Communistische landen geven 40 jaar na dato schuld Koreaanseoorlog toe; Stalin, Mao en Kim beraamden invasie

ROTTERDAM, 20 juli Jozef Stalin en Kim Il Sung, niet Harry Truman en generaal Douglas McArthur waren de aanstichters van de Koreaanse oorlog die op 25 juni 1950 losbarstte. Een Noordkoreaanse betrokkene en deskundigen uit de Sovjet-Unie en China geven dit veertig jaar na dato toe. 'Het was een zeer goed voorbereide invasie door ons leger', zegt de vroegere Noordkoreaanse ambassadeur in Moskou, Li Sang Cho, in een vraaggesprek met het Sovjet-blad Moscow News. En de Chinese strateeg Zhai Zhihai verklaarde onlangs dat 'Stalin de zaak eind 1949 met Mao Zedong regelde'. Tot nu toe stonden de interpretaties in Oost en West over de verantwoordelijkheid voor de oorlog op het Koreaanse schiereiland na beeindiging van de Japanse bezetting in 1945 langs de 38ste breedtegraad in een Amerikaanse en een Sovjet-zone verdeeld diametraal tegenover elkaar. Beide partijen gaven elkaar de schuld van het begin van de vijandelijkheden. 'Kameraden, vanochtend bij zonsopgang heeft het marionettenleger van de verrader Syngman Rhee (de toenmalige Zuidkoreaanse president, red.) een verrassingsaanval gelanceerd tegen de noordelijke helft van de republiek', zo richtte Kim Il Sung zich op 25 juni 1950 tot de Noordkoreanen.

Tot het 'revolutiejaar' 1989 is dit voor Noord-Korea en zijn bondgenoten de Sovjet-Unie en China, alsmede de andere communistische landen de officiele lezing van de geschiedenis geweest. De Verenigde Staten hebben vanaf het begin volgehouden dat Noord-Korea het zuiden met een overweldigende invasie overrompelde. Washington wist daarna in de Veiligheidsraad Moskou boycotte de zitting om een geheel andere kwestie: de eis dat de oprukkende communisten in China de VN-zetel moesten overnemen gedaan te krijgen dat de Verenigde Naties een troepenmacht stuurden die onder Amerikaanse commando de tegenaanval inzette. De VS leverden zelf een groot aantal militairen; ook Nederland stuurde troepen. Na de overwinning van de Chinese communisten in eigen land, op 1 oktober 1950, sprong Mao Zedong kim Il Sung bij en stuurde een legermacht van 200.000 man. De oorlog duurde uiteindelijk drie jaar en kostte vier miljoen mensen het leven.

Door de jaren heen hebben critici in het Westen hun twijfel uitgesproken over de Amerikaanse lezing. Het zou een voorwendsel voor Uncle Sam zijn geweest om de werkelijke bedoeling: de communisten mores leren te verhullen. De vorig jaar overleden Amerikaanse journalist I. F. Stone, bekend om zijn onafhankelijke geest, wijdde een heel boek 'The Hidden History of the Korean War' aan het vraagstuk. Stone uit hierin de verdenking dat het Zuidkoreaanse leger op instigatie van McArthur de eerste aanval inzette. Anderen, zoals Paul Sweezy, meenden dat de Zuidkoreanen en de Amerikanen Noord-Korea provoceerden en 'de noordelijken trapten netjes in de val'. De ondertitel van Stone's boek 'Amerika's eerste Vietnam' werd al eerder door de geschiedenis achterhaald en de recente ontboezemingen uit het communistische kamp laten van zijn theorie weinig meer heel.

Li Chang Cho was, voordat hij namens Pyongyang in 1955 zijn geloofsbrieven als ambassadeur in Moskou overhandigde, plaatsvervangend stafchef van het Noordkoreaanse leger en nam in die hoedanigheid deel aan de beraadslagingen met 'de grote leider, de zon der mensheid en onoverwinnelijke commandant met de ijzeren wil', zoals Kim Il Sung in Noordkoreaanse hyperbolen wordt aangeduid.

Li, die in Minsk woont, zegt nu: 'Ik wil deze leugen niet langer op mijn geweten hebben. De waarheid moet volledig hersteld. Kim was het grote brein achter de 'nationale bevrijdingsoorlog' en hij heeft Stalin inderdaad geconsulteerd. Hij deed zijn best Stalin ervan te overtuigen dat het plan gegarandeerd succes zou hebben en kreeg diens toestemming ondanks Stalins bezorgdheid over een mogelijke Amerikaanse betrokkenheid.' Het Noordkoreaanse Volksleger vormde twee korpsen, verdeeld in zeven infanteriedivisies en 'e'en tankbrigade die nauwkeurige instructies kregen voor het offensief om 4 uur 's morgens, zegt Li Sang Cho. 'De vijand had slechts een divisie bij Kaesong, geen wonder dat het Volksleger in een 'Blitzkrieg' al op de derde dag de Zuidkoreaanse hoofdstad wist te veroveren.'

'Degenen die, tegen het nationale belang in, de interventie beraamden en troepen stuurden om tegen onze mede-Koreanen te vechten, moeten door de geschiedenis worden berecht', aldus Li tegen Moscow News.

Het persoonlijke verhaal van Li is curieus. In 1956, na het 20ste partijcongres van de CPSU waarin werd afgerekend met Stalin, kreeg hij problemen met Kim Il Sung. Li dacht dat de tijd eveneens rijp was voor een afrekening met Kim. Hij vergiste zich: een dode Stalin had geen verweer, de levende, megalomane Kim des te meer. Li Sang Cho vroeg en kreeg politiek asiel in Moskou, voor zover bekend de enige keer dat iemand uit het ene communistische land zijn toevlucht zocht tot het andere. In de Sovjet-Unie heeft hij zich al die tijd rustig gehouden, tot de glasnost hem dreef de geschiedenis te corrigeren, respectievelijk te bevestigen.

Een getuigenverklaring over de 'werkelijke dader' is een wankele basis, maar ook de Sovjet-Unie en heel voorzichtig China bekennen dat een valse voorstelling van zaken is gegeven. Op een conferentie die vorige maand in Seoul werd gehouden bespraken diplomaten, militairen en politici die bij de oorlog betrokken zijn geweest, afkomstig uit onder andere de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Frankrijk, Polen en Hongarije, de ware toedracht. Unaniem kwam men tot de slotsom dat Stalin een van de belangrijkste aanstichters van de oorlog was. Sommigen meenden dat de dictator persoonlijk het sein tot de aanval heeft gegeven. Zhai Zhihai, wetenschapper aan het Internationaal Instituut voor Strategische Studies in Peking, was niet aanwezig maar leverde wel een schriftelijke bijdrage aan de conferentie, waarin hij repte van een vooropgezet plan door Mao, Stalin en hun 'geliefde zoon' Kim Il Sung. Het was de eerste maal dat een Chinese strategische deskundige toegaf dat de oorlog uit het noorden was begonnen.

De Sovjet-vertegenwoordigers kwamen in Seoul nog met een andere bekentenis: de betrokkenheid van het Rode Leger. Een complete Sovjet-luchtmachtdivisie en een ondersteuningsleger, gelegerd in het noordoosten van China vochten in de oorlog aan Noordkoreaanse zijde tegen de VS/VN-troepen. Zonder de oorlog te verklaren vocht Stalin tegen het Westen.