Technische krachttoer van pianist Wayenberg

Met de voordracht van twee keer twaalf piano-etudes, respectievelijk van Chopin en Liszt, oogstte Daniel Wayenberg in het Amsterdamse Concertgebouw stormachtige bijval. Gelukkig bedierf hij het effect van zijn in verschillende opzichten adembenemend spel niet door de klappers en bravo-roepers nog eens met een toegift te belonen. Wayenberg is uiteraard al heel lang vertrouwd met deze concertetudes. Nog een paar jaar geleden verzorgde hij een grammofoonopname van de in technisch opzicht berucht moeilijke Liszt-etudes. Dat neemt echter niet weg dat het spelen op een avond van heel Chopins opus 10 plus nog eens twaalf etudes van Liszt ook voor een begaafd en beproefd pianist als Wayenberg een gedurfde onderneming is: geestelijke spankracht is vereist voor een dergelijke tour de force. Wayenberg heeft iets van een jogger, die door de overmatig grote fysieke inspanning welke hij zich getroost ten slotte in een soort trance geraakt, die hem als het ware boven zichzelf uit doet stijgen.

Uitputtingsverschijnselen kent Wayenberg niet. Integendeel: naarmate het moeilijker wordt raakt hij meer op dreef. In technisch opzicht vormde de vertolking van de Chopin-etudes een knappe, maar niet weergaloos knappe prestatie. In muzikaal opzicht viel Wayenbergs weergave van Chopins werk echter een beetje tegen. Te vaak beperkte hij zich tot degelijk geroutineerd vakwerk, terwijl hij zich in de muzikale expressie al te zeer op de vlakte hield. Kortom: deze Chopin was prettig om naar te luisteren, maar niet opwindend. Pas gaandeweg maakte zich bij de vertolking van de Liszt-etudes de creatieve waanzin van Wayenberg meester, zonder welke deze muziek vleugeillam blijft. In zijn piano-oeuvre beweegt Liszt zich geregeld op het grensgebied van kunstvaardigheid en kunst. De pianist die in de virtuoze vaardigheid blijft steken en al te zeer het accent legt op zijn bijzonder technisch kunnen, maakt zeker van Liszt een in muzikaal opzicht oninteressante notenbrij. Naarmate Wayenberg meer heksentoeren, duivelskunsten en technische hoogstandjes verrichtte, werd de geest over hem vaardiger. En na de etude Vision produceerde hij alleen nog maar zuiver muzikale klanken: betoverend, vervoerend en verinnerlijkt. Fris als een hoentje, zo leek het, bereikte Wayenberg na deze fysiek-psychische krachttoer de eindstreep.

Concert: Daniel Wayenberg, piano. Programma: Chopin, 12 etudes opus 10; Liszt, Etudes d'execution transcendante. Gehoord: 17/7 Grote Zaal Concertgebouw, Amsterdam.