Zes gluiperige oogjes

Ik werd wakker omdat iemand zei: 'Er zit een reusachtige spin in de kamer.'

Een erg flauw grapje. 'Kijk maar,' zei hij. 'Op de muur.' 'Ik zie niets,' zei ik maar vast zonder te kijken want ik had nog geen bril op en in het algemeen zie ik dan niets. Dus zeker geen spinnen. 'Echt waar,' zei hij weer. Goed dan. Ogen open. Op de muur tegenover het bed zat een duidelijke zwarte vlek. 'Een vlek,' zei ik. 'Dat is 'm,' zei hij. 'Nietwaar,' zei ik. Het was wel waar.

Iemand die een monster ontdekt, heeft het meteen heel druk. Het is namelijk zeer onverstandig om enge beesten uit het oog te verliezen. Dan kruipen ze stiekem in je bed of ze laten zich ineens op je hoofd vallen of komen regelrecht op je afstormen of je schuift je boek opzij en aargh! daar zit ie. Gelukkig kunnen spinnen lang stil blijven zitten, lang genoeg om je te douchen en aan te kleden en je tas te vergeten omdat je de hotelkamer zo snel mogelijk wil verlaten en dan moet je terug en dan is ie weg, vast en zeker achter je tas gaan zitten die je dus van een afstand met een ruk weg moet trekken, maar daar zit ie niet, de rotzak, dat komt natuurlijk omdat ie in je tas zit, help, snel weghollen en met gestrekte armen de tas omkeren, geen spin. Nooit meer gezien. 'Spinnenangst,' zei een keer een meneer op de televisie, 'komt vooral door gebrek aan spinnenkennis. Als we de spin beter zouden leren kennen zouden we er minder bang voor zijn. Daarom vertonen wij een film over het leven van spinnen.'

Natuurlijk bleef ik kijken. Het leek me heerlijk om niet meer bang te zijn en ik begreep zelf ook wel dat ik me kinderachtig aanstelde ('Ach, zo'n beestje... ') maar intussen moest ik toch behoorlijk gillen als iemand met een spin op me afkwam of als er eentje door de kamer rende.

Ik zag de griezeligste film die ik ooit gezien heb. Reusachtige harige poten vulden het scherm. Enorme kaken klapten om weerloze dwegjes. Zes gluiperige oogjes tegelijk draaiden rond op zoek naar slachtoffers. Er was een spin die een kuiltje in de grond groef en daarin ging zitten wachten tot er een nietsvermoedend torretje aankwam en dan: hap. Of een die in een rotsspleetje of een kiertje in de muur op de loer ging liggen om zoiets onschuldigs als een lieveheersbeestje op te kunnen vreten. De walgelijke kruisspin met zijn knookpoten, haren, gemene bek: tot angstaanjagende grootte opgeblazen liet hij zien hoe hij zijn web weefde en een mugje versnaperde. Dat is natuurlijk wel knap, zo'n web. En muggen moeten opgegeten worden omdat ze ons bijten. Ook de spin die parachuutjes maakte die hij om zijn prooi gooit was wel een slimmerik. Maar het viel niet mee om sympathie op te brengen voor de Zwarte Weduwe, de spin die mensen dodelijk kan bijten. Gelukkig was het allemaal maar televisie.

In het Museon in Den Haag, op een klein spinnententoonstellinkje, zit de Zwarte Weduwe echt. In een afgesloten bak, dat wel, en heel groot is ze eigenlijk ook niet, veel kleiner bijvoorbeeld dan de vogelspin uit Mexico die in het bakje naast haar zat. (Oh die vogelspinnen. Hoeveel spinnenkennis zou je moeten hebben voordat je daar niet meer bang voor was?) Er zijn ook twee schorpioenen, en twee zwarte vogelspinnen uit Thailand en een erg enge huisspin 'doen mensen geen kwaad' staat erbij, maar daar gaat het helemaal niet om als ze met al die acht poten over het aanrecht racen. Verder nog wat kleinere en dunnere en dus wel dragelijke spinnen. De reus die die ene ochtend op mijn hotelkamer zat was ook nu weer nergens te bekennen.

Door microscopen kun je ongeveer zien wat ik toen op die televisiefilm zag: kaken en haren en klauwen en schilden. Er zijn veel foto's van spinnen in close-up en op sterk water staat de allergrootste vogelspin. Die schijnen trouwens niet zoveel kwaad te doen, een beet is niet erger dan een wespensteek zegt de tentoonstelling. Dus dat verhaal van die tropische spin die met een tros bananen mee naar Nederland was gekomen en die toen bij iemand thuis de poes heeft opgegeten zal wel niet waar zijn.

Een jongen kwam binnen met opgetrokken armen alsof hij koud zeewater inliep. 'Ik word al misselijk als ik aan spinnen denk,' bibberde hij. Toch ging hij dapper kijken. Gelukkig voor hem, en jammer genoeg voor wie nu alles wil meemaken, zitten de spinnen volkomen onbeweeglijk.