TOEWIJDING IN DE EFFECTENHANDEL

Nomura Securities is het grootste effectenhuis ter wereld. Deze reus der reuzen zou uit eigen middelen desgewenst alle Londense effectenkantoren kunnen opkopen. De marktwaarde van het aandelenkapitaal is naar schatting twintig keer zo groot als dat van Merrill Lynch, het bekendste makelaarskantoor ter wereld. Het Japanse ministerie van financien neemt zelfs geen enkele beslissing zonder de top van het huis te raadplegen. Niet voor niets heette het onderzoeksbureau van Nomura jarenlang 'het brein van Nakasone' (tot 1987 de premier van Japan). Internationale aandacht kreeg Nomura pas toen het huis in augustus 1988 een miljoenenbod uitbracht op de aandelen van het bedrijf van de Amerikaanse fusie- en overnamespecialisten Wasserstein en Perella. Voor die tijd wist bijna niemand iets over dit rijkste conglomeraat ter wereld. In dat opzicht komt het boek 'The House Of Nomura' van Al Alletzhauser als geroepen, want niet eerder is de geschiedenis van het Japanse effectenbedrijf zo uitvoerig beschreven.

Nomura Securities ontstond in 1925 nadat de effectenafdeling van de al veel oudere Osaka Nomura Bank (de huidige Daiwa Bank) afzonderlijk ging opereren. Aanvankelijk richtte het bedrijf zich vooral op de obligatiemarkt; in 1938 werd met de handel in aandelen de basis gelegd voor de huidige activiteiten.

Reeds ver voor de Tweede Wereldoorlog was de houdstermaatschappij Nomura een van Japans grootste zaibatsu, feodale ondernemingen die in handen waren van slechts een familie. Doch na de capitulatie van Japan in 1945 werden onder aanvoering van generaal MacArthur drastische hervormingen tot stand gebracht. De keizer deed afstand van zijn goddelijke aanspraken en voor het bedrijfsleven en de industrie kwam er een anti-monopoliewet. Het economische herstel verliep echter moeizaam: de voedselprijzen rezen de pan uit en rijst en groenten waren slechts in beperkte mate verkrijgbaar. Om een run op spaartegoeden te voorkomen, besloot de Japanse regering de bankdeposito's te bevriezen. Per kalendermaand waren slechts kleine bedragen vrij opneembaar. Wel mochten de tegoeden worden overgeheveld naar effectenhuizen als Nomura. Die kochten er op de zwarte markt aandelen voor, die door hun klanten onmiddellijk weer van de hand werden gedaan. Duizenden rekeninghouders kwamen zo alsnog aan hun spaarcenten.

Ook wist Nomura de anti-monopoliewetgeving te omzeilen door een even simpele als geniale zwaan-kleef-aan-formule: het ene voormalige Nomura-bedrijf nam een belang in het andere, zodat het oude zaibatsu-imperium gewoon kon blijven bestaan. Politieke manipulaties schuwde het huis evenmin: onder andere financierde Nomura de verkiezingscampagne van de latere president Hayato Ikeda, die de effectenhandel dan ook geen strobreed in de weg zou leggen.

Kennedy

Een ding is zeker: in een ander land was Nomura Securities nooit zo groot geworden. Japanners zijn het meest spaarzame volk ter wereld. Via beleggingen in aandelen hopen zij hun niet al te riante pensioen verder aan te vullen. Daarom verkoopt Nomura in Japan effecten aan zo'n vijf miljoen particuliere investeerders (en slechts 200.000 bedrijven). Vele Japanse ondernemingen profiteren van de inzet waarmee de ijverige Nomura-makelaars de waardepapieren aan de man brengen. Reeds in de jaren vijftig wees Nomura investeerders op de aandelen van Matsushita, toen nog een onbekende fabrikant van huishoudelijke apparatuur, nu een van de grootste producenten op het gebied van de consumentenelektronica. (Nomura was ook het makelaarskantoor dat de aandelen van Sony en Hitachi op de Amsterdamse beurs introduceerde.)Het effectenhuis koesterde al vroeg internationale ambities. Aanvankelijk ging de belangstelling van Nomura uit naar de Verenigde Staten, maar toen John F. Kennedy in 1963 het bezit van buitenlandse effecten aan banden wilde leggen, werden de activiteiten naar Londen verplaatst. Daar kreeg het huis echter geen warm onthaal, zeker niet van brokers en bankiers die tijdens de Tweede Wereldoorlog in Japanse kampen hadden gezeten. Inmiddels is het wantrouwen omgeslagen in ontzag. In de Eurobondmarkt, bij uitstek het terrein van de internationaal georienteerde beleggers, is Nomura inmiddels de belangrijkste bemiddelaar geworden (in 1985 was dat nog Credit Suisse First Boston).

