'Poll tax' fors omhoog ondanks steun Londen

LONDEN, 20 juli De Britse regering trekt volgend jaar 3 miljard pond (ruim 10 miljard gulden) extra uit om de gevolgen voor de burger van de omstreden 'poll tax' te verzachten. De Engelse minister van milieu, Chris Patten, heeft dat gisteren aangekondigd. Niettemin betekent de 'poll tax', het systeem van belastingheffing voor gemeentelijke uitgaven per volwassen inwoner, een forse lastenverzwaring voor de burger. De regering blijft zoeken naar het opheffen van onredelijke gevolgen van het nieuwe systeem, aldus Patten.

De regering hoopt met het uitgeven van de drie miljard pond extra nieuwe onrust te voorkomen, wanneer gemeentebesturen in april volgend jaar voor de tweede keer de hoogte van hun gemeentelijke belasting moeten vaststellen. Het voorkomen van onrust is belangrijk omdat verkiezingen naderen. Premier Thatcher riep gisteren haar getrouwen op meteen na het zomerreces plannen te maken voor eventuele verkiezingen in de zomer van het volgend jaar, maar ze maakte tegelijkertijd duidelijk dat ze de kiezers alleen dan zal oproepen wanneer ze zeker is van een overwinning. Dat geeft haar een uitloop tot 9 juli 1992. Pattens toezegging van meer geld voor volgend jaar is door de gemeenten met skepsis ontvangen. De 39 miljard pond die de regering wil besteden aan de kosten van lokaal bestuur zijn volgens de vereniging van gemeenten niet genoeg omdat de inflatie en een aantal onmisbare taken de prijzen van gemeentelijke dienstverlening hebben opgedreven. De gemeenten zeggen niet te kunnen uitkomen met het maximum van 379 pond poll tax per persoon, 22 pond hoger dan dit jaar, dat de regering hun voor volgend jaar wil toestaan. Pattens dreigement dat hij bij een hogere heffing zal ingrijpen, leidt volgens de gemeenten tot opheffing van hele takken van dienstverlening. De regering wordt door dat argument behoorlijk klem gezet: het sluiten van scholen en zwembaden is al even weinig populair bij kiezers als de poll tax zelf.

Binnen de eigen achterban van de regering is de aankondiging met enige welwillendheid ontvangen. Conservatieve parlementsleden staan echter nog steeds kritisch tegenover het beginsel van een belastingheffing per gebruiker van gemeentelijke diensten zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met financiele draagkracht. Dat de regering geld heeft uitgetrokken om de gevolgen te verzachten vindt men in het algemeen verdienstelijk, maar er blijven de protesten van hen die zeggen dat het gooien van goed geld naar kwaad geld is. Deze kritiek komt op een moment dat de minister van financien, John Major, zijn collega's in het kabinet ervan moet overtuigen dat ze departementale verlangens voor volgend jaar voor een gezamenlijke waarde van 15 miljard pond van hun lijstje moeten schrappen, omdat de regering zuinig aan moet doen wil ze de economie weer in het gareel krijgen. Op dit moment bedragen de loonstijging en de inflatie bijna 10 procent per jaar en de werkloosheidscijfers stijgen voor de derde achtereenvolgende maand.