Hoe een rimpel wordt ontdekt; Romans van Marguerite Duras en Christian Oster

Van buiten blijft de literaire reeks van Van Gennep ontegenzeggelijk van een constant hoog niveau. De omslagillustraties zijn altijd prachtig gekozen en de dubbele flaptekst geeft zowel informatie over het boek als over de auteur.

Over de inhoud kan niet altijd hetzelfde worden gezegd. Vlak na elkaar verschenen onlangs Volleybal, een debuutroman van Christian Oster, en Zomerregen, de nieuwste roman van Marguerite Duras.

Het in vertaling brengen van een debuut is soms een goede greep. Neem bij voorbeeld Jean-Philippe Toussaint, van wie dezelfde Van Gennep het debuut De badkamer bracht, vervolgens Meneer en Het fototoestel: Toussaint heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een van de vooraanstaande jonge Franse schrijvers. Een nieuw debuut, evenals dat van Toussaint verschenen bij uitgeverij Minuit, wekt in deze reeks dus verwachtingen. Oster weet daaraan niet te beantwoorden, daar helpt geen kwalificatie 'postmodern' op de achterflap aan.

De gebeurtenissen in Volleybal zijn even triviaal als in de romans van Toussaint. Een Parijse jongeman wordt op een ochtend door een hem onbekende bovenbuurvrouw aangeklampt; haar man ligt dood in de keuken. Vervolgens neemt de buurvrouw min of meer haar intrek in de flat van Bertin en zijn vriendin, en wil zich verder nergens meer mee bemoeien. Bertin regelt de dokter, de begrafenis, en en passant ook een volleybalclub, omdat hij vindt dat hij wat meer aan sport moet doen. In de advertentie die hij daarvoor plaatst, geeft hij het telefoonnummer op van de flat van de dode Philippe Beaumont, en hij komt tot de ontdekking dat ook de overledene volleybal heeft gespeeld. Dat moet waarschijnlijk de 'magische' dimensie geven aan het spichtige verhaal.

Van dit lichtelijk absurdistische gegeven Bertin installeert zich ogenschijnlijk onaangedaan in de flat van de dode, 'leent' zijn kleren, en uiteindelijk ook een nachtje zijn vrouw zou van alles te maken zijn. Maar de enige typering die zich na lezing aan mij opdringt is: een gemaniereerd non-verhaal, een boek van iemand die per se schrijver wil worden, en een formule heeft geleend die eerder succesvol is gebleken. De stijl wordt beheerst door irritante maniertjes, bij voorbeeld om gesprekken veelvuldig weer te geven in onafgemaakte zinnen.' ik ben een vriend van de familie, ik heb op me genomen om. Ik weet niet. Wat doe ik nu?' 'Oke. Eigenlijk, allemaal. Het lijkt alsof. Nou ja. Ik kom voor Brigitte.' Van Toussaint leent Oster de filmische manier van schrijven: gevoelens komen uitsluitend aan de orde als zij af te lezen zijn van het gelaat of uit de lichaamshouding van de personages; diepere motieven of argumenten al helemaal niet. De verbeelde situaties trekken als een film voorbij, en worden soms ook beschreven als een scenario: 'Louise weigert, waarbij haar onmiskenbare ontreddering voldoende duidelijk naar voren komt (opvallende bleekheid, gespannen gezichtsspieren enz.); anderen (ook niet meer dan twee) stemmen toe.'

Parabel

Is dit de werkwijze van een generatie die sterk beinvloed is door de film? Mogelijk; maar dan toont Osters debuut aan dat techniek alleen niet voldoende is voor een geslaagd boek. Dat blijkt wel heel duidelijk wanneer Volleybal wordt vergeleken met het vrijwel tegelijkertijd verschenen Zomerregen van Duras. Geen Franse auteur schrijft immers zo filmisch als Duras; al sinds zij in 1959 het scenario schreef voor Hiroshima, mon amour lopen schrijven en filmen in haar werk volledig door elkaar. La pluie d'ete is gebaseerd op de personages uit een film die zij in 1984 heeft gemaakt, Les enfants. Op zichzelf is het verhaal van Duras, geschreven nadat ze drie maanden in coma had gelegen, zeker niet minder merkwaardig dan dat van Oster. Het kan, zegt de uitgever in zijn toelichtende tekst, worden gezien als een parabel, of een sprookje.