Giftige vis

De taken en verplichtingen van de werknemers van Nomura zijn veeleisend en strak bindend en de scholing is intens en uitputtend. De eigenlijke opleiding tot effectenmakelaar duurt in totaal drie jaar. Daarbij gaat het niet alleen om het aanleren van puur technische kennis, maar ook om het bijbrengen van discipline en correct gedrag. Na de traditionele ontgroening (de verkopers worden na een nauwelijks toereikende stoomcursus 'Beleggen in effecten' de straat opgestuurd) leert men telefonisch effecten te verkopen.

In het tweede jaar moet men als 'effecten-colporteur' langs de deuren. Prachtig is het verhaal van de makelaar die al vele malen tevergeefs heeft aangeklopt bij een rijke winkeleigenaar en dan plotseling een lunch krijgt aangeboden: een portie kogelvis, een uiterst giftig gerecht als het niet met kennis van zaken wordt bereid. De makelaar aanvaardt het risico: als hij een vergiftiging oploopt, heeft hij net tijd genoeg om naar het ziekenhuis te rennen. De winkeleigenaar heeft bewondering voor de moed van de verkoper en vanaf dat moment kunnen er zaken worden gedaan.

De opleiding tot effectencolporteur vormt overigens niet het sluitstuk van de Nomura-opleiding. In het derde jaar leert men onder meer aandelen te verkopen aan grote bedrijven, pensioenfondsen en verzekeraars. Pas dan is men officieel kabuya (effectenmakelaar). Van Nomura-werknemers wordt volledige toewijding verwacht. Vrijgezellen gaan meestal niet naar huis, maar brengen de werkweek door in speciale slaapkazernes in Tokio, zodat zij de dag vroeg kunnen beginnen. De makelaars worden geacht maandelijks zo'n vijf miljoen yen (30.000 dollar) aan kooporders binnen te slepen. Wie dat quotum niet haalt, maakt zich bij Nomura weinig populair. Strafmaatregelen zijn niet ongebruikelijk: soms moet een iemand een hele dag achter zijn bureau blijven staan. De Spartaanse discipline heeft ook voordelen: het personeel kan snel worden gemobiliseerd, zoals kort na de beurscrash van oktober 1987. Door tijdig in te grijpen en de klanten zoveel mogelijk gerust te stellen kon de totale instorting van de effectenhandel worden voorkomen.

Alletzhauser heeft in zijn boek de aandacht willen vestigen op diverse factoren die hebben bijgedragen tot het succes van Nomura. De indeling van de hoofdstukken laat daardoor nogal eens te wensen over. Ook bevat het boek nogal wat omissies. Zo blijven de buitenlandse aspiraties van Nomura grotendeels onderbelicht. Het effectenhuis verstevigt meer dan ooit zijn greep op de Europese markt, maar over de deelneming in de Spaanse Banco de Santander en Francois Dufoir Kervern (de zesde commissionair van de Parijse beurs) leest men niets. Ondanks deze tekortkomingen is 'The House of Nomura' een bij vlagen fascinerend boek, al was het alleen al omdat het een opvallend openhartige analyse geeft van de Japanse arbeidsethiek. De auteur zat bovendien dicht bij het vuur: hij werkte drie jaar voor de commissionair James Capel en Co in Tokio en interviewde zijn bronnen in de lunchpauze. Nomura zelf is minder gelukkig met het boek en heeft de auteur onlangs wegens laster vervolgd.