Non olet

'In 1961 vulde de Italiaanse Nul-kunstenaar Piero Manzoni negentig blikjes ter grootte van een blikje tomatenpuree met zijn uitwerpselen. Hij plakte er een etiket op met het opschrift: Merde d'artiste Artist's Shit Kunstlerscheisse. Daaronder: contents 30 gr. net freshly preserved, produced and tinned in May 1961. Manzoni nummerde zijn objecten en voorzag ze van zijn handtekening. Een van die blikjes bracht op 5 april in Londen bij Christie's achtendertigduizend Engelse ponden op.'

(Ella Reitsma in Vrij Nederland, 26 mei 1990). 'Die twijfelt dat uit lood en andere metalen, Geen goud, door 's scheidings kunst, is uit de kroes te halen, Heeft in zijn hersenvat gewis een groot gebrek.

Waarom mag d'Alchemist 't goud in het lood niet zoeken, Terwijl 't een Koopman zoekt en vindt in zijne boeken, En veeltijds goud maakt van uitheemse stront en drek?' (De Alchemist verdedigd, uit H. van den Burg's Mengelpoezy, 1730). 'De wijn van Motomi Uchishiro, een landbouwer uit de Japanse 'Alpen', heeft een lichte grondsmaak, de geur van perziken, de zachtheid van een portwijn en een fonkelrode kleur. Toch zijn de ingredienten ervan uniek: Uchishiro maakt zijn wijn uit menselijke uitwerpselen. 'Het is tegennatuurlijk de uitwerpselen te verspillen', meent Uchishiro, een 67-jarige man met bakkebaarden en wit haar. De wijn is het resultaat van een ontdekking die hij twee jaar geleden deed, toen zijn varkens dronken werden nadat ze een mengsel van gegiste en met water verdunde uitwerpselen naar binnen hadden gewerkt.'

(NRC Handelsblad, 4 augustus 1979). 'Een varken eet drek, En drek maakt spek, En van spek maakt men karbonaden, worst en saucijzen, Zo komt dan het varken de mens met drek te spijzen.' (Opschrift voor een varkenslachtershuis, uit Jeroen Jeroense's Koddige en ernstige opschriften, 1682). 'De brandweer van Lichtenvoorde ruimt (op bijgaande foto, GK) de resten op van een boerderij die door een koe werd aangestoken. De koe had een opgeblazen gevoel in de maagstreek, reden waarom een veearts maandagmorgen een buisje bij het dier inbracht om overtollig gas uit de maag af te voeren. Om te zien of het gas inderdaad het koeielijf verliet, hield de veearts er een lucifertje bij. De ingreep bleek te lukken, want het dier produceerde een geweldige steekvlam. Die zette een aantal balen hooi voor de koe in vlam en binnen de kortste keren stond de hele boerderij in brand. Er bleef niets van het kapitale bezit over.' (De Volkskrant, 28 september 1976). 'Stront is mijn brood, zei de straatveger.'

(Karl Friedrich Wilhelm Wander: Deutsches Sprichworter-Lexikon, 1867).