Vrijheid en gelijkheid

ZAL HET ER DAN toch nog van komen? Zal het kabinet Lubbers-Kok inderdaad de geschiedenis in gaan als het kabinet waaronder de wet gelijke behandeling in het staatsblad kwam? Het begint er zowaar op te lijken. Het wetsvoorstel waarover het kabinet het eind vorige week tussen de begrotingsbesprekingen door eens werd, is over het algemeen gunstig ontvangen. Politiek was de zaak eind vorig jaar al tijdens de formatiebesprekingen 'afgedekt' toen de onderhandelaars van CDA en PvdA elkaar vonden op een compromistekst. Maar ook de maatschappelijke organisaties die met de wet te maken zullen krijgen, hebben zich de afgelopen dagen overwegend positief uitgelaten over de intenties van het kabinet en dat is in deze materie op zijn minst zo belangrijk.

Twaalf jaar nadat de Tweede Kamer daar in een op vijf stemmen na unaniem gesteunde motie om had gevraagd en zeventien jaar nadat het maatschappelijke debat erover was begonnen ligt er nu een wetsvoorstel op tafel dat zodanig is geformuleerd dat het ook de kans loopt de eindstreep te halen. Het wetsvoorstel laat onverlet 'de vrijheid van instellingen op godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke grondslag om aan werknemers eisen te stellen die gelet op het doel van de instelling nodig zijn voor de vervulling van een functie'.

Maar zo staat tevens in de wetstekst: 'Daarbij mogen deze eisen niet leiden tot onderscheid op grond van het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat'. TELKENS HEEFT de discussie in feite maar om een punt gedraaid: hoeveel vrijheid van handelen hebben christelijke schoolbesturen bij hun personeelsbeleid? Mogen die het ene grondrecht, te weten vrijheid van onderwijs, laten prevaleren boven het eveneens in de grondwet vastgelegde verbod op discriminatie. Een vraag die des te meer klemt daar het bijzonder onderwijs niet alleen wordt gefinancierd uit openbare middelen maar de gegroeide praktijk toch zo is dat dit onderwijs vaak een publieke functie vervult. Dat plaatst de roep van het confessionele onderwijs om een aparte behandeling in een ander daglicht en geeft ook aan waarom nadere wetgeving, ondanks alle complicaties die er aan vastzitten, op dit punt gewenst is.

Het nu gepresenteerde voorstel van het kabinet is na al die jaren nog steeds niet meer dan de 'mentaliteitsbeinvloedende' wet, waarover de toenmalige CDA-minister van justitie De Ruiter het in 1981 had. Een wet die enig houvast biedt, of om de woorden van premier Lubbers te gebruiken: kan dienen als 'hulpmiddel' om discriminatie tegen te gaan. Dat de reeds bestaande Commissie Gelijke Behandeling wordt opgetuigd tot een instantie die daadwerkelijk klachten over discriminatie kan onderzoeken, maar ook zelf op onderzoek mag, stemt hoopvol en geeft aan dat het om meer gaat dan alleen maar symboolwetgeving. Alle betrokkenen rest nu nog maar een taak: zorgen dat het wetsvoorstel snel kan worden behandeld zodat de door minister Dales genoemde invoeringsdatum van 1 januari 1994 aanmerkelijk wordt vervroegd.