Boem; Osmose

In een boodschappenwagentje op weg naar de kassa van de supermarkt raakte een ei in druk gesprek met een winterwortel. 'Wat deed jij eigenlijk voordat je hier terechtkwam?', vroeg het ei. 'O, van alles', antwoordde de wortel, 'maar mijn hoofdtaak was om water uit de aarde op te zuigen voor de plant waar ik aan vastzat. Geen gemakkelijke klus, kan ik je verzekeren. Echt het werk voor een specialist.' 'Wat nu specialist', zei het ei, 'ik denk dat ik dat ook heel goed zou kunnen.' Vandaag gaan we een kippeei ombouwen tot winterwortel. We laten het water opslorpen uit een glas water en zijn struif omhoogduwen door een rietje. We hebben nodig: een vers kippeei, een limonaderietje, een priem of schaar, een glas met een bodempje water en wat kauwgom of boetseerklei.

Tik aan de stompe onderkant van het ei voorzichtig de schaal kapot en pel er een paar stukjes af, maar zonder het dunne vliesje daar direct onder te beschadigen. Maak met de priem of schaar aan de spitse bovenkant van het ei een klein gaatje door schaal en vlies. Maak het gaatje groter totdat het limonaderietje er net doorheen kan. Steek het rietje ongeveer een centimeter in het ei en zet het vast met een laagje boetseerklei of kauwgom rond de plek waar het in het ei verdwijnt. Boetseer het kringetje zo, dat er geen kiertje meer openblijft.

Zet het ei met het rietje omhoog in het glas water en wacht. Na enige tijd zie je dat er door het rietje struif omhoog kruipt, dat door het ei naar boven wordt geduwd. De kans is groot, dat het struif zelfs helemaal tot boven aan het rietje stijgt en er uitloopt.

Dit spectaculaire verschijnsel heet osmose. Het ei zuigt water uit het glas op door kleine gaatjes in zijn vliesje. Water bestaat uit heel kleine deeltjes of moleculen. Een watermolecuul is zo klein, dat het zelfs door een microscoop niet te zien is. Stel je een waterdruppel voor als de aarde, dan is een watermolecuul ongeveer zo groot als een tennisbal.

De gaatjes in het vliesje van het ei zijn precies zo groot, dat watermoleculen er net doorheen kunnen maar grotere moleculen niet. In het eierstruif zitten behalve watermoleculen ook nog allerlei grotere moleculen, zoals eiwitten. Die kunnen dus niet door de gaatjes in het vlies naar buiten. Het water en het eierstruif willen graag mengen. Als het vliesje er niet was, zouden er vanuit het ei grote moleculen het glas in gaan en watermoleculen vanuit het glas het ei in, net zo lang totdat er een evenwicht ontstond en de grote moleculen binnen en buiten gelijkmatig met het water waren vermengd.

Maar het vliesje houdt de grote moleculen tegen, dus kan het evenwicht alleen worden bereikt als er watermoleculen naar binnen gaan. Omdat het ei al helemaal vol zit met struif, kan er alleen maar water bij als er ook struif uitgaat, in dit geval door het rietje aan de bovenkant (zat dat gaatje er niet, dan zou er niets gebeuren omdat de stevige eierschaal de opname van extra water zou beletten). Het water in het glas is als de vochtige aarde van de wortel, het rietje als de stengel van de plant. Het ei in de supermarkt zat dus niet zo maar op te scheppen.