Laatste resten tropisch Warschaupact

Het is alweer bijna twee maanden geleden dat ik de eer en het genoegen had om kennis te maken met de heer Josef Strouhal, eerste secretaris van de ambassade van de volksrepubliek Tsjechoslowakije te Havana, Cuba. Het was een warme dag in Havana (de meeste dagen zijn er warm), maar het decor voor onze ontmoeting werd gevormd door de luchtgekoelde behuizing van het Tsjechisch Cultureel Centrum in de Cubaanse hoofdstad, dat qualitate qua door de heer Strouhal wordt beheerd.

Die dag werkte de luchtkoeling alleen voor ons. Waren het De Beste Boekomslagen uit Praag die de eilandbevolking naar de cultuurtempel hadden moeten lokken of had men gehoopt dat zich lange rijen zouden vormen om in te tekenen op een volksdanscursus die na de zomer beloofde te beginnen? Als dat zo was, dan was er ergens iets ernstig misgegaan, want de immense cultuurtempel bleef omineus leeg en Josef Strouhal was alleen daarom al bovenmate ingenomen met mijn bezoek. Pilsener of rum? En wist ik dat Tsjechoslowakije het eerste land was geweest dat de revolutionaire regering van Fidel Castro had erkend? Zulks had een band geschapen die niet meer stuk kon. Sinds de afschuwelijke Russische inval in 1968 begrepen beide volkeren elkaar bovendien nog eens zo goed. Ook de Cubanen worden immers al dertig jaar door een buitenlandse agressor, de Verenigde Staten, bedreigd.

Omwenteling

Maar had Castro die inval niet juist goedgekeurd, vroeg ik.

Ach, ook Castro heeft niet het eeuwige leven, antwoordde Josef Strouhal filosofisch. Politiek zou na de recente omwenteling in Tsjechoslowakije trouwens niet meer zo'n rol spelen in de betrekkingen met Cuba. Dat was fijn. Nu had hij meer tijd om de Tsjechische cultuur te verbreiden. Die verandert immers niet.

Boven het bureau van Josef Strouhal hing een portret van de nieuwe president van zijn land.

Waren er al boeken van Vaclav Havel op Cuba gearriveerd? Het werk van Havel is erg moeilijk te begrijpen en leent zich daarom slecht voor vertaling, meende Josef Strouhal.

De Brieven aan Olga zijn toch niet moeilijk? Nee, zuchtte Josef Strouhal, maar ik ben hier om de cultuur te vertegenwoordigen. Binnenkort organiseer ik een tentoonstelling met keramiek.

Ik heb het de directeur maar niet moeilijker gemaakt dan hij het al had. We hebben nog wat gedronken een pilsener, een rum en hij liet me de foto's zien die hij tijdens zijn zevenjarig verblijf op Cuba had gemaakt. Heel verdienstelijke platen van blote negermeisjes en het schilderachtige verval van oud-Havana.

De afgelopen week heb ik herhaaldelijk aan Josef Strouhal gedacht, bij het lezen over de Cubanen die asiel hadden gezocht in zijn ambassade en bij het zien van televisiebeelden van Tsjechische families die met dikke kartonnen koffers uit Havana werden geevacueerd. Mocht hij zich destijds enigszins overbodig hebben gevoeld, op dit moment heeft hij volop werk, al zal het maar voor even zijn.

Ook mevrouw Antje Kramer keert nog wel eens in mijn gedachten terug, de wakkere directrice van de Oostduitse handelsdelegatie die me vertelde dat zij hoopte ook na de wedervereniging de positie van Duitsland als tweede handelspartner van Cuba te kunnen handhaven. Exporteert zij al suikerriet naar Bonn?

Restaurants

Nu we het er toch over hebben: hoe zou het zijn met de sombere restaurants Varsovia, Moscu en Sofia? Waar haalt garage Praha tegenwoordig de reserve-onderdelen voor kapotte Lada's en Polski's vandaan? En hoe lang kunnen de duizenden gehandicapte kinderen van Tsjernobyl nog vakantie houden aan een wit en zonnig Cubaans strand? Ik geloof niet dat er veel bij wordt stilgestaan dat met de opheffing van de communistische regimes in Oost-Europa ook een einde komt aan de enigszins pathetische pogingen tot verbroedering tussen socialistische volkeren aan weerskanten van de evenaar. Aan blini's in Angola, wodka in Ethiopie, balalaika's in Vietnam, karpatenkoppen in de Caraiben. Aan, kortom, de laatste resten tropisch Warschaupact.

Josef Strouhal wilde nog niet openlijk toegeven dat aan zijn jarenlang zwoegen spoedig een eind zou komen, maar werkelijk naief was hij ook weer niet. Bij ons afscheid drong hij er op aan dat we spoedig weer een glas rum of pilsener zouden drinken, liefst deze zomer nog. Hij gaf me zijn kaartje en nam het toen weer terug, om een nieuw adres op de achterkant te schrijven. Vajdova 1029. In Praag.