'Ex-Stasi's straks niet in dienst Duitse overheid'

BONN, 20 juli Vroegere medewerkers van de Oostduitse staatsveiligheidsdienst (Stasi) kunnen na de Duitse vereniging, eind dit jaar, niet rekenen op een baan in overheidsdienst. Wel wordt voor hen, afgezien van 'ernstige individuele gevallen', gedacht aan een collectieve amnestieregeling.

Dit heeft de Westduitse minister van binnenlandse zaken, Schauble (CDU), gisteren gezegd bij de aanbieding van het jaarverslag over 1989 van de Westduitse binnenlandse veiligheidsdienst. Schauble deelde ook mee dat niet alle Stasi-dossiers worden vernietigd. Zij zullen gedeeltelijk 'zorgvuldig' worden bewaard, mede om toekomstige schadeclaims van gewezen DDR-burgers tegen de Stasi te kunnen behandelen.

De minister kondigde aan dat zijn dienst in de toekomst meer aandacht moet geven aan terrorisme van buitenlanders op Duitse bodem, bijvoorbeeld van leden van de Ierse IRA en radicale Palestijnse en Koerdische terreurgroepen. Ook moet meer inlichtingenwerk worden gedaan op het terrein van drugshandel en de 'economische criminaliteit'. Schauble noemde de Westduitse industriele betrokkenheid bij de bouw van een gifgasfabriek in Libie als voorbeeld.

In het jaarverslag wordt gemeld dat omstreeks 53.000 Westduitsers lid zijn van circa 70 organisaties die tot het 'extreem linkse' spectrum worden gerekend. Sinds vorig najaar de Oostduitse communistische partij SED haar subsidies aan de Westduitse zusterpartij DKP staakte, verliest die partij, die haar personeel moest ontslaan en haar partijblad ophief, snel terrein. Het aantal leden van rechtsextremistische groepen in de Bondsrepubliek is daarentegen in het afgelopen jaar gestegen van ruim 28.000 tot bijna 36.000. Dat zou echter vooral te verklaren zijn uit de snelle omwenteling in de DDR en is daarom vermoedelijk een voorbijgaand verschijnsel, meent Schauble. De verhouding tussen al dan niet geslaagde 'linkse' en 'rechtse' terreuracties was in 1989 in West-Duitsland 837 tegen 103. De moordaanslag, vorig najaar, op de voorzitter van de raad van bestuur van de Deutsche Bank, Herrhausen, heeft daarbij veruit de meeste aandacht getrokken.