De erfenis van Piet Pelle en Wim van Est

Ze kunnen tevreden zijn, de Kollings, Arentsens en Breukinks. Hun bedrijf bloeit na honderd jaar nog steeds. De Gazelle Rijwielfabriek in Dieren maakt in 1992 de achtmiljoenste fiets. Ze produceren er nu 1.600 per dag. C. J. van Dijk beheert de bedrijfscollectie van het bedrijf. De oudste Gazelle daarin is een damesfiets uit 1903, model No. 5. 'Helemaal authentiek, alleen de zadelveren en de trapperblokjes hebben we moeten vernieuwen. En de mantelbeschermer was verrot. Daar zit nu een Spakenburgse op. In rouwkleuren, die pasten beter bij de fiets, vonden we', vertelt hij.

De collectie is geconcentreerd op de eigen produkten: fietsen. Ze maakten vroeger ook bak- en bromfietsen bij Gazelle, zelfs motoren. Niettemin zei men in de jaren vijftig: 'Dit bedrijf vreest maar twee dingen: het communisme en de bromfiets.' In 1937 maakte Gazelle, samen met Philips, een elektrische accu-snorfiets; en in de jaren na de Tweede Wereldoorlog had Gazelle een eigen programma 'rijwielen met hulpmotor' en bromfietsen. Maar Gazelle was en is het sterkst in door spierkracht aangedreven tweewielers.

In het museum staat een heel rijtje racefietsen. Verschillende Nederlanders zijn wereldkampioen geworden op Gazelle: Harm Ottenbros en Hennie Kuiper bijvoorbeeld. Ook de fiets waarmee Wim van Est tijdens de Tour de France in 1952 het ravijn instortte staat er, gebutst en wel. Die is niet gerestaureerd. De val leverde de gevleugelde zin op: 'Mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac horloge liep nog.' De ATB (all terrain bike) is het moderne trekpaard van de fietsenindustrie. Gazelles eerste, uit 1988, werd 'fiets van het jaar' wegens zijn innovatieve karakter. Deze is ook in de collectie opgenomen. Het bedrijf speelde bij de ontwikkeling van de vouwfiets eveneens een rol. Nederlands eerste, de Kwikstep, werd in 1964 geintroduceerd. Ze maken er nog steeds duizend per jaar van, vrijwel ongewijzigd van vorm.

Naast fietsen bevat het museum de gebruikelijke memorabilia. De reclamevondst bleek Piet Pelle, die op z'n onverwoestbare fietsje wilde avonturen beleefde. Het schijnt dat deze stripheld rond 1908 werd gecreeerd, waarschijnlijk door Donkers van het Haarlems Dagblad.

Uit 1930 dateert het etalagestuk dat een ademloos publiek trok: een bewegende maquette waarop Pietje, nagezeten door een dolle koe (onder het oog van een verschrikte Klaartje) dwars door een muur fietst steeds opnieuw, in een cirkeltje. Platte neuzen tegen de winkelruit! Die Gazelles moesten onverwoestbaar zijn. Men produceert in Dieren nu de flitsende Piet Pelle Laser kinderfiets. Gazelle timmert met de bedrijfscollectie niet erg aan de weg. Het museum is voor buitenstaanders niet toegankelijk. Men waardeert het initiatief en stelt ruimte, faciliteiten en middelen ter beschikking verder moeten de mensen die de collectie beheren het zelf uitzoeken.

Het honderdjarig bestaan (1992) is een mooie aanleiding meer met de collectie te doen. Op de zolder van het hoofdgebouw staat immers nog een hele rij 'oud roest', waar men nog niet aan is toegekomen. Zoals de 'veldwachtersfiets', met leren koker voor de sabel van de berijder aan een framebuis die moest voorkomen dat de sabel tussen de spaken geraakte. Het museumpje schenkt geen aandacht aan de produktie van fietsen, toch ook het bekijken waard. In de fabriek zien we geen oude techniek. Wel een robot-gestuurde produktiecel die de poten van de achtervork maakt. De cel is in eigen beheer gebouwd.

Dat Gazelle de 'lugs' (hulzen die de framebuizen verbinden) hoogfrequent-inductief hardsoldeert, wordt bekend verondersteld. Ook de voorvorken worden nu op deze wijze samengesteld. In de assemblage-afdeling vindt nog veel handwerk plaats. Het aanbrengen van de transfers en balhoofd-plaatjes en allerlei montagewerk kunnen niet worden geautomatiseerd: er zijn te veel verschillende uitvoeringen. In die hal wemelt het van de werkende mensen en dat ziet er toch wel klassiek uit.

    • Alex den Ouden