Zwenking in Cambodja

DE SLAGVELDEN waarop de Koude Oorlog heeft gewoed worden opgeruimd. In Europa zijn de eerste werkzaamheden achter de rug. De Amerikanen concentreren zich op gebieden waar de last van het verleden nog zwaar op de bevolking drukt. Een daarvan is Cambodja, ooit het zijtoneel van de Vietnamoorlog, vervolgens het bloedige ideologische laboratorium van dolgedraaide marxisten, nu opnieuw bedreigd door de Rode Khmer. Het heeft (te) lang geduurd, maar de Amerikaanse regering is thans bereid haar indirecte steun aan de moordenaarsbende in te trekken en met Vietnam de beschermer op afstand van het regime-Hun Sen over de toekomst van Cambodja in gesprek te raken.

Of de Amerikaanse zwenking de Rode Khmer op korte termijn als factor zal uitschakelen is de vraag. De beweging wordt vanaf Thais grondgebied in het zadel gehouden door China bovendien zou zij, ondanks haar verleden, op het Cambodjaanse platteland toch wel over enige aanhang beschikken. In eerste instantie zal de zwenking vooral diplomatieke consequenties hebben. De coalitie van drie partijen waarin de Rode Khmer het voortouw heeft mag niet meer rekenen op Amerika's erkenning. Wat Washington betreft zal zij Cambodja's zetel in de Verenigde Naties moeten opgeven. Zou dit worden gevolgd door Amerikaanse pressie op bondgenoot Thailand om de hulp aan de Rode Khmer te beletten dan zou ook het tij in Cambodja zelf kunnen keren.

DE OMMEKEER in het Amerikaanse beleid biedt nog een wijder perspectief normalisering van de betrekkingen met Hanoi. Hoewel minister Baker daarvan nog niet wilde horen, lijkt een dergelijke ontwikkeling toch in het verschiet te liggen. Amerika's nogal genante plaatsbepaling in de Cambodjaanse burgeroorlog had alles te maken met het trauma van de Vietnamoorlog. Toen Hanoi in 1978 een einde maakte aan de terreur van de Rode Khmer haalde de wereld verlicht adem. Maar het Washington van achtereenvolgens Carter en Reagan kon in de Vietnamese bezetting van Cambodja slechts de geldigheid zien van de zogenoemde dominotheorie als Saigon in communistische handen viel, zou heel Indochina en vervolgens heel Zuidoost-Azie verloren gaan.

De zwenking raakt aan nog een ander uitgangspunt van de Amerikaanse diplomatie. Sinds Nixon, na langdurige Amerikaanse aarzeling, in 1972 de breuk tussen Moskou en Peking wist te benutten voor het stutten van de zwaar ondermijnde Amerikaanse positie in Azie, is Washington zeer omzichtig geweest waar het China's belangen betrof. Met name de heersers in Taiwan mochten dat ontdekken. De nieuwe Amerikaanse politiek met betrekking tot Cambodja betekent minder subtiliteit in de omgang met China. De ingrijpende veranderingen in de Europees-Atlantische verhoudingen beginnen hun invloed uit te oefenen tot in het Verre Oosten. Ook Peking zal zich daarvan rekenschap moeten geven.