Subtiele intrige in gesproken brieven

Twee rollen waarin op virtuoze wijze een breed scala aan herkenbare emoties is verwerkt daar zijn acteurs dol op. Begin dit jaar ontstond in New York zelfs een wachtlijst van grote namen, die allemaal een dag of wat in Love letters wilden spelen. Dat kon makkelijk: het stuk bestaat uit de brieven die twee mensen over een periode van vijftig jaar aan elkaar schreven. De acteurs konden elk achter een schrijftafel plaatsnemen en de tekst van papier voorlezen. Tot de sterren die zich daartoe aanmeldden, behoorden Kathleen Turner, Elaine Stritch, Jason Robards en William Hurt. Ze kwamen erop af, schreef het Amerikaanse theaterblad Playbill, als bijen op de honing.

De twee Engelstalige acteurs, die het stuk nu in de bovenzaal van de Stadsschouwburg in Amsterdam spelen, hebben het uit hun hoofd geleerd. Ze bewegen zich op een speelvloer, die wordt begrensd door twee schuingeplaatste glasplaten waarop het patroon van de achterkant van een enveloppe is aangebracht. Meestal zitten ze achter hun designer-bureau, soms staan ze in een spotje. Ze reageren alleen verbaal op elkaar, pas in de allerlaatste scene kijkt zij hem aan. De enscenering is sober, alles is geconcentreerd op de tekst. A. R. Gurney jr, beschrijver van de psyche van New England zoals Ayckbourn dat in het oude Engeland doet, bouwt de intrige met meesterhand op. Hij begint met twee giechelige kinderen die elkaar in 1937, zoals dat daar hoorde, beleefde briefjes beginnen te schrijven. In de loop van de eerste helft groeien ze op tot onwennige pubers. Hun observaties doen denken aan die van Adrian Mole. De aardigheid schuilt in het feit dat het publiek aan de hand van summiere verwijzingen in hun brieven de tussenliggende gebeurtenissen kan reconstrueren. Maar als de pauze aanbreekt, is er nog niets wezenlijks aan de hand geweest. Pas daarna gaan hun werelden definitief uit elkaar: hij wordt jurist en Republikeins senator, zij bespot hem om zijn aangepaste gedrag. Gurney stipt het verloop in korte brieffragmenten aan, hij vermijdt bekwaam het platte sentiment en de therapeutische platitudes.

De acteurs beginnen de voorstelling met stereotype kinderstemmetjes en een overmaat aan koddigheid, die eerder bij cabaretnummers horen dan bij de vereiste karakterontwikkeling. Na de pauze wordt hun spel echter steeds subtieler en geconcentreerder. Met een indrukwekkend vertoon van nuances laten ze zien wat er met hun twee personages gebeurt. Lesley Hughes debiteert haar wisecracks met grote precisie en een intens droevige ondertoon, Keith Lefever gaat als de carrierepoliticus steeds meer op Richard Nixon lijken. Samen maken ze volstrekt aannemelijk, dat er tenslotte bijna geen woorden meer nodig zijn om veel te zeggen.