ONTWERPEN VAN FERRARI IN FLORENCE TENTOONGESTELD; Bindendelement van een broze natie

Is een auto kunst en dus geschikt om tentoongesteld te worden? In Italie wordt deze vraag unaniem met 'ja' beantwoord. Helemaal geen twijfel is mogelijk wanneer de wagen ook nog rood van kleur is en opgesierd wordt door een stijgerend zwart paardje. Want dan hebben we te maken met een Ferrari, de oogappel van autoland Italie. In het Fortezza di Belvedere in Florence is een expositie over Ferrari te zien, waarin het mythische automerk een deel van zijn geheimen prijsgeeft.

Het is geen toeval dat Ferrari de eerste tentoonstelling over zichzelf juist in Florence organiseert. Met graagte verwijst de directie naar het rijke culturele verleden van de Toscaanse stad. 'Grondlegger Enzo Ferrari heeft altijd pure ambachtskunst gekoppeld aan hoogstaande technologie. Ferrari is het produkt van een traditie die wortelt in de Italiaanse Renaissance, toen geniale handwerkslieden in kleine werkplaatsen voorwerpen schiepen die de wereld verbaasd deden staan' aldus Piero Fusaro, huidig directeur van Ferrari. De organisator van de tentoonstelling, Valerio Moretti, gaat nog een stapje verder en legt een verband met de sprankelende rode kleuren van de net gerestaureerde fresco's van de Florentijnse meester Masaccio in de Brancacci Kapel, op dezelfde dag als de Ferrari-tentoonstelling geopend door de Italiaanse president Cossiga.

Ondanks dit chauvinisme is Ferrari wel degelijk een oer-Italiaans produkt. De auto is supersnel, fraai gevormd, mannelijk en eigenzinnig en dat maakt hem tot wellicht een van de meest bindende elementen van de broze Italiaanse natie. Alleen dat rechtvaardigt al een tentoonstelling. Ferrari is gelukkig niet gezwicht voor de verleiding een overzichtstentoonstelling te maken, maar heeft gekozen voor het in beeld brengen van het 'idee' over de auto zoals dat meer dan veertig jaar leefde in het hoofd van grondlegger Enzo Ferrari, die twee jaar geleden op negentigjarige leeftijd overleed. 'L'idea Ferrari', zoals de expositie dan ook heet, wordt aan de hand van de belangrijkste Ferrarimodellen, zeldzame ontwerpschetsen, motoren en houten modellen (masters) in beeld gebracht. Het materiaal is afkomstig uit prive-collecties, archieven van Ferrari, Pininfarina en andere bij de totstandkoming van een Ferrari betrokken bedrijven. Enzo zou overigens nooit toestemming hebben gegeven voor een dergelijk open huis. De oude 'Drake', zoals zijn bijnaam luidde, mocht graag tegen journalisten zeggen: 'Meer kan ik niet vertellen, wat zou ik anders aan jullie verbeelding overlaten?' En het is precies die verbeelding, waarop het rode merk heeft ingewerkt. De 'mythe' die rondom Enzo Ferrari en zijn wagens is ontstaan, werd gevoed door de eclatante sportieve en technische successen, maar ook door de geheimzinnige sluier die om Ferrari heen hing. Ook in letterlijke zin: over een nieuwe Ferrari, die aan de wereld gepresenteerd werd, was meestal een gordijn gedrapeerd dat pas na lang wachten op een sein van Enzo werd verwijderd.

Het Fort Belvedere, hooggelegen aan de zuidzijde van de rivier de Arno, biedt uiterst suggestieve expositiemogelijkheden. Dit bleek ook in 1972, toen grote sculpturen van de beeldhouwer Henry Moore in de tuin prijkten. Op de plaats waar in de vijftiende eeuw kanonnen stonden opgesteld, staan nu in negen meter hoge kubussen van plexiglas de modellen die in de geschiedenis van Ferrari een doorslaggevende rol hebben gespeeld: een Barchetta uit 1949 en een Berlinetta uit 1950, beide met carosserie van Touring; 250 Testarossa (1959); 250 Le Mans (1964); Dino Competizione (1967); Daytona (1968); BB, Berlinetta Boxer (1971), alle met carosserie van Pininfarina. De kubussen vormen samen met het uitzicht over de stad een fascinerend geheel. Verspreid door de tuin staan houten modellen, afkomstig van de designstudio Pininfarina, die vanaf 1952 de Ferrarimodellen ontwerpt. Nadat befaamde ontwerpers als Touring en Vignale in de beginjaren schitterende, maar onderling zeer verschillende, modellen voor Ferrari hadden ontworpen, was het Pininfarina die Ferrari een eerste eigen gezicht gaf. Met Pininfarina werd ook een begin gemaakt met een meer seriegerichte produktie. Het betekende goeddeels het einde van de mogelijkheid Ferrari's naar de speciale wensen van de klant te maken zoals de Spider Super Sport, Tipo 166MM, carosserie Vignale, uit 1951, gebouwd voor de regisseur Roberto Rosselini. Ook trad in deze jaren een duidelijker scheiding op tussen racewagens en wagens bestemd voor de weg. Iets wat Enzo Ferrari waarschijnlijk, verliefd als hij was op de racerij, diep in zijn hart speet.

In het fort zelf zijn veertien zalen ingericht met technische tekeningen (waarvan sommige langer dan zeven meter), foto's, modellen op schaal, carrosserieen, studies voor de windtunnel, motoren en drie Formule-1-wagens. De belangrijkste fases uit de geschiedenis worden uit de doeken gedaan: 1947-1951, ontwikkeling door Gioacchino Colombo van de 12-cilinder motor, de basis van het Ferrari-succes; 1951-1959, uitvinding en ontwikkeling van motor met vier cilinders in lijn; 1960-1970, de motor verhuist van voor naar centrum/achter, hetgeen grote veranderingen voor de vormgeving ten gevolge had, en de produktie van de '250', voor velen nog steeds de Ferrari; 1971-1979, produktie van de modellen Dino V6; 1980-1990, verdere ontwikkeling van de serieproduktie.

De langgekoesterde geheimen van Ferrari zijn met deze tentoonstelling aan de buitenwereld prijsgegeven, maar Ferrari-directeur Fusaro verklaart dat Ferrari zal blijven produceren op de wijze die Enzo altijd voor ogen heeft gestaan. Dus hoogwaardige (race)auto's, gemaakt in kleine series met behulp van de allermodernste apparatuur, volgens de beste Italiaanse ambachtelijke tradities.