Thatcher verdedigt zich met uitspraken Kohl

LONDEN, 18 juli Premier Thatcher heeft gisteren in het Lagerhuis dankbaar gebruik gemaakt van opmerkingen van de Westduitse bondskanselier Helmut Kohl om zich te verweren tegen het verwijt aan haar adres van anti-Duitse gezindheid.

Kohl drukte gisteren op een persconferentie zijn 'volledige begrip' uit voor de Britse bezorgdheid over een herenigd Duitsland. Hij zei ook dat de opmerkingen van Nicholas Ridley, de inmiddels vertrokken minister van handel en industrie, de Brits-Duitse betrekkingen op geen enkele manier hadden beschadigd. 'U weet dat wij Duitsers ook wel eens onverstandige dingen zeggen, ikzelf inbegrepen ik hoef u alleen maar aan het onderwerp Gorbatsjov te herinneren en ik geloof dus dat we hem niet al te hard moeten vallen', zei Kohl, daarmee verwijzend naar zijn eigen opmerking waarin hij Gorbatsjov had vergeleken met de nazi-minister voor propaganda Goebbels. Kohl over Ridley: 'Ik vind dat de man al genoeg is gestraft door het verlies van zijn baan en dat was terecht.' Premier Thatcher kwam in het Lagerhuis in aanvaring met Labours plaatsvervangend leider, Roy Hattersley, over het uitgelekte memorandum van een vertrouwelijk beraad tussen premier, Duitslandkenners en historici over het karakter van het Duitse volk en de gevolgen van Duitse eenwording.

Vier van de zes historici die aan dat beraad deelnamen hebben inmiddels gezegd dat het verslag meer de vragenlijst van Charles Powell, Thatchers particuliere secretaris, reflecteert dan de door hen gevoerde discussie. Hattersley: 'Iedereen in de hele wereld gelooft nu dat de 'private secretary' van de premier niet zozeer de opinie van de experts heeft weergegeven, als wel het vooroordeel van de eerste minister'.

Het probleem in de Brits-Duitse verhoudingen was de premier zelf, zo voegde hij aan die opmerkingen toe.

Premier Thatcher citeerde dankbaar de uitlatingen van kanselier Kohl van een papier op haar lessenaar. Ze nam haar secretaris met de gebruikelijke passie in bescherming en verweet Hattersley dat hij een ambtenaar aanviel die zich niet kon verdedigen. Het ging hier, zei de premier, om een integer iemand wiens rapportage even opbouwend was geweest als de bijeenkomst zelf.