Beurs vermoedt voorkennis bij Blydenstein

ROTTERDAM, 21 juli De commissaris van de notering van de Amsterdamse effectenbeurs vermoedt dat met voorkennis is gehandeld in aandelen van het textielfonds Blydenstein-Willink. Hij heeft daarom gisteren de handel in de aandelen gestaakt en de transacties vanaf donderdag ongeldig verklaard. Dit heeft directeur J. W. Schaberg van Blydenstein-Willink (jaloezieen, gordijn- en meubelstoffen) gistermiddag bevestigd.

De beurs vermoedt handel met voorkennis omdat kort voordat Blydenstein gisteren onverwacht bekendmaakte een heel goed halfjaar achter de rug te hebben, de koers van het aandeel significant steeg. De koers gingdonderdag anderhalve gulden omhoog tot 35,50 gulden. Gisteren werd voor publikatie van het bericht gehandeld op 36 a 37 gulden per aandeel.

Blydenstein denkt dat de winst in de eerste helft van dit jaar ongeveer even groot is als de nettowinst over heel 1989. Toen verdiende Blydenstein 3,4 miljoen. De onderneming liep met de mededeling vooruit op de definitieve cijfers over de eerste zes maanden, die op 22 augustus zullen worden gepubliceerd.

Schaberg zit in zijn maag met de affaire. 'Als inderdaad met voorkennisis gehandeld, zie ik graag dat de schuldigen worden gevonden.' Op de vraag wie binnen of buiten het bedrijf voor publikatie van het bericht op de hoogte zouden kunnen zijn geweest van de gunstige ontwikkeling in de eerste helft bij Blydenstein, wilde Schaberg niet ingaan. De commissaris van de notering wilde niet meer zeggen dan dat na overleg met Schaberg de handel is geschorst en dat de handel op zijn vroegst maandagochtend weer kan worden hervat.