Bankhervorming in Italie geeft macht van de politici nieuwekansen

ROME, 20 juli De financiele sector in Italie is door de voormalige minister van schatkist Giuliano Amato vergeleken met een versteend woud. Industrieel gezien mag het land tot de top zes van de wereld behoren, op financieel gebied zit Italie in de achterhoede van Europa. De werkgeversorganisatie Confindustria klaagt dat je voor geldzaken vrijwel overal sneller, goedkoper en beter terecht kunt en meer keus hebt.

De nieuwe bankwet moet dit allemaal verleden tijd maken. De wet ontleent haar naam aan de socialist Amato, die twee jaar geleden het initiatief nam. Zij is beschreven als een enorme stimulans voor de herstructurering van de financiele sector, een mijlpaal. En mijlpalen zijn er niet zoveel op dit gebied, want de bestaande regelgeving is gebaseerd op een bankwet uit 1936. De meeste Italiaanse banken zijn in handen van de overheid: staat, regio, provincie of gemeente. De wet-Amato die vorige week donderdag door de Senaat is aangenomen, maakt de weg vrij voor een beperkte vorm van privatisering, in de hoop dat banken zich zullen aanpassen aan de eisen van de markt. Daarnaast biedt zij een bonus op samenwerking en komt er een kapitaalinjectie voor de banken die het meest lijden onder onderkapitalisering. De wet biedt twee jaar lang een belastingvoordeel voor banken die fuseren. Het bankwezen is met bijna twaalfhonderd banken bijzonder gefragmenteerd, en verwacht wordt dat de wet-Amato vooral onder de kleine, regionaal georienteerde spaarbanken zal leiden tot een fusiegolf. Deze hebben vaak in hun eigen regio een sterke positie, maar zijn te klein om een gevarieerd pakket te kunnen aanbieden en om het hoofd te bieden aan internationale concurrenten. Verder voorziet de wet in een kapitaalinjectie van in totaal 1.800 miljard lire, ongeveer 2,8 miljard gulden. Hiervan zullen vooral de Banco di Napoli (835 miljard), de Banco di Sicilia (562 miljard) en de Banco Nazionale del Lavoro (353 miljard) profiteren.

De meest-ingrijpende verandering is openstelling van de banken voor de particuliere sector. De wet-Amato maakt het mogelijk de juridische structuur te veranderen, waardoor banken onder het normale vennootschapsrecht zouden vallen en een deel van hun aandelen kunnen verkopen. Hierover is een felle strijd gevoerd, omdat veel politici de controle niet uit handen willen geven. Het resultaat is een compromis: 51 procent van de aandelen moet in handen blijven van de overheid. Alleen in uitzonderingsgevallen mag daarvan worden afgeweken, en daarvoor is dan een speciaal kabinetsbesluit nodig. Amato en zijn opvolger Guido Carli hebben hartstochtelijk gepleit voor privatisering. Naast de fragmentatie en de archaische regelgeving is de politisering een hoofdprobleem. De christen-democraten en de socialisten, de twee grootste regeringspartijen, gebruiken de banken als politiek instrument. Politieke vrienden worden op topfuncties benoemd en de kredietstroom wordt regelmatig gestuurd. Daarom letten bankdirecteuren die hun baan willen houden, minder op efficientie dan op het bevredigen van de politieke clientele.

Bovendien kan de politieke strijd om de verdeling van de posten benoemingen maanden, soms jaren ophouden en zo de besluitvorming binnen een bank verlammen. Dit systeem van lottizzazione, verdeling van de buit, is de afgelopen maanden weer in opkomst nu politici onder het motto 'het primaat van de politiek' proberen hun greep op de economische sector, en dus ook het bankwezen, te versterken. Daarom hebben de regeringspartijen een correctie aangebracht op het oorspronkelijke voorstel van Amato, volledige privatisering, en met het minimum van 51 procent voor de staat een sleutelrol voor zichzelf voorbehouden. Zij werden hierin gesteund door de communistische oppositie, die de oude boeken opsloeg en zei dat de staat wel degelijk een grote rol kan spelen in de economische sector als zij maar efficienter leert werken. Minister van schatkist Carli en schaduwminister Filippo Cavazzuti zagen het respectievelijk teleurgesteld en woedend aan. Cavazzuti, senator voor Onafhankelijk links, verweet zijn politieke medestanders een achterhaalde ideologie te volgen die haaks staat op de plannen van de communisten om zich om te vormen tot een moderne linkse partij.

