Geremd en gulzig; Leon de Winter over spionnen en diplomaten

Eindelijk heeft Leon de Winter zijn roman Hoffman's honger voltooid. Ik zeg eindelijk, omdat er in het werk van De Winter nu al een jaar of acht een roman met deze naam voorkomt, zonder dat de lezers dit boek ooit konden lezen.

In het in 1982 verschenen Vertraagde roman was Hoffman's honger vooral de titel van een ingewikkeld boek waarvoor de schrijvende hoofdpersoon materiaal aan het verzamelen was. Je kreeg de indruk dat het een mooi boek zou moeten worden, over een oudere diplomaat die zijn carriere afsloot als ambassadeur in Praag.

Ook in De Winters roman Kaplan, uit 1986, komt een boek voor met de naam Hoffman's honger. Maar hier is het een boek dat de hoofdpersoon al heeft voltooid. Uit de schaarse beschrijvingen die De Winter geeft krijg je echter wel de indruk dat het om hetzelfde boek gaat als in Vertraagde roman. Weer komt er een oudere diplomaat in voor die zijn carriere afsluit als ambassadeur in Praag. En weer is het een intrigerend boek.

Kaplan gaat over een 38-jarige schrijver die naar Rome gaat voor de promotie van de Italiaanse vertaling van zijn roman. Hoffman's honger is op dat moment al met veel succes verfilmd, en als gevolg daarvan geniet de schrijver nu ook internationale bekendheid. Kranten en tijdschriften staan in Rome klaar om hem te interviewen, en aantrekkelijke jonge vrouwen verdringen zich, letterlijk, om zijn bed.

En nu is het er dan eindelijk echt, het boek uit de boeken: Hoffman's honger.

Laat het maar meteen gezegd zijn: na alle omtrekkende en soms wat snoevende bewegingen in De Winters eerdere boeken stelt het niet teleur. Hoffman's honger is inderdaad het veelomvattende en knappe boek geworden dat ons de afgelopen jaren is voorgespiegeld. Wat maakt Hoffman's honger tot zo'n geslaagd boek? Het belangrijkste is, denk ik, de hoofdpersoon. Leon de Winter heeft deze keer niet geaarzeld om voor deze hoofdrol een interessant personage te nemen. Dus niet, zoals in zijn vorige boeken, een blaag met schrijfkramp die lijdt onder de moderne tijd. De hoofdpersoon, Felix Hoffman, is een man op leeftijd die veel heeft meegemaakt en die ons wat te melden heeft.

Zoals we op grond van de vorige romans al hadden mogen verwachten, is Hoffman een 59-jarige joodse diplomaat die aan het eind van zijn carriere in Praag is terechtgekomen. Dat wil zeggen dat hij de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, dat hij, vervolgens, veel van de wereld heeft gezien, en dat hij de Koude Oorlog van nabij heeft beleefd.

Aan de bezettingstijd heeft hij zijn eerste trauma overgehouden. Zijn ouders zijn omgekomen terwijl hij ondergedoken zat. Verder heeft hij aan zijn odyssee over de continenten een cynische visie op de mens en de politiek te danken. Het wantrouwen is met hem vergroeid. De roman laat de periode tussen juni en december 1989 zien, het hoogtepunt van Hoffman's loopbaan, wanneer hij besluit om alles wat hij in zijn leven heeft bereikt op het spel te zetten. In de chaos van de gebeurtenissen kiest hij ervoor om tenminste een keer in zijn leven echt rust te vinden, al moet het in de armen zijn van een vrouw die werkt voor de Tsjechische geheime dienst. De Winter is er in geslaagd Hoffman's gecompliceerde karakter heel geleidelijk en daardoor des te indringender zichtbaar te maken. Voordat de diplomaat de allure heeft die hij in de laatste hoofdstukken van het boek ten toon spreidt, laat De Winter hem eerst een herinneringen ophalen. Van een nogal vreemd mannetje dat voordurend aan verstopping lijdt en dag en nacht honger heeft, wordt hij zo steeds meer de meelijwekkende vertegenwoordiger van het Koninkrijk der Nederlanden, de man die werkelijk geen kant meer op kan.

Propt hij zich bij zijn eerste optreden, de ochtend na zijn inauguratie als ambassadeur, alleen nog maar vol met grote hoeveelheden haring, kaviaar en champagne, in de latere hoofdstukken, wanneer er steeds meer over zijn achtergronden is prijsgegeven, krijgt deze gulzigheid voor de lezer relief. Het wordt duidelijk dat Hoffman permanent gebukt gaat onder immense schuldgevoelens. Deze zijn vermoedelijk al ontstaan tijdens de oorlog, maar ze zijn versterkt toen 21 jaar eerder zijn achtjarige dochtertje overleed.

Sinds dat moment heeft de arme Hoffman geen oog meer dicht gedaan. 'Met haar lichaam was ook zijn slaap gestorven; hij was het besef van goedheid en wijsheid kwijtgeraakt, alsof (zij) alles had meegenomen in het kistje dat hij in de aarde had zien verdwijnen.'

Sprookjesstad

Is de persoonlijke tragedie van Felix Hoffman al indrukwekkend beschreven, Hoffman's honger krijgt nog een meerwaarde door de actuele achtergrond waartegen zijn ondergang zich afspeelt. Door de lotgevallen van Hoffman heen geeft Leon de Winter een scherpe beschrijving van het wankelen en het uiteindelijke ineenstorten van het communistische regime in Praag.

Voor iemand die het afgelopen najaar in Praag was, is het bewonderenswaardig hoe goed De Winter er in geslaagd is om de sfeer op te roepen die in die vreemde maanden voor en na november 1989 in deze sprookjesstad heerste. Ook de verschillende visies die hij via zijn hoofdpersoon op het afbrokkelend communisme geeft, zijn zonder meer prikkelend te noemen: 'De Polen wilden een Rooms Rijk en de Paus op de troon... De Oostduitsers waren boven alles Duitsers en wilden allemaal onder een vlag marcheren... De Hongaren droomden van iets groots en meeslepends als het Habsburgs Imperium... Maar wat wilden de Tsjechen?... Het was het land van Soldaat Schwejk en Franz Kafka, een beetje een achenebish landje, balancerend tussen paranoia en minderwaardigheidsgevoel.' Ditzelfde Oosteuropese decor heeft er voor gezorgd dat Hoffman's honger behalve aangrijpend ook nog spannend is. Doordat er dwars door het verhaal over de in een crisis verkerende ambassadeur een merkwaardige spionagegeschiedenis loopt, lijkt het of Leon de Winter hier een geheel nieuw literair genre heeft gecreeerd. Hoofdstukken over de geremde ambassadeur in Praag worden daarin afgewisseld met veel onstuimiger hoofdstukken over spionnen en geheim agenten. Ten slotte, wanneer de ambassadeur zelf in het spionagenetwerk verstrikt raakt, ontstaat er weer een andere sfeer, omdat de verschillende lijnen ongemerkt in elkaar overlopen.

Het wachten is nu nog op het moment waarop Hoffman's honger het, net als in Kaplan, tot een verfilming brengt. Daarna kan de internationale doorbraak van Leon de Winter die in de vorige boeken al indirect werd aangekondigd, nog slechts een kwestie van maanden zijn.