Arabische Liga bemiddelt tussen Irak en Koeweit

KOEWEIT, 21 juli De secretaris-generaal van de Arabische Liga, Chedli Klibi, is gisteren in Koeweit aangekomen om te proberen de spanning die is ontstaan tussen Irak en zijn buren aan de Golf te verminderen.

Zowel Irak als Koeweit hebben Arabische steun gevraagd in het conflict dat deze week de kop opstak toen de Iraakse president, Saddam Hussein, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) ervan beschuldigde Irak te benadelen door olie op de wereldmarkt te dumpen. Hierdoor zou de prijs zijn gedaald en zou de opbrengst van de Iraakse olie-export drastisch zijn afgenomen. Koeweit heeft Irak er op zijn beurt van beticht Koeweitse olie te stelen.

De Verenigde Arabische Emiraten hebben gisteren de Iraakse beschuldiging verworpen door te verklaren dat de positie van de VAE in de OPEC, de Organisatie van Olieproducerende landen, 'bekend en eerbaar' is.

Klibi zal vandaag de Koeweitse emir, sjeik Habel al-Ahmed al-Sabah, ontmoeten. Gisteravond sprak hij al met vice-premier en minister van buitenlandse zaken sjeik Sabah al Ahmed al-Sabah.

Koeweit en Irak hebben deze week in afzonderlijke boodschappen aan de Arabische Liga beschuldigingen aan elkaars adres geuit over schendingen van het grondgebied, economische sabotage en diefstal van ondergrondse olievoorraden. Koeweit, dat in de periode 1980-1988 Irak steunde in zijn oorlog tegen Iran, heeft de Arabische Liga bovendien om hulp gevraagd bij het vinden van een oplossing voor het al lang hangende grensconflict met Irak. De officiele pers in de Iraakse hoofdstad Bagdad heeft gisteren nieuwe aanvallen op Koeweit en op de Verenigde Arabische Emiraten gedaan door te zeggen dat de twee Golfstaten niet vertrouwd kunnen worden als het gaat om het nakomen van de afspraken in de OPEC voor produktiequota. Koeweit en de VAE hebben vorige week beloofd elk dagelijks niet meer dan 1,5 miljoen vaten olie per dag te produceren, hetgeen een vermindering van hun gezamenlijke produktie met ongeveer 800.000 vaten per dag zou betekenen. Overproduktie heeft dit jaar een prijsdaling voor olie van dertig procent veroorzaakt, wat een van inkomsten uit olie afhankelijk land als Irak in grote problemen heeft gebracht.

Volgens in Koeweit gestationeerde diplomaten is het zeer onwaarschijnlijk dat er tussen Irak en Koeweit over deze kwestie een oorlog zal uitbreken. De Saoedische koning Fahd en de Egyptische president Mubarak zouden achter de schermen bemiddelen. Amerikaanse officiele woordvoerders in Washington lieten gisteren echter weten dat ze op de langere termijn een aanval van Irak niet uitsluiten. (Reuter)