Het is de geschiedenis, zegt Duras zelf, van het eeuwige verschil tussen kennis en weten. Maar het relaas van de zeven kinderen uit een gezin aan de zelfkant van de samenleving, kinderen die nooit lezen of schrijven hebben geleerd, vertoont in mijn ogen ook onmiskenbaar messiaanse trekken. Dat komt door de figuur van de wonderlijke Ernesto, de oudste zoon, die een genie blijkt te zijn, maar misschien ook een gek, en het middelpunt van een intense liefde binnen dit vreemde gezin. De ontdekking van een exemplaar van de Bijbel openbaart hem niet alleen dat hij kan lezen, maar brengt ook een 'herkenning' teweeg die, als altijd bij Duras, meer vragen oproept dan beantwoordt. Waar Oster slechts verveling teweegbrengt, grijpt het verhaal van Duras je bij de keel. Dat komt doordat Duras schrijft over de tragiek van het leven, en Oster met veel minder talent dan Toussaint over de volmaakte futiliteit ervan. Doordat Duras' verhaal zindert van liefde van de moeder voor Ernesto, van Ernesto voor zijn zuster Jeanne terwijl dat van Oster kraakt van de oppervlakkigheid. In de meest letterlijke zin: hoe mensen gekleed gaan, zich bewegen, hoe een rimpel wordt ontdekt, dat wordt allemaal met grote nauwkeurigheid beschreven. Voor zover Duras het uiterlijk van mensen beschrijft, is het een spiegel van de ziel. Bij Oster toont die spiegel slechts leegte. Maar misschien is dat wel het kenmerk van de postmoderne ziel.

Versteeg heeft voor een snelle vertaling van La pluie d'ete gezorgd, die mij niet in alle opzichten bevredigt. Juist de dialogen in dit boek zijn zo prachtig, omdat de mensen op volkomen natuurlijke wijze tamelijk plat praten. Versteeg heeft daarmee meestal niets gedaan, zodat de gesprekken iets houterigs krijgen. Het kan toch niet zijn dat die mensen zo met elkaar praten, denk je als lezer. Een voorbeeld. 'La mere, elle crie: Mais ils lisent ou, a la fin des fins? Ou c'estqu'elle est la criture qu'ils lisent? Ernesto: Elle est dans l'livre, la criture, tiens!La mere: Liraient dans les astres pour un peu alors! Ernesto, calme: J'aime pasqu'on touche a mes brothers and sisters excuse-moi, m'man...' In de vertaling wordt dat: 'De moeder, ze schreeuwt: Maar waar staat dan uiteindelijk wat ze lezen? Waar staat dan het geschrevene dat ze lezen? Ernesto: Het geschrevene dat in het boek staat, wat dacht je anders!De moeder: Het scheelt weinig of ze lezen in de sterren, dus! Ernesto, weer kalm geworden: Ik kan het niet hebben dat je onredelijk tegen mijn brothers en sisters doet, neem me niet kwalijk, mamam...' Het is jammer dat op deze manier niet uit de verf komt hoe de ouders in hun gesprekken met de onderwijzer hun uiterste best doen om netjes te praten, en wel volledige zinnen maken.

Het is waar dat Duras, ondanks de schijn van het tegendeel, een zeer moeilijk te vertalen auteur is, en wellicht is dit soort dialogen niet Versteegs sterke kant. Maar misschien ook heeft de uitgever de vertaler te zeer onder druk gezet om de vertaling zo snel mogelijk na verschijning van het oorspronkelijke werk in januari van dit jaar gereed te hebben.

Dat was nergens voor nodig. De vertalingen van Duras volgen elkaar immers in zo hoog tempo op vorig jaar kwam bij Goossens Abahn Sabane David uit, en bij Van Gennep zelf Engelse munt dat het voor de gemiddelde lezer niet bij te houden is. La pluied'ete is een van de mooiste boeken die Duras de laatste jaren heeft geschreven, en het had, meer nog dan een prachtig omslag, een volmaakte vertaling verdiend.

Marguerite Duras: Zomerregen. Vert. Jan Versteeg. Uitg. Van Gennep, 117 blz. Prijs fl. 24,50. Christian Oster: Volleybal. Vert. Henne van der Kooy. Uitg. Van Gennep, 110 blz. Prijs fl. 27,50.