Schatgraverij in Istanboel kan beginnen

ISTANBOEL, 19 juli Het Turkse ministerie van cultuur heeft toestemming gegeven voor een speurtocht naar 160.000 kilo goud in Byzantijnse munten die zouden liggen onder de Aya Sophia, een voormalige moskee in Istanboel die al enige jaren museum is. De goudschat zou daar door keizer Constantijn zijn begraven voor 1453, het jaar waarin de stad (toen nog Constantinopel geheten), werd veroverd door de Turken.

De schatgraverij zal binnenkort beginnen onder leiding van Ibrahim Irgoren, een 74-jarige econoom die hoopt dat de vondst van het goud nu vier miljard gulden waard Turkije ook economisch zal helpen. In 1986 groef hij in Tekirdag een marmeren sarcofaag van een Anatolische koning op. De jacht naar het goud begint in de wijk Vefa, waar Irgoren een geheime tunnel van vijf kilometer naar de moskee denkt te vinden.

Een woordvoerder van het ministerie van cultuur gelooft niet in het bestaan van de schat. Maar de toestemming voor de opgraviing is gegeven om voor eens en altijd een eind te maken aan de verhalen over het goud en de al jarenlang binnenstromende verzoeken daarnaar te mogen graven. De Aya Sophia werd in het jaar 532 als een christelijke kerk gebouwd door de Bijzantijnse keizer Justinianus en na de val van Constantinopel veranderd in een moskee. (Reuters)