Verboden te walsen; Petersburg omstreeks 1800

Tussen Moskou en Leningrad, of eigenlijk tussen Moskou en Petersburg, heeft altijd rivaliteit bestaan: Moskou is Russisch, slordig en dronken, Petersburg is on-Russisch, keurig en stijf. Bovendien is de stad in veel opzichten onnatuurlijk en gebouwd op een vrijwel onleefbare plek. Een tentoonstelling in Essen laat zien hoe Petersburg er ongeveer een eeuw na de stichting uitzag.

De meeste Westeuropese toeristen die de Sovjet-Unie bezoeken, geven de voorkeur aan Leningrad boven Moskou. In het ordelijke Leningrad met zijn rechte boulevards en veelkleurige barokke en classicistische paleizen voelen ze zich meer thuis dan in het rommelige Moskou met zijn grauwe gebouwen in allerlei stijlen. Het is een postuum compliment aan tsaar Peter de Grote (1672-1725), de stichter van Leningrad of St. Petersburg zoals de stad tot 1914 werd genoemd (en misschien weer zal heten in een niet al te verre toekomst, wanneer na Stalin ook Lenin op de 'mestvaalt van de geschiedenis' zal zijn beland). Toen Peter de Grote in 1703 Petersburg (zoals de stad meestal kortweg werd genoemd) liet aanleggen in de zojuist op Zweden veroverde moerasdelta van de Neva, wilde hij dat de nieuwe hoofdstad niet onder zou doen voor Europese steden als Londen en Parijs. Al eerder had hij pogingen ondernomen om Moskou te moderniseren en een meer Westeuropees aanzicht te geven, maar die waren op niets uitgelopen. Moskou bleef een chaotische stad die op het Kremlin na grotendeels bestond uit bouwvallige houten huizen die van tijd tot tijd afbrandden.

Hoe succesvol de bouw van het achttiende-eeuwse Brasilia was, blijkt ook uit de mooie tentoonstelling 'St. Petersburg um 1800' in de Villa Hugel in Essen, het vroegere riante verblijf van de staalfabrikantenfamilie Krupp dat eruit ziet als een Peterburgs paleis. De 550 portretten, stadsgezichten, kledingstukken, legeruniformen, vaandels, wapens, meubels en religieuze voorwerpen uit de Leningradse Hermitage laten zien hoe weinig Russisch Petersburg op het eerste gezicht was omstreeks 1800. Bijna alles wat te zien is in Essen staat in het teken van het classicisme, de toenmalige 'International Style'. De kerken en paleizen hebben geen uivormige koepeltjes maar zijn voorzien van zuilen, friezen en pedimenten en de meubels zouden niet misstaan in Franse paleizen. De geportretteerde mannen hebben geen ruige Russische baarden, maar modieuze bakkebaarden en kapsels als van Napoleon en de vrouwen zien eruit als Romeinse godinnen. De uniformen van de soldaten en officiers zouden net zo goed van het Franse of Engelse leger kunnen zijn.

Precies zoals Peter de Grote het had gewild, leek Petersburg een eeuw na de stichting nauwelijks op Moskou. Tussen de oude en nieuwe hoofdstad ontstond een rivaliteit die een beetje doet denken aan die tussen Rotterdam en Amsterdam en die tot op de dag van vandaag is blijven bestaan. De Russische schrijver Nikolaj Gogol (18091852) schreef erover: 'Petersburg dat is een accuraat mens, een volmaakte Duitser die alles met precieze berekening bekijkt en die, voor hij er ook maar aan denkt om naar de kroeg te gaan, eerst zorgvuldig zijn portemonnee onderzoekt; Moskou dat is een Russische edelman die zich het liefst vermaakt tot hij omvalt.

Petersburg houdt ervan zich vrolijk te maken over de onbeholpenheid van Moskou en zijn gebrek aan smaak, Moskou maakt hatelijke opmerkingen omdat men in Petersburg niet eens Russisch kan spreken.' Petersburg is niet alleen on-Russisch, maar in veel opzichten ook onnatuurlijk. De stad is het resultaat van de eigenzinnigheid van een persoon, Peter de Grote, en de plek die hij had uitgekozen was eigenlijk onleefbaar: de winters zijn er koud en donker, de zomers kort en vochtig en het drassige gebied wordt regelmatig geteisterd door overstromingen. Maar het was in het toenmalige Rusland de enige geschikte plaats voor een haven die het grootste gedeelte van het jaar bereikbaar was.

Hollands

Peter de Grote haalde tientallen architecten en ingenieurs uit het buitenland. Zelf was hij gecharmeerd van de Hollandse bouwkunst die hij op zijn reis door Europa aan het einde van de zeventiende eeuw had leren kennen, maar hij begreep dat de Nederlandse architectuur niet toonaangevend was. Nederlandse architecten hebben dan ook nauwelijks een rol gespeeld bij de bouw van Petersburg. De stad maakt ondanks de vele grachten geen Amsterdamse indruk. Het waren vooral Franse en Italiaanse architecten die het aanzien van de stad bepaalden.

