinzet bij ons thuis waren ondergedoken, konden in het zusterhuis terecht als er razzia's dreigden. Vlak na de oorlog lag ik er een paar dagen, enkele jaren later een paar weken. Ik herinner mij de oudejaarsavonden waarop mijn vader (die zoals dat in het herdenkingsboek genoemd wordt geen 'christendokter' was) en ik naar de dienst in de kapel van het Huis gingen, wat me als niet religieus opgevoed kind bijzonder fascineerde. En de 'besturende zuster' barones Van Hardenbroek, voor wie wij kinderen een beetje bang waren, kwam zo nu en dan op bezoek bij mijn moeder, altijd samen met Zuster Leentje, een diakones par excellence op wie we dol waren.

Hooggespannen verwachtingen dus bij het lezen van de 125-jarige geschiedenis van Bronovo. De vraag komt op voor wie herdenkingsboeken eigenlijk geschreven worden. Voor een algemeen publiek van geinteresseerde leken of voor de deskundigen, in dit geval voor ziekenhuismensen, medici en verpleegkundigen? De eersten stellen belang in de grote lijnen, maar ook in de saillante details en anekdotes die oude bronnen en gesprekken met nog levende betrokkenen kunnen opleveren. Om een beeld te krijgen van de vroegere tijd en de mensen die zich voor een ideaal inzetten, van de overeenkomsten en verschillen met nu. Bij het lezen van Bronovo, dat oogt als een publieksboek, komen zij te weinig aan hun trekken. Van de eigen verhalen die het boek aanzienlijk minder saai hadden kunnen maken, is niet veel terug te vinden.

In zijn verantwoording verontschuldigt de auteur, medisch-historicus, zich dat de verschillende fasen van de geschiedenis moeilijk 'binnen de kaften van een boek minimaal te behandelen' zijn. Het boek valt uiteen in drie delen: van 1865 tot 1940, de Tweede Wereldoorlog en de ontwikkelingen tot heden, met als rode draad: 'de metamorfose van het besloten geheel van een eerbiedwaardige, streng georganiseerde Diakonessen-Inrichting naar een modern, democratisch gestructureerd en dynamisch ziekenhuis van protestant christelijke signatuur'. Binnen die opzet staan tal van aardige wetenswaardigheden, maar ook veel details en namen die een helder zicht op de gebeurtenissen belemmeren.

En dat terwijl in de eerste jaren zoveel gebeurde dat een echt boeiend en levend relaas had kunnen opleveren. De tijd van de oprichting van het Rode Kruis, van het Reveil, van de 'betere kringen' van verschillende signatuur, die zich overal in den lande en op tal van gebieden inzetten voor de minder bedeelde medemens, van de eerste femistische golf. De auteur raakt eraan, maar ik mis het bredere verband.

Het zal met het feminisme misschien niet te maken hebben gehad, maar opvallend is dat de eerste jaren zogenaamde dames-comites de lakens uitdeelden in het opleidingshuis voor verpleegsters. De Diakonessen-Inrichting kreeg pas in 1909 'na ampele discussies' haar eerste predikant-directeur. De beschrijving van het ziekenhuis in de oorlogsjaren beviel mij het beste. Het schetst 'de sfeer van collaboratie en verzet' met veel verve. De inbeslagneming door de Duitsers in oktober 1940 met alle moeilijkheden vandien, terwijl 'we, midden onder den druk, aan onderduikers en verzetsmannen gastvrijheid hebben kunnen verleenen, 'zoals predikant-directeur Ds. Dijckmeester het in het jaarverslag van 1945 verwoordde.

Met alle bezwaren die ik heb toch een mooi boek. En dat dan vanwege de grote hoeveelheid foto's die meer dan welke tekst ook vermag de sfeer van vroeger weet op te roepen.