Bijdragen aan pensioenfonds Unilever voorlopig stopgezet

ROTTERDAM, 19 juli Progress, het pensioenfonds van Unilever in Nederland, heeft de werkgeversbijdrage aan het fonds tijdelijk op nul gesteld. Ook de werknemersbijdrage zal tijdelijk op nul worden gesteld, zo blijkt uit het jaarverslag van Progress.

De afgelopen jaren heeft het pensioenfonds een aantal verplichtingen in de sfeer van de individuele vrijwillige vervroegde pensionering overgenomen. Sinds 1987 heeft de werkgever al tijdelijke kortingen verleend op de premies van de deelnemers.

Progress betaalt achteraf te hoog gebleken werkgeversbijdragen terug. Het gaat om fl. 110 miljoen, die in de concernresultaten van Unilever tot uitdrukking komt als lagere pensioenkosten, gespreid over een aantal jaren. In de komende jaren zal verdere terugbetaling plaatsvinden als uit het actuariele verslag blijkt dat het vermogen van Progress groter is dan ter dekking van de verplichtingen nodig is.

Het belegde vermogen van Progress is vorig jaar gestegen van fl. 3,6 miljard tot fl. 3,9 miljard. De opbrengst van de beleggingen nam toe van fl. 240 miljoen tot fl. 257 miljoen. Het inkomensrendement over het tegen kostprijs gewaardeerde belegde vermogen ging van 6,74 naar 6,75 procent. Op verkopen van beleggingen is een winst behaald van fl. 91 miljoen. Het aantal verzekerden steeg van 27.800 tot 28.800. De beleggingsresultaten zijn vorig jaar in belangrijke mate bepaald door de rentestijging en het positieve koersverloop op effectenbeurzen. De nadelige invloed van de rentestijging op de portefeuille vastrentende waarden bleef voor het totale beleggingsresultaat relatief beperkt, omdat minder dan de helft van het vermogen in die sector is belegd. Wel heeft het fonds, met zijn sterke belang in aandelen (39 procent van het belegde vermogen tegen 35 procent in 1988) geprofiteerd van de gunstige koersontwikkelingen. Met vastgoed behaalde Progress in 1989 een bevredigend resultaat, vooral in de woningbouwsector. Het fonds heeft vorig jaar fl. 77 miljoen geinvesteerd in woningbouw en commerciele projecten.

Progress vindt dat het huidige ontwerp van 'Wet op de heffing van vermogensoverschotten bij pensioenfondsen' een belangrijke verbetering is vergeleken met het oorspronkelijke. Toch vindt men het in een aantal opzichten nog steeds niet aanvaardbbaar. Als in aanzienlijke mate in zakelijke waarden wordt belegd, moet de extra reserve boven de premiereserve 30 procent zijn in plaats van de in het ontwerp toegestane 18 procent. Anders wordt volgens Progress een niet verantwoorde rem gezet op het beleggen in zakelijke waarden, terwijl juist zo wordt aangedrongen op het meer risicodragend beleggen van pensioenfondsen. Beleggen in zakelijke waarden leidt tot hogere rendementen, zodat het bedrijfsleven niet onnodig wordt geconfronteerd met hoge pensioenlasten. Bovendien ontstaat er voor de fiscus een hogere belastingopbrengst. (ANP)