'Noodsituatie' bij opslag van kernafval in Oost-Duitsland

ROTTERDAM, 18 juli Bij de winning van uranium in erstmijnen in de DDR komt bij de opslag van restprodukten in de open lucht veel straling vrij. In de buurt van het Ertsgebergte aan de Tsjecholowaakse grens, waar vijf uraniummijnen zijn, ligt het vermalen erts met daarin de radio-actieve stof radon open en bloot opgeslagen tot bergen van honderd meter hoog.

In het Westduitse blad Atom staat dat de vrijkomende stralingsdosis veertig maal zo hoog is als de toegestane norm in het Westen. Het blad spreekt van een 'noodsituatie' en schrijft dat het gebied eigenlijk geevacueerd zou moeten worden.

Het blad baseert zich op documenten die zijn gevonden bij de veiligheidspolitie. Veel uraniumafval zou bovendien zijn gebruikt voor de onderlaag van wegen en gebouwen. Onder druk van actiegroepen zou inmiddels een sporthal, waar ook het ertsafval als onderlaag is gebruikt, worden afgebroken. Bovendien zouden de autoriteiten hebben toegezegd dat zal worden onderzocht hoe de afvalbergen het beste kunnen worden afgedekt en dat het materiaal niet meer als onderlaag voor wegen zal worden gebruikt.

Volgens de Nederlandse kernenergiedeskundige H. Damveld is het afdekken van dergelijke hoeveelheden vrijwel onmogelijk. 'In Amerika heeft men dergelijke bergen afgedekt met betonlagen. Maar na enige tijd begon het beton te scheuren. Daarna probeerde men het met een asfaltlaag. Maar dat lekte nog sneller.' In de Oostduitse uraniumindustrie werken 40.000 mensen. Daarvan werkten er 10.000 onder de grond. Volgens officiele cijfers zouden meer dan 5.000 van hen ziek zijn als gevolg van het bloot staan aan de straling. Nog eens 14.500 werknemers hebben last van stoflongen. Deze cijfers zouden door de exploitant van de mijnen zijn erkend.