Langs parfumes en zomerjurken

Na slapen is winkelen is de meest geliefde vrijetijdsbesteding van Japanners. Dat klinkt banaler dan het is. De Japanse 'depaato', een verbastering van 'departmentstore', kent in Londen of Parijs zijn gelijke niet. Hier winkel je niet, hier ga je uit. Al het moois van de wereld is hier bijeen, het is onberispelijk uitgestald, de verkoopsters zijn voorkomend, de boeketten geuren, het koper glimt, de luchters schitteren. De Parijse Printemps heeft een filiaal in de Ginza, het winkelhart van Tokio, maar het steekt goedkoop af naast de Seibu, de Mitsukoshi of de Isetan.

Japanners zijn meester in het verheffen van alledaagse dingen tot een belevenis. De theeceremonie is er een extreem voorbeeld van. Iets vergelijkbaars gebeurt als je onder de handen van de verkoopster een onnozel kleinigheidje ziet veranderen in een cadeau met cachet. Met het pakpapier met het depaato-logo straalt iets van de allure van het depaato af op de gever van het cadeau en op de drager van de depaato-tas. Het pakpapier en de tas getuigen van een bepaalde levensstijl. Wat je koopt doet er minder toe dan waar je het koopt. Vooral voor de geschenken waarmee Japanners twee keer per jaar hun zakenrelaties en vriendschappen onderhouden is de depaato onmisbaar.

Door voortdurend te poetsen aan hun 'imeedji' (image), houden de warenhuizen de status van hun pakpapier hoog. Alle depaato's doen dat door kunst binnen hun muren te halen.

Vijftien jaar geleden presenteerde het Seibu warenhuis zijn eerste tentoonstelling. In de catalogus werd uitgelegd dat hoe 'de nieuwe tijdgeest' ertoe had geleid dat het werk van zeven moderne Japanse kunstenaars te zien was in de Seibu winkel in Ikebukuro, Seibu's grootste. Dit is het kunstzinnig centrum van Seibu gebleven. Op Ikebukuro, een van Tokio's drukke districten, komen vijf verschillende metro- en treinlijnen samen. Van een ondergronds station loop je regelrecht de kelder van de Seibu in. Daar begint de verleiding met een uitgebreide gourmet afdeling. Kant en klare liflafjes, wijn, kaas, tempura, sushi, en dat alles kan ter plekke geproefd en gekeurd. Wie de roltrap neemt, komt op weg naar het 'Seibu museum' nog langs parfums, zomerjurken, hoeden, kantoorartikelen, beddegoed en herenschoenen. Dat niet alleen het museum van Seibu, maar alle depaato-musea steevast op de bovenste verdieping zijn gehuisvest getuigt ervan dat het de depaato's om meer gaat dan 'l'art pour l'art'. Akira Moriguchi, het hoofd van de Seibu kunstafdeling, beaamt het. 'Toen we hier begonnen met kunst in onze winkels was dat puur om klanten te trekken. Als ze eenmaal binnen zijn om de tentoonstelling te zien, dan kopen ze misschien ook nog wel een zakdoekje of een stukje zeep. Dat was het idee.' Inmiddels kan Moriguchi trots melden dat Seibu vorig jaar oktober een echt museum heeft geopend, het 'Sezon Museum of Art'. Het staat naast de Seibu-winkel in Ikebukuro. Vanaf het station kun je door de kelder met lekkernijen doorsteken totdat je in een kelder met kunstboeken komt. Daarboven bevindt zich het museum. Aan de straat heeft het een eigen ingang.

Het museum is ruim, licht en hoog. De inrichting is verzorgd zonder af te leiden. De catalogi zijn prachtig vormgegeven. Het museum heeft geen eigen collectie en doet niet aan aankoop. Het concentreert zich op het organiseren van tentoonstellingen, net als zijn voorloper in de depaato. Het museum opende met schilderijen van Klimt uit het Weense nationale museum. Deze maand is er de Sonnabend-collectie te zien.

