EG wil steun aan industrie aanpakken

BRUSSEL, 20 juli De Europese Commissie dringt er bij vier lidstaten, Belgie, Italie, Groot-Brittannie en Nederland, op aan om een einde te maken aan algemene steunprogramma's voor de industrie. De Commissie meent dat dergelijke investeringshulp een averechts effect kan hebben op de regionale steun van de EG aan andere lidstaten.

Het ministerie van economische zaken in Den Haag kon vanochtend geen commentaar geven op het optreden van de Europese Commissie. In de motivering om deze staatssteun aan te pakken zegt Sir Leon Brittan, de Europese Commissaris voor het concurrentiebeleid, dat algemene investeringshulp in de ene lidstaat het stimulerende effect van regionale hulp in een andere lidstaat teniet kan doen. Het negatieve effect wordt volgens de Commissaris nog versterkt doordat alleen rijke lidstaten geld hebben om op grote schaal investeringshulp toe te kennen.

Het gaat in Nederland om een bedrag van 60 miljoen gulden, gereserveerd op de begroting van economische zaken onder het hoofdstuk 'Versterking economische structuur'. In Belgie werd in het kader van de economische expansiewet van 1959 dit jaar 4 miljard frank (220 miljoen gulden) uitgetrokken in de vorm van rentesubsidie bij investeringskredieten, in Italie worden grote bedragen sinds 1981 meer dan 8 miljard gulden besteed onder de noemer 'toepassing van innovatie bij industriele produktie', terwijl via de Britse Industrial Development Act van 1982 bijna 7 miljard gulden is uitgegeven.

Volgens de zegsman van het ministerie van economische zaken in Den Haag is het de eerste keer dat de Europese Commissie bezwaren maakt tegen subsdidies die vallen onder wat de 'verzamelpot' Versterking Economische Structuur wordt genoemd.

Sir Leon Brittan, de Europese Commissaris voor het concurrentiebeleid, zegt in een toelichting dat dergelijke algemene investeringshulp 'indruist tegen het regionale ontwikkelingsbeleid van de Gemeenschap en een tegengestelde uitwerking heeft op de economische cohesie, een belangrijke doelstelling van de Gemeenschap'. Volgens de Europese Commissie dreigt het gevaar dat de staatshulp wordt gebruikt om herstructurering in de industrie te voorkomen die nodig is geworden door de versterkte concurrentie op de grotere Europese markt. Daardoor wordt de voltooiing van de interne markt belemmerd, terwijl de voordelen van het Europese eenwordingsproces niet volledig kunnen worden uitgebuit.

Vorig jaar publiceerde de Europese Commissie voor het eerst een overzicht over de gemiddelde staatshulp in de EG in de periode 1981-'86. Daaruit bleek dat in Italie in die periode meer dan 13.000 gulden per werknemer aan staatshulp werd uitgegeven, gevolgd door Ierland, waar dat 8600 gulden was. Nederland stond in die lijst met 3200 gulden in de middenmoot, terwijl Denemarken, Duitsland en Groot-Brittannie het minst aan staatshulp uitgeven.