Water met een luchtje

Rotterdammers klagen vaak over hun water: het heeft een smaakje, een vies smaakje. Inwoners van Warschau klagen nooit over hun water. Het heeft niettemin geen smaakje maar een heuse smaak, een waarvan elke Rotterdammer die het hier komt drinken op slag verbleekt, ziek wordt en stante pede besluit nooit meer over het leidingwater thuis te klagen.

Het Warschause leidingwater smaakt naar alles en nog wat: je proeft er ijzer in, je proeft er chloor in, het smaakt soms een beetje zilt, iets ondefinieerbaars, het doet denken aan strand. Het is een melange van smaken die gemeen hebben dat ze niet bij leidingwater horen. Je proeft dat natuurlijk als je het drinkt, maar je proeft het ook dwars door de thee heen, en soms door de koffie. Het Warschause leidingwater heeft nog meer: het heeft een kleurtje, het is ergens tussen oranje en bruin in, een vers volgelopen bad ziet er uit alsof er al iemand langdurig in heeft gezeten. Deskundigen houden vol dat het water in orde is: het is drinkbaar en zeker niet schadelijk, zeggen ze. Het ligt er doorgaans maar aan voor wie. De inwoners van de Roemeense Donaudelta drinken rustig uit hun rivier, een riool waarin half Europa zijn afval heeft gestort, en zijn toch kerngezond. De Warschauers worden van hun leidingwater niet ziek, maar buitenlanders lopen gegarandeerd een forse diarree op. Een kwestie van aanpassing, door de jaren heen. Het Warschause drinkwater komt uit de Vistula, de moeder van alle Poolse rivieren, majesteitelijk als je haar ziet liggen, een honderden meters brede, kalme rivier. Niettemin: nog zo'n open riool. Al in het zuiden, in Krakow en Silezie, is de Vistula ernstig verontreinigd en in de 600 kilometer die ze dan nog aflegt voor ze in de Oostzee uitmondt komt daar nog heel wat vuiligheid bij. Het belangrijkste probleem van de Vistula is de hoge fenol-concentratie in het water. Om het te neutraliseren voegt het waterleidingbedrijf er chloor aan toe. Het resultaat is een nieuwe substantie, chloorfenol, die het water die ellendige smaak geeft. Maar, zo houdt het waterleidingbedrijf vol, het water mag stinken, maar het is in orde.

Er is nog een manier om fenol te neutraliseren: je kunt er ozon aan toevoegen. Dat doet men in Wroclaw, dat zijn water uit de Oder betrekt, en de Oder is nog sterker vervuild dan de Vistula. Het water dat in Wroclaw uit de kraan komt is niet vuil en stinkt niet maar voor Warschau is ozon te duur en dus houdt men het maar op chloor.

Zoals gezegd: Warschauers klagen niet over hun water. Dat ligt misschien aan de gewenning. Het kan ook liggen aan het feit dat water niet hun enige zorg in het dagelijkse leven is: als ze klagen over het water kunnen ze wel aan de gang blijven, en Warschauers klagen veel, en met reden, maar ze klagen niet altijd. Dat betekent echter niet dat ze tevreden zijn over het water. Dat wordt wel bewezen door de animo waarmee ze gebruik maken van de mogelijkheid om schoon echt schoon, kleurloos en geurloos water te bemachtigen.

Er zijn in Warschau tien punten waar dat echt schone water uit de kraan komt. Het wordt opgepompt uit bronnen die soms honderden meters diep zijn. Die bronnen zijn eigendom van de gemeente, maar ook de Nationale Bank heeft zo'n bron, en het Geologisch Instituut heeft er ook een. Die instanties stellen het water gratis ter beschikking van de bevolking, en daar wordt dankbaar gebruik van gemaakt. Menig inwoner van de stad laadt een of twee keer per week de achterbak van zijn auto vol met jerrycans, emmers en andere holle vaten, rijdt naar het tappunt, gaat in de rij staan en vult wat hij te vullen heeft. Tien tappunten zijn niet genoeg voor de hele bevolking van 2 miljoen zielen, maar ze zijn genoeg voor de fijnproevers. Althans voor de fijnproevers met een auto, want de meeste Warschauers wonen niet dicht genoeg bij een tappunt om met vijftig liter water te sjouwen, en fietsen is nog altijd niet populair in de Poolse hoofdstad.