Brinkman op de bres tegen Haagse 'vervetting'

'Goedemorgen wethouder, wat kan ik voor u betekenen?' 'Ik kom met u de discussie aangaan over uw karbonades, dat wil zeggen over het teveel aan varkens, het mestoverschot, de verzuring.'

'Pardon?' 'Ja slager echt waar, het moet van Den Haag. Daar wordt gezegd: Als er minder varkens moeten komen dan moeten we de discussie met de slager niet uit de weg gaan.' De wereld volgens Brinkman: 'Goedemorgen garagist'.

'Goedemorgen wethouder, wat kan ik voor u betekenen?' 'Ik kom met u praten over het terugdringen van het autogebruik.' 'Pardon?' 'Ja hoor echt waar. Het moet van Den Haag. Daar wordt gezegd: Als de auto onder het mes moet, moeten de oplossingen niet uit een bouwkolos tegenover het Haagse station komen, maar als het ware uit de garage.' Nee, het is geen ridiculisering van het zo door het CDA gekoesterde begrip 'vermaatschappelijking'. Het zijn voorbeelden die door Brinkman zelf zijn aangedragen. De bottom up-benadering kan hem niet ver genoeg gaan. De wereld volgens Brinkman: 'Laten we bijvoorbeeld nu het milieu terecht nog hoge prioriteit heeft eerst eens nagaan of enkele taken niet van onderop door burgers, boeren en bedrijven kunnen worden aangepakt zonder dat departementale milieu-inspecteurs alweer en overal met de bon of nota in de hand klaar staan.'

Ronkend

Deze week liet hij weer eens met een ronkend stuk van zich horen: Elco Brinkman. Ex-topambtenaar van het ministerie van binnenlandse zaken, ex-minister van WVC, huidig fractievoorzitter van het CDA en niet te vergeten: premier in opleiding. Pas 42 jaar maar nu al een van de routiniers in om zijn eigen woorden te gebruiken 'het Haagse incrowd-gebeuren.' De bestuurder die politicus werd, maar aan die laatste taak maar niet lijkt te kunnen wennen. Als net aangetreden minister ergerde hij zich aan de bemoeizuchtige Tweede Kamer die hem soms vier keer per week liet opdraven om vragen 'over een of ander probleem in een Amsterdams buurthuis te moeten beantwoorden'.

Hadden die Kamerleden soms niets anders te doen dan informatie opdoen in Nieuwspoort en fungeren als doorgeefluik van belangengroepen? Was het trouwens niet beter als de volksvertegenwoordigers in deeltijd gingen werken, dan hielden ze tenminste nog een beetje contact met de maatschappij, zo vroeg hij zich af in een vraaggesprek met het weekblad Vrij Nederland.

Dat was in het voorjaar van 1984 en Brinkman kreeg nagenoeg de complete Tweede Kamer over zich heen. Hem restte dan ook nog maar een ding: openlijke boetedoening. Dus liet Brinkman weten dat hij natuurlijk respect had voor het werk van de Kamerleden en was hij zich er ook terdege van bewust dat bestuurders alleen maar kunnen functioneren als zij gecontroleerd worden door een kritische volksvertegenwoordiging. Maar dat nam niet weg dat er volgens hem nog altijd te veel zaken in Den Haag werden besproken waarvoor beter door bestuurders op lokaal en regionaal niveau verantwoordelijkheid kon worden gedragen. En deze notie was niet ingegeven door ambitie, maar 'door een oprechte zorg over het functioneren van onze democratie'. Brinkmans waarschuwende woorden van zes jaar geleden hebben maar weinig geholpen getuige de brief van minister Andriessen van economische zaken die de Kamerleden deze week bij hun post aantroffen. Onderwerp: de kwestie Mister Minit BV. Want, er is sprake van een hakkenbarproblematiek nu de werkzaamheden van de schoenreparatiestands in warenhuizen zich gaandeweg hebben uitgebreid van het repareren van naaldhakken tot andere schoenreparaties, aldus de brief.

