ROEMENEN WILLEN HUN OFFERS BELOOND ZIEN

Zes maanden na de December-revolutie biedt Roemenie van alle Oosteuropese landen waar zich het afgelopen jaar een omwenteling heeft voltrokken veruit het minst aantrekkelijke beeld. Rooskleurig is de toestand nergens, maar wat Roemenie aan crisisverschijnselen, aan verkiezingsmanipulatie, aan politiek en etnisch geweld en aan onderling wantrouwen te zien heeft gegeven overtreft alles in het postrevolutionaire Oost-Europa.

Premier Petre Roman, de bright young man van het nieuwe bewind, heeft sinds de gewelddadige inzet van de mijnwerkers in Boekarest midden juni, de taak op zich genomen het kritische buitenland tekst en uitleg te verschaffen over de 'nare bijverschijnselen' van de nieuwe Roemeense democratie. Al zijn uitlatingen op rij, in interviews met de media, in gesprekken met bezoekende buitenlandse politici en in brieven aan collega's, komen neer op een lange apologie en op een lang verzoek om begrip. Samengevat: de economische situatie van Roemenie is rampzalig, de politieke toestand is weinig beter, maar het ergst is de morele crisis.

Roman gebruikt het argument van de morele crisis als een excuus voor vooral het politieke geweld waarmee Roemenie zich zo duidelijk heeft onderscheiden van de andere Oosteuropese landen. Het lijkt een makkelijk en weinig overtuigend argument, zeker nadat televisiebeelden hebben laten zien met hoeveel fanatisme in Tirgu Mures Roemenen Hongaren hebben doodgeslagen en met hoeveel wreedheid de mijnwerkers in Boekarest vorige maand hebben huisgehouden onder willekeurige voorbijgangers.

Die beelden leiden licht tot de conclusie dat de Roemenen niet rijp zijn voor de democratie, en als een man als president Iliescu de mijnwerkers ook nog onder dankzegging naar hun verre vallei terugstuurt, ligt de conclusie voor de hand dat het nieuwe regime het met de beweerde wil tot democratiseren niet zo nauw neemt.

Dergelijke conclusies worden alleen maar versterkt door de ongegeneerde manier waarop het Front van Nationale Redding de parlementsverkiezingen heeft gemanipuleerd met intimidatie, met geweld tegen opposanten, met fraude en met woordbreuk en door de al even ongegeneerde manier waarop, bijvoorbeeld ten aanzien van de nationale minderheden, oorspronkelijke beloften worden gebroken. Niettemin: in Romans uitlatingen steekt wel degelijk een kern van waarheid.

Angst

Tot op zekere hoogte kennen alle 'bevrijde' Oosteuropese landen eenzelfde morele crisis: de parlementaire democratie, waarvoor vorig jaar met zoveel overgave werd gekozen, wordt belaagd door de geestelijke erfenis van 45 jaar communisme: intolerantie ten opzichte van andersdenkenden, gebrek aan kennis van en begrip voor de wetten en wetmatigheden van de democratie en de vrije markteconomie, angst voor veranderingen. Het resultaat is al te vaak xenofobie en nationalisme, rechts-extremisme, demagogie.

Maar in Roemenie heeft de morele crisis nog een andere dimensie. Een van de oorzaken van de 'morele crisis' ligt zonder twijfel in de mate waarin al sinds de jaren vijftig met de Roemenen is omgesprongen. Toen is een begin gemaakt met de industrialisering van het land. In het kader daarvan zijn in de daarop volgende decennia miljoenen Roemenen van het platteland naar de stad verhuisd. De steden raakten bevolkt met boeren, inclusief hun tradities, hun cultuur en hun mentaliteit.

In de jaren tachtig, toen het meedogenloze beleid van Ceausescu het overgrote deel van de bevolking tot op de rand van het bestaansminimum bracht of het er zelfs onder liet zakken, konden die ge-urbaniseerde boeren alleen overleven dank zij de nooit verbroken relaties met het platteland, relaties die in Roemenie vaak nog decennia na de verhuizing naar de stad in stand worden gehouden.

Aan de andere kant zijn echter ook miljoenen nieuwe stadsbewoners ontworteld geraakt, en door die ontworteling is de gewenning aan een nieuw systeem economisch, politiek en sociaal nog veel moeilijker dan elders. De Roemeense boer is van aard een hoogst wantrouwend mens de geschiedenis heeft hem daar de afgelopen eeuwen ook aanleiding genoeg toe gegeven en wantrouwen ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen, nieuwe regels en nieuwe leiders wordt niet voor niets in het Roemenie van na de revolutie op brede schaal en dagelijks tentoongespreid.

