'Sneeuwwitje' kan volstrekte overgave net niet afdwingen

Op de Efteling, het pretpark dat bij de musical Sneeuwwitje en de zeven dwergen als hoofdsponsor fungeert, is het sprookje van de gebroeders Grimm uitgebeeld in de bleekblauwe pasteltinten van Anton Pieck: de dode prinses in een glazen kistje, omringd door zeven ragfijn gemodelleerde dwergen met intens droevige ogen boven hun witte baarden. In de voorstelling overheerst het rood en groen uit de Disney-verfilming en de dood, die in het sprookjesbos voor eeuwig is vastgelegd, duurt hier maar even. Zodra de prins zijn genezende kus op haar lippen heeft gedrukt, kan er weer worden gezongen en gedanst. De show, geannonceerd als 'familiemusical', is een vrije versie van het sprookje. Ger Beukenkamp introduceert in zijn eenvoudige, maar doelmatige script het koninkrijk Karpatie, waar de ijdele stiefmoeder van de prinses wordt bijgestaan door een snel tot collaboratie geneigde kamerheer en tegengewerkt door een kok, die sterke verhalen vertelt over de andere sprookjes waarin hij een heldenrol speelde. De muziek is van veel onduidelijker herkomst. In het programmaboek wordt er met geen woord over gesproken, maar de beste nummers (inclusief het onmisbare Hi ho, hi ho van de dwergen) komen uit de Disney-film. De rest maakt een bijeengeraapte indruk, waarin ook muzikaal leider Bert Stoots een aandeel (maar welk?) zou hebben.

In een snelle reeks fleurig aangeklede en op gepaste momenten diffuus belichte scenes gaat Sneeuwwitje hier haar noodlot tegemoet. Het duurt iets te lang voordat de handeling goed en wel op gang is, maar daarna ontrolt de intrige zich adequaat. De vraag is alleen of de spelers voldoende gewicht hebben om de vereiste mate van meeleven tot stand te brengen. Ik denk van niet. De prinses is een nogal giechelig wicht, de kamerheer is niet duivels genoeg, de boze koningin is onvoldoende angstaanjagend en de kok is veel te weinig rondborstig. Geen van hen beschikt over het soort overwicht, dat alle aandacht opeist en volstrekte overgave afdwingt.

Hun gebrek aan geprononceerdheid steekt te meer af tegen het expressieve optreden van de zeven (voornamelijk Engelse) dwergen, die als ervaren theater-professionals precies weten hoe ze de zaal moeten bespelen. Alleen als Lenette van Dongen, vermomd als heksachtig appelvrouwtje, op het punt staat de roomblanke heldin te vergiftigen, slaagt ze erin een ogenblik van griezeligheid te creeren. Zaterdagavond klonk op dat moment door Carre de ijle stem van een klein meisje: 'Nee! Niet doen!' Zo hoort het.

Verder heeft deze Sneeuwwitje net niet genoeg toverkracht om mij te overtuigen. Het blijft allemaal een beetje in de kinderschoenen steken. Te weinig miraculeuze effecten, te weinig markants bij de acteurs. Een paar jaar geleden zou ik ertoe neigen de voorstelling heel aardig te noemen, een charmante poging een voor Nederlandse begrippen luxueuze show te produceren. Intussen zijn we hier echter beter gewend.