Makelaars zien prijsstijging van huizen afzwakken

ROTTERDAM, 20 juli De prijzen van koopwoningen zullen de komende maanden nauwelijks verder stijgen. De huizenprijzen zijn in de eerste zes maanden van dit jaar veel minder sterk gestegen dan in de vergelijkbare periode in 1989. Dit heeft de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM) gisteren bekend gemaakt. Volgens de NVM, waarbij ongeveer 2.000 makelaars zijn aangesloten, steeg de gemiddelde prijs van een koopwoning in de eerste zes maanden van 1990 met 3,5 procent. Een jaar geleden steeg de prijs van een koopwoning nog met gemiddeld zes procent. De NVM wijt de afzwakking aan een vermindering van het vertrouwen in de economie en aan de hoge hypotheekrente van 9,4 procent.

Een woning in Nederland kost volgens de NVM op dit moment gemiddeld 176.200 gulden, tegen 171.600 gulden een jaar geleden. In 1988 betaalde een koper nog gemiddeld 161.200 gulden voor een woning. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) kunnen de cijfers van de NVM niet als maatgevend voor heel Nederland worden beschouwd. Een deel van de transacties loopt niet via een makelaar en bovendien zijn niet alle makelaars bij de NVM aangesloten. Het CPB komt op grond van cijfers van de kadasters op een gemiddelde koopsom die 30.000 gulden lager ligt dan de cijfers van de NVM. 'In het overzicht van de makelaars worden de goedkopere woningen duidelijk ondergewaardeerd', zegt drs. M. J. Vergeer, hoofd afdeling Bouw van het CPB. Vergeer is het wel eens met de conclusie van de makelaars dat een einde is gekomen aan de sterke prijsstijgingen van de afgelopen jaren.

Vorig jaar werden volgens de NVM relatief meer woningen verkocht wegens het 'extra grote vertrouwen' in de economie. Door het gebrek aan kwalitatief goede woningen steeg de prijs sterk. Het afgelopen halfjaar verminderde het aantal verkochte huizen met twaalf procent. Het aanbod steeg met vijftien procent.

Een jaar geleden kon een huizenkoper nog uit gemiddeld 5,2 woningen kiezen. Nu heeft een koper de keuze uit gemiddeld 6,2 huizen. 'Een verheugende ontwikkeling voor de consument, die daardoor kritischer eisen kan stellen aan zijn woning', aldus NVM-persvoorlichter Th. Stoffer. De makelaars zijn 'oprecht verheugd' dat de krapte in de markt minder is, maar hopen tegelijkertijd dat de ruimte niet groter wordt. Dat zou kunnen leiden tot lagere prijzen en minder inkomsten voor makelaars. Vooral de allergoedkoopste eensgezinswoningen (onder de 100.000 gulden) zijn volgens de makelaars uit de gratie. De verkopen daalden met twintig procent. In de meest gewilde prijsklasse tussen 100.000 en 200.000 gulden werden vijftien procent minder woningen verkocht. Ook in de prijsklasse boven de 200.000 gulden daalden de verkopen met enkele procenten. Per provincie verschillen de prijzen van koopwoningen sterk. In Friesland kost een woning gemiddeld 24 procent minder dan in de rest van Nederland. Een woning in de provincie Utrecht moet gemiddeld 13 procent meer opbrengen.

Opvallend is dat Amsterdam als duurste stad van Nederland van de eerste plaats is verdrongen door Maastricht. Een aanschaf van een woning in Maastricht kost volgens de makelaars gemiddeld 211.500 gulden, tegen 187.900 gulden in de hoofdstad.