Robinson in muizevel; Kinderboek

William Steig: Abels eiland. Uitg. Querido. Prijs: fl. 10, -Soms duikt er uit een pakket nieuwe boeken een onverwachte herdruk op van een node gemiste oude vriend. Abels eiland van de Amerikaan William Steig werd in 1979 met Zilver begriffeld om daarna met stille trom uit de boekwinkels te verdwijnen. Steig is zowel schrijver als tekenaar en de laatste jaren vooral bekend door zijn prentenboeken: Dokter de Soto, Job en de roestige spijker en Geel en Roze. Met aan hem verwante grootheden als Arnold Lobel en Janosch heeft hij gemeen dat zijn protagonisten voornamelijk van dierlijke kunne zijn en dat zijn beeldend en literair talent gelijkwaardig en ondeelbaar zijn. Toch ben ik na herlezing van Abels eiland, dat handelt over een muis die een jaar op een onbewoond eiland in leven tracht te blijven, geneigd om Steig in de eerste plaats schrijver te noemen. De quasi achteloze pentekeningetjes van het beschaafde muizebeest, dat in steeds verdere staat van ontreddering de natuur te lijf moet, zijn geestig en expressief. Het zijn echter Steigs oorspronkelijke geest, zijn verbeeldingskracht en zijn heldere, licht gedragen stijl vol kleine grapjes, die de lezer primair een literaire belevenis bezorgen. Aan dat gevoel draagt de zorgvuldige en met zichtbaar genoegen gemaakte vertaling van Bob den Uyl ongetwijfeld bij.

Abel, voluit Abelard Hassam di Chirico Flint, is een muis van stand uit het begin van deze eeuw. Een idyllische picknick wordt door een plotseling opstekende storm verstoord en tijdens zijn pogingen de sjaal van zijn beminde vrouw Amanda te redden waait Abel zijn comfortabel bestaan uit. Aanvankelijk verlangt hij slechts naar een omelet met champignons en beboterde knoflooktoast en neuriet hij stukken uit zijn meest geliefde cantates om de tijd te korten. Wanneer zijn vrienden echter niet komen opdagen om hem uit zijn isolement aan de verkeerde kant van de rivier te verlossen begint de ramp langzamerhand tot hem door te dringen. Abel 'had wel anderen zien werken en zo wist hij hoe het moest'. Hij beschikt over een behoorlijke dosis vernuft en over een parelmoeren zakmes, maar al zijn boten en bruggen storten in elkaar en ook een poging zichzelf met zijn bretels naar de overkant van het water te lanceren loopt op niets uit. Als Robinson in muizevel zal Abel moeten zien te overleven. Met het familiedevies 'Niet opgeven, maar doorknagen' in het achterhoofd, doorstaat hij vier seizoenen en doet de menselijke beschavingsgeschiedenis nog eens dunnetjes over: zoekt voedsel, beschermt zich tegen kou en nattigheid, maakt vuur, boetseert zijn geliefden levensgroot in klei en leest een op het eiland achtergelaten boek (Sons and lovers) door langs de regels te draven. Een eveneens gevonden horloge verschaft hem een gevoel van veiligheid: 'Hij had niets aan de tijd, maar had het getik nodig.'

Roerend is het moment waarop de tegen zichzelf pratende en volstrekt apathische muis na een eindeloze winter het licht in zijn vervuilde boomstam ziet terugkeren: 'Abel!', schreeuwde hij, 'hoor je me? Ik kan zien!' Hij gooide het luik open. Wat zag alles er prachtig uit na de langdurige duisternis. Wat waren zelfs de doppen op de vloer onuitsprekelijk mooi. Hoe levendig en nieuw en daarom schitterend.'

En wanneer de gerafelde held tenslotte dank zij een zeer lage waterstand in de rivier de bewoonde wereld en zijn Amanda weet te bereiken spreekt hij de onsterfelijk slotzin: 'Ik heb je sjaal teruggebracht.'

In die vijf woorden ligt alles besloten: nietig is de muis, taai zijn wil om te overleven en groot de drijfveer van de liefde. Wat de verloren gewaande ook zal vertellen, van het werkelijke avontuur, de eenzaamheid en de verschrikkingen, maar ook van de vreugde over eigen onvermoede vermogens en kleine aardse genoegens zal zijn omgeving weinig begrijpen. Dat is alleen voor Abel en de lezer weggelegd.