Diep dal

Naast die ontworteling en dat traditionele wantrouwen speelt ook de gigantische kaalslag, waartoe de laatste tien jaar van het regime van Ceausescu heeft geleid, een rol. Weinigen in het Westen kunnen er zich daadwerkelijk een voorstelling van maken hoe diep het dal is geweest waardoor de Roemenen de afgelopen tien jaar zijn gegaan. Geen enkel volk in Oost-Europa heeft na de oorlog moeten vrezen voor zijn overleven behalve de Roemenen.

De Roemenen hebben honger geleden en de Roemenen zijn elke nieuwe winter bang geweest dood te vriezen. Waar elders in Oost-Europa de regimes hun burgers tenminste in hun priveleven nagenoeg met rust lieten, hebben de Roemenen zich tien jaar lang tot in de verste uithoeken van hun priveleven achtervolgd gevoeld door een bewind dat hen niet alleen niet toestond voldoende te eten, zich behoorlijk te kleden en zich medisch te laten behandelen, maar dat hen zelfs dwong een vastgesteld aantal kinderen te krijgen.

De Tsjechen en Slowaken, de Oostduitsers, de Bulgaren zij hadden nog wel degelijk een aantal rechten. De Roemenen hadden geen rechten, en meer plichten dan de anderen. Toen de Roemenen in december opstonden, deden ze dat omdat ze simpelweg niet verder achteruit konden. Zoals op 17 december een zwangere vrouw een schietende soldaat toeriep: 'Schiet maar, we willen niet meer leven.' Alle volkeren van Oost-Europa zijn onder het socialisme gekoeioneerd, onderdrukt en mishandeld, maar geen volk is zo vernederd en zo wreed en pervers mishandeld als het Roemeense. Roemenie is een veld waar onder Ceausescu niet alleen het gras is gemaaid maar waar ook de wortels zijn uitgerukt.

Ongeduld

Uit die kaalslag, en uit de wijze waarop de Roemenen zich in december ontdeden van dat intens gehate bewind op eigen kracht, en met geweld is voor een belangrijk deel de catalogus van nare bijverschijnselen van de afgelopen zeven maanden te verklaren. De Roemenen worden gedomineerd door een fundamenteel ander gevoel dan elders in Oost-Europa bestaat: zij hebben daadwerkelijk offers gebracht voor de bevrijding, ze hebben hun eigen bloed vergoten, hun eigen kinderen verloren, ze hebben onder schot gelegen en ze hebben de securisti zelf overwonnen: ze hebben Ceausescu hoogstpersoonlijk verdreven.

En aan dat gevoel ontlenen ze rechten: ze willen beloond worden voor die inzet, die offers, en wel snel, want ten slotte zijn hun persoonlijke levensomstandigheden doorgaans niet benijdenswaardig. Ongeduld domineert, en domineert zo sterk dat de commentaren dat 'er niets is veranderd' al heel snel na de revolutie van december te horen waren.

Het gevoel de omwenteling persoonlijk te hebben gerealiseerd, versterkt bovendien het traditionele wantrouwen: andersdenkenden brengen in Roemenie bijna per definitie 'onze' revolutie in gevaar. Tolerantie is in Roemenie nooit een in het oog springende karaktertrek geweest en een politieke cultuur (of een vorm van democratie die vergelijkbaar is met de parlementaire) heeft nooit de kans gekregen zich te ontwikkelen.

De Roemenen die in Tirgu Mures Hongaren doodsloegen en de mijnwerkers uit de Jiu-vallei die vorige maand in Boekarest huishielden deden dat ook al werden ze gemanipuleerd door ex-securisti in de overtuiging dat 'hun' revolutie gevaar liep en moest worden verdedigd. Dat het bewind dit optreden in de ogen van het democratische buitenland niet krachtig genoeg veroordeelde, ligt mede aan de angst van dat bewind voor de krachten die na de revolutie zijn vrijgekomen: als de mijnwerkers zouden willen, zouden ze het bewind zonder veel moeite ten val kunnen brengen.

De morele crisis in Roemenie waarover Petre Roman het de afgelopen vier weken zo vaak heeft gehad gaat zo mogelijk nog dieper dan de economische crisis: er zullen jaren verstrijken voordat de Roemenen over die erfenis van het vorige systeem heen zijn. Dat betekent niet dat die morele crisis als excuus kan worden gebruikt voor de ondemocratische methoden waarmee het Front te werk is gegaan bij bijvoorbeeld de verkiezingscampagne en de verkiezingen zelf. Het lijdt geen twijfel dat het Front eerlijke verkiezingen op zijn sloffen zou hebben gewonnen. Dat het toch is overgegaan tot geweld tegen rivaliserende partijen toont aan dat de morele crisis zich ook uitstrekt tot het Front van Nationale Redding. Roemenie is een doodziek land.

In het centrum van Boekarest. (Foto: NRC Handelsblad/ Maurice Boyer)