'Iedere ruiter heeft weleens een paard geslagen'

ROTTERDAM, 20 juli Het paard is zowel de grote kracht als de achilleshiel van de paardesport. De grote kracht omdat er geen andere sport is waarbij sprake is van een dergelijke tot de verbeelding sprekende band tussen mens en dier die tot gezamenlijke prestaties leidt. Maar hoezeer ook juist datzelfde paard de achilleshiel is van de sport werd de afgelopen week weer duidelijk aangetoond met de geruchtmakende affaire van het barreren waarmee de Westduitse zakenman en drievoudig Europees kampioen springen Paul Schockemohle uitvoerig in het nieuws kwam.

Het kwetsbare paard spreekt tot de sentimenten van het publiek. Enthousiasme voor de sport kan onmiddellijk omslaan in het tegendeel zodra er paardeleed ten grondslag lijkt te liggen aan topprestaties. De wil van een paard is nu eenmaal ondergeschikt aan die van de mens dat hem traint. Mensen die gedreven door financieel gewin of wat voor belang dan ook te ver gaan in hun trainingsdrift en methoden toepassen die niet door de beugel kunnen, komen op het hellend vlak van dierenmishandeling terecht. En daar is Schockemohle nu juist voor aangeklaagd.

De Nederlandse bondstrainer Hans Horn zegt dat dat het geval-Schockemohle op zich staat in de paardesport. 'Barreren, het opzettelijk een paard met een balk tegen de voorbenen slaan om het paard een volgende keer hoger te laten springen, is volgens de in Europa gehanteerde wedstrijdreglementen ver voorbij het toelaatbare. Schockemohle gebruikte dit barreren ook alleen om bij zijn handelspaarden eenmalig een spectaculaire, extreem hoge sprong uit te lokken. Met een normale springtrainingsmethode heeft dat niets te maken.' De meeste springruiters geven echter een genuanceerd 'ja' als antwoord op de vraag of een methode als het barreren zich ook uitstrekt tot andere terreinen dan die rondom Schockemohle's springstal in Muhlen. Emiel Hendrix: 'Ik ben in principe tegen barreren. Ik prefereer het werken met een absoluut kwaliteitspaard dat van nature al respect heeft voor de hindernis. Maar iedere springruiter zal in zijn loopbaan een paard wel eens voor de benen geslagen hebben.'

Albert Voorn onderschrijft dit: 'Ik begin liever niet aan die poppenkast. Ik voorkom het door de keuze van mijn paarden. Geef mij er maar een die allergisch is voor hout. Maar straffen en belonen zijn beide essentieel voor de training. Barreren is een straf die iedere professionele ruiter misschien op een gegeven moment zou kunnen toepassen.'

Mishandeling

Voorn geeft tegelijkertijd aan dat 'vakkundig barreren' ook niet zonder meer als doodzonde gezien hoeft te worden. 'De grenzen in de praktijk tussen wat naar mishandeling neigt en wat niet zijn moeilijk te trekken. Barreren is verboden. Maar vakkundig barreren vind ik geen paardenmishandeling. Een ruiter die een paard middenin een hindernis laat springen om hem voorzichtig te maken, doet iets veel ergers terwijl hij zich schoon kan pleiten door zich erop te beroepen dat het niet opzettelijk gebeurde.'

De praktijk is genuanceerd. In de Verenigde Staten is barreren met een lichte bamboestok zelfs toegestaan, ook op wedstrijden. Voorn: 'Die vorm van barreren zou ik zelf eerder afwijzen wegens het oneigenlijk beinvloeden van het wedstrijdresultaat dan wegens het mishandelingsaspect.' De kwestie rondom het barreren concentreert zich dus uiteindelijk op de vraag wat toelaatbaar is en wat niet. De Inspectiedienst van de Dierenbescherming laat daar geen twijfel over bestaan: in feite is niets toelaatbaar. Adjunct-directeur W. Koedijk citeert een principe-uitspraak uit de doelstellingen: 'Principieel wijst de Dierenbescherming paardesport af als een niet-noodzakelijk gebruik van dieren voor menselijke doeleinden. Gezien echter de vaste plaats die paardesport in het maatschappelijk patroon heeft verworven wordt geen gericht beleid gevoerd tot bestrijding hiervan. Wel blijft de Dierenbescherming alert op situaties waarin binnen de paardesport ethische grenzen worden overschreden.'

Zweepgebruik

Met die 'ethische grenzen' heeft Albert Voorn problemen. 'Dat is iets dat ieder voor zichzelf bepaalt. Een algemene lijn aangeven is onmogelijk. Het gebruik van een elektrisch spoortje bijvoorbeeld is niet te verkopen. Toch veroorzaakt dat maar een schrikreactie en een naar gevoel van enkele seconden. Zweepgebruik is algemeen aanvaard, terwijl die striemen een uur zichtbaar zijn. Wat is dan erger? En zo kan ik nog tientallen voorbeelden bedenken', aldus Voorn. Ook springruiter Wout-Jan van der Schans heeft zo zijn eigen idee over de bijeffecten van het gebruik van het paard in de sport: 'Dank zij de sport heeft het paard nog bestaansrecht. Sportpaarden genieten de beste verzorging die er bestaat. Wat is het alternatief: het paard als bezienswaardigheid in Artis of als mestkalf in een hokje. Is dat dan te prefereren?'