Door de barre omstandigheden eiste de bouw van de nieuwe hoofdstad veel slachtoffers. In de prachtige catalogus van de tentoonstelling staat dat de stad is gebouwd op botten: alleen al bij de bouw van de Peter en Paulvesting, het oudste gedeelte van de stad, zouden 100.000 arbeiders zijn omgekomen. Het is een oude legende die blijkbaar een hardnekkig bestaan leidt. Al in 1957 becijferde de historicus S. Loeppov in zijn studie over de bouw van Petersburg dat tussen 1703 en 1725 enige duizenden arbeiders het leven lieten, nog altijd een weerzinwekkende hoeveelheid, maar toch minder dramatisch dan het in de catalogus genoemde aantal.

Niet alleen arbeiders werden gedwongen naar Petersburg te gaan, ook de adel werd verplicht zich er te vestigen. Tsaar Paul I, die van 1796 tot 1801 regeerde, ging het verst met dwangmaatregelen, maar dat had niet zozeer te maken met de bouw van de stad als wel met zijn krankzinnigheid. Hij schreef voor hoe de gebouwen moesten worden beschilderd en verbood het gebruik van woorden als club, raad en gedeputeerde. Ook mochten de Petersburgers niet de wals dansen en moesten ze om negen uur gaan slapen of in ieder geval de lichten doven. Een van zijn zonen, grootvorst Constantijn, zei over hem: 'Mijn vader heeft het gezonde mensenverstand de oorlog verklaard en dat met de vaste bedoeling er geen vrede mee te sluiten.'

Dat werd zelfs de Russen te veel en hoewel tsaar Paul I zich had verschanst in een speciaal voor hem gebouwd slot, werd hij in 1801 vermoord. Zijn opvolger Alexander I, die waarschijnlijk op de hoogte was van de moordplannen, draaide tot opluchting van de toen al 200.000 Petersburgers de belachelijke maatregelen terug.

Revolutie

Petersburg betekende een revolutie in de Russische kunst en architectuur waaraan de renaissance praktisch voorbij was gegaan. Maar al was de nieuwe Russische hoofdstad bijna Europeser dan de rest van Europa, het Russische karakter kon niet helemaal worden uitgebannen. Petersburg is een Duitser, maar gelukkig niet volmaakt. De stad (en de tentoonstelling) zijn als het door de Italiaanse architect Rastrelli ontworpen barokke Winterpaleis: de kleine torentjes met de gouden, uivormige koepeltjes zijn slechts van een kant zichtbaar. Zo zie je, als je goed kijkt naar de vele stadsgezichten, slordige houten bouwsels staan tussen de classicistische paleizen of aan de oevers van de Neva. Tussen de Westers geklede toeschouwers die naar de militaire parades kijken, bevinden zich altijd enkele handwerkslieden met baarden en traditioneel Russische kleding. En de religieuze voorwerpen, die zijn ondergebracht in een kleine ruimte van de Essense villa, zijn weliswaar duidelijk beinvloed door de Westeuropese kunst maar toch ontegenzeggelijk Russisch-orthodox.

Zelfs de aanleg van Petersburg is minder ordelijk verlopen dan meestal wordt aangenomen. Ook op de tentoonstelling en in de catalogus wordt de indruk gewekt alsof Petersburg geheel volgens plan is gebouwd. Maar de stad heeft meer met Moskou gemeen dan de Leningraders misschien zouden willen. Pas in 1717, toen de stad al 24.000 inwoners telde, maakte de Franse architect Jean-Baptiste Le Blond een streng classicistisch stedebouwkundig plan voor Petersburg. Net als Peter de Grote vond Le Blond dat het Vasilevski-eiland het centrum van de stad moest worden. En hoewel Le Blonds ontwerp niet werd aangenomen, heeft het Vasilevski-eiland het meest planmatige karakter: hier bestaan de bouwblokken net als op Manhattan uit steeds even grote rechthoeken en zijn de straten genummerde 'Linii'. Ondertussen was het huidige centrum van Leningrad ongepland en organisch gegroeid rond de Admiraliteit aan de overkant van de Neva, waar de scheepswerven zich bevonden. Als elke Russische stad had Petersburg daar een concentrische vorm gekregen. De huizen waren er van hout en de straten hadden geen namen. Pas in 1737, toen Petersburg al 80.000 inwoners telde, werd besloten om vanaf de Admiraliteit drie brede radiaalstraten aan te leggen, waarvan de beroemde Nevski-prospekt er een is. Zo ging het eigenlijk steeds: Petersburg groeide min of meer vanzelf en werd dan later 'gecorrigeerd' door de aanleg van brede rechte straten en grachten. Het resultaat is een stad die veel asymmetrischer is dan classicistische bouwmeesters zouden hebben gewenst. Maar misschien is dit juist het geheim van de schoonheid die Leningrad zo aantrekkelijk maakt voor toeristen: ordelijk maar met mate.

Tentoonstelling: St. Petersburg um 1800. In: Villa Hugel, Hugel 15, Essen. T/m 4 november. Openingstijden: ma, wo t/m zo 11-18 uur, di 11-21uur. Prijs catalogus: 50 DM op de tentoonstelling, 75 DM in de boekhandel.