Geen Nederlanders in rampgebied Iran meer

ROTTERDAM, 19 juli In het door een zware aardbeving getroffen gebied in Noord-Iran zijn geen Nederlandse hulpverleners meer achtergebleven. Afgezien van enkele logistieke medewerkers van het Internationale Rode Kruis uit Geneve, wordt de hulpverlening aan de ruim 300.000 daklozen uitgevoerd door medewerkers van de Iraanse zusterorganisatie van het Rode Kruis, de Rode Halve Maan en het Iraanse leger. Bij de aardbeving, op 21 juni, vielen tienduizenden doden.

Dat heeft een woordvoerder van het Nederlandse Rode Kruis meegedeeld. Volgens hem is de Rode Halve Maan zeer wel in staat de hulpverlening met eigen mensen ter hand te nemen en is er uit het buitenland slechts behoefte aan goederen. 'Onze hulp richt zich voornamelijk op de inrichting van gezondheidscentra in de door de aardbeving getroffen dorpen.' Volgens UNICEF is de situatie in het aardbevingsgebied nog steeds dramatisch. 'Dorpen zijn ontvolkt, boerderijen staan leeg, een groot deel van het land wordt niet bewerkt, het vee loopt onverzorgd rond en watervoorzieningen en rioleringen zijn zwaar beschadigd', zo meldt UNICEF. Deze organisatie heeft 10,6 miljoen dollar beschikbaar gesteld voor de opbouw en inrichting van 190 gezondheidscentra. De totale schade in het aardbevingsgebied is nu vastgesteld op zeven miljard dollar. Op het Nederlandse gironummer 800.000 ten bate van Iran is tot nu toe 5,4 miljoen gulden binnengekomen. Het gironummer zal nog tot oktober open blijven staan. Een woordvoerder van het Rode Kruis hoopt uiteindelijk op een resultaat van zes miljoen gulden.