Vervetting

Sinds 1975 loopt Brinkman mee in Den Haag, maar hij blijft zich verbazen over de almaar groeiende Haagse bemoeizucht. Het lijkt wel of er een 'nieuwe wet van de zwaartekracht' is, constateert hij: alles wat niet wordt tegengehouden valt naar het Binnenhof. Met als gevolg dat Den Haag aan het 'vervetten' is.'Den Haag topzwaar? Topwaar!', gaf hij als titel mee aan zijn deze week verschenen beschouwing in het blad Christen-Democratische Verkenningen van het wetenschappelijk instituut van het CDA. Niet te verwarren met 'Overheid mag geen synoniem worden voor overhead', de titel van zijn twee jaar geleden aan de universiteit van Leiden uitgesproken gastcollege. Want als het over dit soort onderwerpen gaat, is Brinkman enige consistentie niet te ontzeggen.

De boodschap is immer dezelfde: de Haagse bureaucratie is te log en moet daarom taken afstoten. Alleen wil hij de argumenten voor een grootscheepse decentralisatie nog wel eens actualiseren. Aan het begin van zijn kruistocht was het vooral de afstand tussen de burgers en Den Haag die een dergelijke operatie noodzakelijk maakten. Nu is daar het oprukkende consumentisme dat mede wordt gevoed door 'blinde automatismen' en 'open einde-regelingen' in de begroting bijgekomen.

Vroeger herkende Brinkman op zijn fietstochten door de polder het dorp Zoeterwoude van verre aan de kerktoren, nu aan de contouren van de Heineken-brouwerij, zei hij onlangs op de partijraad van het CDA. Den Haag geeft maar geld weg aan burgers zonder dat de cruciale vraag wordt gesteld of de ontvangers het geld ook echt nodig hebben. Het gevolg is dat steeds meer begrotingsgeld opgaat aan inkomensoverdrachten en er steeds minder overblijft voor produktieve investeringen. Een terechte constatering, maar waarom dit dan ook in verband brengen met consumentisme? Het blijft opmerkelijk dit soort ethisch getoonzette geluiden over toenemende consumptie te vernemen uit de mond van de fractievoorzitter van de partij die begin dit jaar garant stond voor de grootste naoorlogse belastingverlaging. Het CDA had daar economische argumenten voor, klaag dan niet achteraf over groeiend consumentisme.

Cocktail

Brinkman noemt zijn stuk in Christen-Democratische Verkenningen een 'vluchtige praktische verkenning' die misschien zo nu en dan wat 'rijp en groen' is. Daar heeft het inderdaad alle sporen van. De cocktailshaker van Brinkman schudt alles door elkaar, maar hoe de ideeen concreet gestalte moeten krijgen blijft vervolgens onduidelijk. Hij vindt dat blijkbaar niet de taak van de Haagse bestuurder. Het is wel aardig om te suggeren dat als het geld voor een subsidieregeling op is de poort te sluiten voor nieuwe gevallen, maar hoe dan? Minister Kok kreunt nog steeds onder de financiele gevolgen van het weekeinde dat de poort voor de WIR werd gesloten. Het is wel aardig om sociale partners aan te sporen zelf maatregelen te treffen om het beroep op de WAO te verminderen, maar de ervaring van de laatste jaren is nu juist dat werkgevers en werknemers zonder dreiging met wettelijke maatregelen tot niets komen. Het is wel aardig om te opperen dat in de ziekenhuizen zelf de afweging zou moeten worden gemaakt tussen loon voor de verpleegkundigen en aantallen operaties, maar hoe moet dan dan in de praktijk? Dat kunnen aardige taferelen worden op de ziekenhuisgangen. De verpleegster die de dood van een patient verweten wordt, omdat zij meer loon vroeg. Juist door deze onrijpe gedachten dreigt de discussie over de analyse van Brinkman onmiddellijk en voor de zoveelste keer te worden geblokkeerd. En dat zou jammer zijn, want dat Den Haag een bestuurlijk monstrum is geworden, waarbinnen als gevolg van allerlei mechanismen nauwelijks meer belangrijke keuzes kunnen worden gemaakt, is zeker zo. Heeft de inmiddels op vele jaren ervaring terugkijkende Brinkman daarom in zijn stuk Kafka geciteerd? 'Iedere revolutie vervluchtigt en laat enkel het slijm van een nieuwe bureaucratie na.' Brinkman is 'oprecht bezorgd over het functioneren van onze democratie'. (Foto: NRC Handelsblad/ Vincent Mentzel)