Acht pinguins op tournee

De gastrol van regisseur Jim Jarmusch (Down by Law) als verkoper van tweedehands auto's in Leningrad Cowboys Go America van zijn Finse collega Aki Kaurismaki wijst op een verwantschap tussen beider films. Die is louter thematisch van aard: ook Kaurismaki laat in zijn 'road movie' Europese provinciaaltjes dwalen langs de onderkant van het land van de onbegrensde mogelijkheden, zoals Roberto Benigni dat bij voorbeeld deed in Down by Law. Stilistisch blijft Kaurismaki in deze reeks droogkomische sketches voor acht muzikanten uit de toendra op tournee in Amerika ver achter bij het niveau van Jarmusch, en ook bij zijn eigen vorige, in Finland opgenomen speelfilm Ariel.

De onderkoelde emoties, een kenmerk van Kaurismaki's kwantitatief snel groeiende oeuvre, passen uitstekend in het desolate Finse landschap, maar maken van Leningrad Cowboys Go America een nogal houterige, afstandelijke exercitie. In korte, afgemeten scenes, onderling verbonden door tussentitels, vertelt Kaurismaki het verhaal van een Russisch polka-orkestje, dat nog nooit van rock-'n'-roll gehoord heeft. Hun uiterlijk doet echter anders vermoeden: de Leningrad Cowboys zien er uniform uit als een kruising tussen Kamagurka's stripfiguur Cowboy Henk en een pinguin. Alle acht dragen, evenals hun dictatoriale impressario, een ver vooruitstekende, vervaarlijk getoupeerde kuif en dito puntschoenen, sjofele bontjassen en een dag en nacht opgehouden zonnebril. De tweedimensionale stripfiguren zijn ook nauwelijks uit elkaar te houden.

Een lokale apparatsjik raadt hen aan naar Amerika te gaan, omdat het publiek daar alles mooi vindt. Reis- en valutabeperkingen, visa en werkvergunningen spelen in dit stripverhaal natuurlijk geen enkele rol. Eenmaal beland in New York krijgen de jongens het advies het eens op een Mexicaanse bruiloft te proberen, en, o ja, misschien werkt rock-'n'-roll nog beter. Uit een boekje leren de musici de klassieke akkoordjes, maar ze passen zich desgewenst ook aan bij verzoeken om country en western of een spaanstalige ballade.

De muzieknummers zijn zo statisch en saai gefilmd, dat er wel haast een bedoeling achter moet zitten. Misschien wil Kaurismaki zo duidelijk maken dat hij met een snelle videoclipmontage weinig op heeft. Ook in dramatisch opzicht vermijdt Kaurismaki fanatiek elk effectbejag: de opstand tegen de egoistische manager en het ontdooien van een uit het vaderland meegenomen collega-pinguin in een met ijs en bier gevulde lijkkist, worden achteloos afgewerkt als onbelangrijke details.

Bij de opnamen zal het ongetwijfeld heel gezellig toegegaan zijn: een dozijn Finnen, een open Amerikaanse slee en onbeperkt bier in blik. Maar Scandinaviers willen nog wel eens een sombere dronk over zich hebben, zodat de aanstekelijkheid in het gefilmde resultaat ook uitbleef. Via de Zweedse coproducent kwam Leningrad Cowboys Go America nu al op video uit, nog voordat de te verwachten Kaurismaki-hausse hier goed op gang gekomen is (het Noordelijk Filmfestival in Leeuwarden heeft plannen voor een mini-retrospectief in september, de VPRO aarzelt nog). De film is een minder goede introductie dan Ariel, maar zelfs in deze mislukking valt nog te herkennen dat Aki Kaurismaki een heel eigen, potentieel interessante kijk op de wereld te bieden heeft.

    • Matti Pellonpaa
    • Aki Kaurismaki. Met
    • Kari Vaananen
    • Hans Beerekamp Leningrad Cowboys Go America. Regie