En Carli wreef hij aan akkoord te zijn gegaan met een privatisering die eigenlijk helemaal geen privatisering is. 'Niet alleen privatiseren ze niets, maar ze gaan precies in de omgekeerde richting' doordat de overheid uitdrukkelijk de meerderheid voor zichzelf voorbehoudt, aldus senator Cavazzuti. 'Het is een Bulgaars besluit, dat wil zeggen verbonden aan de bureaucratisch-oppressieve logica' van de politieke machthebbers. Minister Carli heeft nauwelijks gereageerd op de filippica's van Cavazzuti, en liet zo zien dat deze zei wat hij zelf in stilte dacht. Het is een compromis, noodzakelijk door het felle verzet van met name de christen-democratische partij, zei hij alleen maar. In ieder geval is het een stap in de goede richting. De grote vraag is nu wie er bereid is te investeren in een instelling waar de overheid, met haar slechte staat van dienst, de uiteindelijke macht blijft behouden. Italie kent nauwelijks institutionele beleggers, en aangenomen wordt dat mensen hun lires alleen in de banken zullen steken als daar garanties voor een betere bedrijfsvoering tegenover staan.

Eigenlijk heeft alleen de industrie geld om op grote schaal te investeren in de banken, maar die mag dat niet. Een essentieel maar nog altijd niet opgelost probleem bij de financiele herstructurering in Italie is de verhouding tussen banken en industrie. Er wordt al jaren gesproken over een anti-trustwet die ook hiervoor regels zou moeten stellen, om te voorkomen dat bedrijven zo'n groot belang krijgen in een bank dat zij in feite zelf beslissen over hun eigen kredietaanvraag. Het jongste voorstel is een limiet van vijftien procent voor het belang dat een industriele groep in een bank mag hebben. Samenwerkende aandeelhouders zouden niet meer dan twintig procent mogen hebben. Deze limieten zijn vooral bedoeld om de vier grote zakentycoons van Italie af te remmen: Agnelli, Ferruzzi, Berlusconi en De Benedetti. Deze hebben al een enorme macht, mogelijk gemaakt door het ontbreken van anti-trustregels en vergroot door het feit dat er na hen lange tijd niets komt. Als ze ook de financiele wereld zouden gaan beheersen, zouden ze nog meer de dienst gaan uitmaken. De anti-trustwet, de wet op overnemingen en die op 'inside trading' op de beurs (handel met voorkennis) moeten de volgende stappen worden. Jarenlang is in Italie niets gebeurd terwijl andere landen hun financiele systeem radicaal hebben veranderd, maar nu gaat het ook hier op de helling.

De afgelopen maanden is het kapitaalverkeer geliberaliseerd, is de lire binnen de nauwe band van het Europese Monetaire Stelsel gebracht, en kregen banken de mogelijkheid meer filialen te open. De 75-jarige Carli, ex-gouverneur van de Italiaanse bank, roept keer op keer dat met de rest haast moet worden gemaakt, want de seconden naar 1993 tikken weg en dan komen de Duitse banken. Carli heeft het parlement gevraagd of hij een algemene schets mag schrijven waarin alle financiele hervormingen zijn verwerkt en met elkaar in overeenstemming zijn gebracht. Het zou een kader moeten worden voor het nieuwe financiele stelsel. Maar hij is een technocraat die weinig geduld heeft voor de wensen van de partijen, ook niet voor die van zijn eigen christen-democratische partij. In het kabinet van premier Andreotti, die het partijpolitieke spel tot in zijn vingertoppen beheerst, komt hij steeds meer alleen te staan. Het ziet ernaar uit dat Carli moet leren leven met compromissen.