Informatielast

Uit een 'kip ik heb je!'-onderzoek naar mediagebruik onder Amerikanen bleek dat de meeste mensen het volgen van het nieuws heel belangrijk vonden en er ook flink wat tijd aan besteedden, maar dat er maar weinig van bleef hangen. Het zijn de leuke, dramatische of regelrecht triviale nieuwsfeiten die moeiteloos in het geheugen opgeslagen worden. Zelfs bij de meest toegewijde krantenlezer en CNN-kijker is de kans dat hij de vraag 'Aan welke groente heeft George Bush een hekel?' correct beantwoordt (broccoli) vier keer groter dan bij de vraag wie de generaal van de strijdkrachten bij de invasie in Panama was (Colin Powell). Arme Amerikanen. Wat vallen ze weer door de mand. Eerst moeten ze antwoord geven op de vraag of ze het belangrijk vinden om goed geinformeerd te zijn (niet echt iets om 'nee' op te zeggen), of het milieu hun ter harte gaat (ook al zoiets) en vervolgens moeten ze de datum van 'Earthday' noemen. Slechts 12% van de ondervraagden kwam er voor uit de affaire-Trump gevolgd te hebben, maar, zoals de onderzoekers triomfantelijk becijferden, liefst 37% had de naam van Trumps zogeheten ma^itresse wel degelijk paraat (Marla Maples). Het is eigenaardig dat de geneigdheid van mensen tot het opzuigen van trivialiteiten en drama gezien wordt als iets dat ten koste gaat van het breed geinformeerd zijn. Het heeft eenvoudig niets met elkaar te maken. In Nederland zou hetzelfde onderzoek uitgevoerd kunnen worden en natuurlijk zou iedereen zich Lubbers' achtervolging van de autoradiodief herinneren, maar niet de finesses van diens opstelling inzake de kernraketten (was het nou 'nee, mits' of 'ja, tenzij'?) Evenzo hoef je op de tv maar een glimp van de van zijn ziekbed verrezen Koos Alberts gezien te hebben, of een foto in een blad, en je weet het: Koos Alberts zingt weer als vanouds, maar nu in een rolstoel.

Het menselijk geheugen werkt, afgezien van eigenbelang, graag met grote lijnen, drama en trivialiteiten, want hiervoor geldt dat er geen moeite voor gedaan hoeft te worden; het onthouden gaat vanzelf. Van Anna Karenina weet iedereen die het boek gelezen heeft nog hoe het afloopt: zelfmoord onder de trein. Van aardbevingen blijven niet de data en de aantallen slachtoffers in de herinnering, maar wel het beeld van het meisje dat tot aan haar nek vastzat in het water. En degenen wie de naam Sandy Shaw iets zegt hebben ten minste een onmiddellijke associatie: blote voeten.

Het serieuze politieke nieuws gaat over geld en macht, maar op een onpersoonlijke manier. Het drama zit verstopt en is abstracter. De grote lijn is ofwel in een oogopslag duidelijk uit de kop, zodat het artikel niet verder meer gelezen hoeft te worden, ofwel wordt pas veel later duidelijk, als de gebeurtenissen hun beloop hebben gehad. Het punt eigenbelang spreekt voor zich: boeren spitsen hun oren zodra de naam Braks valt op het Journaal, de rest schenkt nog een kopje koffie in.

Iemand die per dag een half uur in de krant leest, waarvan hooguit een halve minuut de voorpagina en al gauw twee minuten de overlijdensadvertenties, een kwartier naar het Journaal kijkt en per week drie kwartier een opinieblad leest hoort tot de groep van breed-geinformeerden. Of deze persoon echt op de hoogte is valt te betwijfelen. Maar het is voldoende om het commentaar van deze of gene scribent te volgen, de grappen in Keek op de week te begrijpen en mee te kunnen doen met de herkenningslach van het publiek bij conferences van Seth Gaaikema.

Van al het dagelijkse nieuws beklijft maar een fractie. De wereld staat op papier onder handbereik en maakt voor je neus een glazig rondedansje. Confetti in woord en beeld. Bij een ramp wordt er nog wel eens een girootje uitgeschreven. Als de Berlijnse Muur valt wordt het glas geheven. Verder is er de allesoverheersende orde van de eigen dag. Dat is niets nieuws, alleen kon men dat vroeger schuldeloos, want onwetend, doen. Nu is er de last van het geinformeerd zijn die menigeen een beetje draaglijk probeert te houden.