Lustoord voor kunstenaars

STUTTGART, 20 juni Enkele tientallen jonge kunstenaars uit verschillende delen van de wereld hebben dezer dagen hun intrek genomen in het fraai gerestaureerde lustslot Solitude in de omgeving van Stuttgart. Het is de bedoeling dat zij zich hier in 'de eenzaamheid' de komende tijd zullen bezig houden met schilderen, beeldhouwen, schrijven, ontwerpen en componeren. Als het goed gaat, groeit er uit hun aanwezigheid in de 45 bij elkaar gelegen studio's nog iets extra's. Zo hoopt men dat de verschillende vakgenoten elkaar stimuleren of dat ze gaan samenwerken aan gemeenschappelijke, multidisciplinaire projecten. Een schrijver kan met een van de componisten een lied of een opera maken, een schilder kan gaan helpen met een toneelontwerp, en uit de samenwerking van beeldhouwers en architecten kunnen installaties ontstaan.

De resultaten van dit alles kunnen uiteindelijk weer op het slot worden gedemonstreerd. In het laat-barokke hoofdgebouw bevinden zich diverse rijk geornamenteerde zaaltjes die zich uitstekend lenen voor voordrachten, concerten en toneeluitvoeringen. En de bijgebouwen en de velden om het slot bieden, zoals vorig jaar al een keer bewezen is, alle ruimte voor grote exposities.

Het idee achter deze laat twintigste eeuwse kunstenaarskolonie is afkomstig van de Fransman Jean-Baptiste Joly, de vroegere directeur van het Maison Descartes in Stuttgart. Hij bekleedt nu op Solitude de functie van academiedirecteur en slotvoogd. Een argument voor de nieuwe bestemming was dat slot Solitude zijdelings met Schiller gelieerd is geweest. In 1775 werd Johan Kasper Schiller, de vader van de grote schrijver, hier met het toezicht over de tuinen belast. Schillers fruitbomen moeten een voorbeeld zijn geweest voor het hele land, maar belangrijker is op dit moment dat door deze aanstelling de jonge Schiller jaren op het landgoed heeft vertoefd. Ook Goethe, de andere grote Duitser, heeft, zo weet een prospectus te melden, hier bij het lustslot later nog eens gejaagd op groot wild.

Een ander argument, dat voor de subsidienten waarschijnlijk meer gewicht in de schaal legde, is dat met het steunen van kunst op dit moment wat te bereiken valt in Duitsland. De Duitse politici willen af van hun imago van makers, bouwers en geldverdieners en de kunst helpt hen daarbij.

In de Duitse pers is de laatste maanden uitvoerig en soms vrij kritisch beschreven hoe Lothar Spat, de huidige CDU-president van Baden-Wurttemberg, zijn reputatie opvijzelt met een groot cultureel offensief. Nadat hij al vele honderden miljoen marken in andere kunstprojecten had geinvesteerd een centrum voor kunst en mediatechnologie, een nieuw museum voor techniek en arbeid, een modern kunstmuseum en een nieuwe theaterschool heeft hij nu zo'n ig miljoen besteed aan de verbouwing van slot Solitude tot een Duitse Villa Massimo.

Hoe zwaar de politieke bedoelingen van de deelstaat ook gewogen hebben, zeker is dat de samenstelling van de groep geinviteerden een zaak is geworden van onafhankelijke buitenstaanders. Als voorzitter van de jury die de kunstenaars moest gaan uitkiezen, werd Johannes Cladders (65) gevraagd, de voormalige directeur van het stedelijk museum in Monchengladbach en in die functie nauw betrokken bij de organisatie van de Dokumenta en de Biennale van Venetie. Hij kreeg van het slotbestuur een absoluut mandaat voor drie jaar, bijgestaan door vakjuryleden uit verschillende disciplines en verschillende landen, ook weer met een grote persoonlijke vrijheid. Zij mogen kunstenaars aanwijzen die op hun gebied interessant zijn, zodat er niet allerlei compromissen behoeven te worden gesloten, waardoor de kwaliteit van de genodigden onvermijdelijk daalt. Nederland wordt in de jury vertegenwoordigd door de vertaalster Nelleke van Maaren, over wie de Stuttgarter Nachrichten nog weet te melden dat ze de vrouw is van de Nederlandse tentoonstellingsmaker Rudi Fuchs. Zij mag uit de vele aanmeldingen acht schrijvers en vertalers kiezen die de komende maanden op het slot zullen verblijven. Voor Nelleke van Maaren was in de eerste plaats belangrijk dat de geselecteerden enige affiniteit met Duitsland hebben. Ze moesten liefst Duits spreken en lezen. 'Je moet enigszins in staat zijn de krant te lezen en de literaire tijdschiften uit het land waar je bent.'

Ook zocht ze naar schrijvers die enige affiniteit hadden met andere disciplines. Om die reden koos ze de Schot James O'Brien (32) die in Londen verschillende toneelstukken schreef. Omdat verreweg de meeste aanmeldingen uit Duitsland kwamen, heeft ze zelf schrijvers gevraagd zich aan te melden. Tot hen behoort de Nederlands-Engelse schrijver Ian Buruma, die zich volgend jaar op Solitude met Duitsland gaat bezig houden. Of de samenwerking tussen de verschillende disciplines van de grond komt is ook voor Nelleke van Maaren op dit moment nog een vraag. In Duitsland zijn er mensen die daar ernstig aan twijfelen. Volgens een citaat in Der Spiegel is het 'zonder meer idioot' smerige schilders, lawaaimakende musici en rustzoekende dichters naast elkaar te zetten: 'Da gibt's Knatsch jeden Tag.'