Moriguchi: 'Als je belangwekkende internationale tentoonstellingen op wilt zetten, heb je een echt museum nodig. De ventilatie, de verlichting was verzekeringstechnisch in de depaato ongeschikt. Bovendien richten we ons op moderne kunst en die wordt steeds groter. En dan is er nog kunst die pas tot zijn recht komt in een echt museum. Neem die wc-pot van Duchamp. In het warenhuis staat die pot misschien ook wel op de sanitair afdeling. Zie je op de tentoonstelling net zo'n pot. Je hebt net je toegangskaartje betaald, maar dat is dan ook het enige waaraan je kunt weten dat het hier een kunstwerk betreft en geen koopwaar, want je kunt op de museumafdeling achter de schotten de kassa's van de andere afdelingen nog horen rinkelen.'

Kranten

Het Sezon Musum of Art is een 'rode cijfers project'. Er moet geld van Seibu bij. Het streven is om 45 procent van de kosten weer terug te verdienen met de toegangskaarten en catalogi. Het museum werkt samen met sponsors, net als alle andere musea, zowel prive als openbaar. De populairste partners zijn de kranten. Ze zorgen voor publiciteit, beschikken over expertise in het buitenland en hebben bovendien een budget voor culturele activiteiten. En ze proberen door veel aandacht voor kunst en sport hun image op te vijzelen. 'Maar dat zeggen we natuurlijk nooit hardop,' zegt Minoru Fukushima, die aan het hoofd staat van de vijftien man sterke afdeling voor culturele activiteiten van de Mainichi Shinbun, een van Japan's landelijke dagbladen. Iets verderop zit nog vijftien man voor sport. 'Officieel heet het dat we culturele activiteiten steunen om Japanse en buitenlandse cultuur toegankelijk te maken voor een breed publiek. Daar valt van alles onder. We doen tentoonstellingen van bonsai boompjes, de Mainichi internationale Biennale, glaswerk van Rene Lalique, schilderwedstrijden voor kinderen, calligrafie exposities. De enige richtlijn is dat het spraakmakend moet zijn. Als krant kun je daar goed aan bijdragen. Vooral eenmalige tentoonstellingen uit het buitenland winnen aan diepgang doordat je er als krant vooraf uitgebreid over kunt schrijven. Dat is exclusief, dat is de winst voor de krant.' Terwijl de Japanse kunstkopers de veilingen afstropen, trekken verkenners van de depaato's langs de wereldmusea op zoek naar geschikt materiaal dat ze kunnen lenen voor een expositie. In Tokio is alles te zien: Chagall, Picasso, Miro, de collectie uit het Praagse nationale museum, de collectie uit het Poesjkin museum, Appel, Mondriaan, Degas, het goud van de Egyptenaren, Bulgaarse ikonen, Art Deco in Amerika, Fernand Knopf, een impressionistische overzichtstentoonstelling en de kunstwerken van John Lennon.

Vorig jaar september opende de warenhuisgroep Tokyu het multi-functionele 'cultuurdorp' Bunkamura in Shibuya, pal naast een van de vier Tokyu-warenhuizen. Voor The Museum, dat onderdeel uitmaakt van het dorp, heeft Hiroaki Mori een budget van 5 miljoen gulden per jaar, maar net als het Sezon Museum of Art is The Museum een rode cijfer project dat alleen tijdelijke exposities houdt. 'Dit museum en heel Bunkamura horen bij de nieuwe strategie van de Tokyu groep,' legt Mori uit. 'Ons motto is: 'voor een rijker leven in de 21ste eeuw'. Aan materiele rijkdom ontbreekt het Japan niet meer. Maar aan immateriele zaken zijn we niet toegekomen in al onze haast om na de oorlog ons land weer op te bouwen. Onze winkels liggen vol met buitenlandse spullen, maar van buitenlandse cultuur weten we eigenlijk nog maar zo weinig. Dat willen we presenteren. We hopen zo op heel Shibuya een positieve invloed te hebben. Nu is het overwegend een wijk voor jongeren. We willen graag een wat volwassener publiek trekken. Wellicht dat er dan ook een markt komt voor wat chique eetgelegenheden.'

Het verbaast niet als blijkt dat 'spraakmakend' de enige richtlijn is voor het expositiebeleid van The Museum.

Curator Moriguchi van Seibu weet de gepaste argwaan bij een commercieel museum overtuigend weg te nemen. Mori wakkert de donkere verdenkingen alleen maar aan dat The Museum meer voor de vorm dan om de inhoud in het leven is geroepen.

ELBRICH FENNEMA