Na 200 jaar een hommage bij het graf van Adam Smith

EDINBURGH, 18 juli Een voor een stappen zij naar voren, het hoofd gebogen en met de onzekere tred van de ouderdom. Professor Wassily Leontief voorop. Dan volgen de anderen, James Tobin, Lawrence Klein, James Buchanan. Met ingehouden adem slaan de omstanders de plechtigheid op het kerkhof in het Schotse Edinburgh gade. Daar lopen ze, acht beroemde economen die allen ooit de Nobelprijs wonnen. Gebroederlijk schuifelen ze naast elkaar voor het graf van hun oude leermeester die tweehonderd jaar geleden op 17 juli 1790 overleed: Adam Smith, schrijver van The Theory of Moral Sentiments en The Wealth of Nations staat op het simpele grafmonument. 'We zijn hier gekomen om een groot man te eren', zei de priester en hij hief zijn armen ten hemel. Zijn stem schalde over de gemoedelijke begraafplaats Canongate die vanaf een heuvel uitziet op de stad. Hier heeft Edinburgh zijn beroemde burgers begraven. De zon plaagde de gezichten van de Nobellaureaten, de oudste is 88 jaar, de jongste 72. Van heinde en ver zijn ze naar Edinburgh gekomen om de vader van de vrije markt te herdenken. Anno 1990, met de ineenstorting van de Oosteuropese commando-economie, is Adam Smith weer springlevend. 'Smith was een pontifex maximus, een belangrijk bruggenbouwer. Al in zijn eigen tijd werd zijn grootheid erkend.'

De priester verhaalt dat Smith eens in Londen werd uitgenodigd voor een diner met het establishment uit die dagen, Lord Melville, Mr. Pitt en Mr. Grenville. Smith was verlaat, het gezelschap zat al aan tafel. Toen Smith aan tafel verscheen, verontschuldigde hij zich voor zijn late entree en iedereen ging staan, maar hij vroeg een ieder te gaan zitten. Dat wilde het gezelschap niet, ze zouden blijven staan totdat Smith was gaan zitten, want 'wij zijn allen uw leerlingen'. Dat is vandaag de dag nog zo, meende de priester. Het was alsof hij zijn oor aan de deur van Usher Hall had gelegd, de conferentieruimte in Edinburgh waar maandag en dinsdag een congres werd gewijd aan de Schotse filosoof. Ook daar speelden de Nobelprijswinnaars de hoofdrol. De een na de ander haalde Smith aan als zijn geestelijke vader.

De Schotse professor Andrew Skinner, een van Smiths biografen en voorzitter van de conferentie, sloot niet uit dat als Smith nu had geleefd, hij een sociaal-democraat was geweest. De Amerikaan James Tobin, die in 1981 de Nobelprijs won, meende dat Smith niet afkerig zou zijn van een Keynesiaans beleid tegen de werkloosheid. En volgens Lawrence Klein, professor in Pennsylvania, kan Smith zeker niet worden afgeschilderd als onvervalst verdediger van het laissez faire. 'De economie heeft behoefte aan ethiek. Dat zou Smith heel belangrijk hebben gevonden', zei Klein over de financiele excessen in Amerika bij het overnemen van bedrijven.

De acht maakten duidelijk dat hier Smith werd geciteerd door mensen die zijn werk ook echt gelezen hadden. Zij prezen Smith als grondlegger van de economische wetenschap en om zijn aanhoudende geloof in economische vrijheid. Elke laureaat hield een uiteenzetting over een deel van Smiths ideeen.

Zo gaf Richard Stone van Cambridge University, die om gezondheidsredenen niet aanwezig kon zijn en wiens lezing werd voorgelezen, een uiteenzetting over de visie van Adam Smith op belastingen. James Tobin sprak over de werking van de Onzichtbare Hand en professor Franco Modigliani over The Wealth of Nations. Jan Tinbergen moest om gezondheidsredenen verstek laten gaan. Hij liet zijn rede over ongelijke inkomensverdeling uitspreken door zijn vriend James Meade, die in 1977 de Nobelprijs won.

Het internationale publiek genoot deze week bij het congres in Edinburgh ter gelegenheid van de 200-ste sterfdag van Adam Smith. 'Een geweldige gebeurtenis', zei een Westduitse professor economie. 'Heel indrukwekkend om de grote mannen van onze discipline te zien. Het blijken geen monumenten te zijn die op een sokkel staan. Je kunt gewoon met ze praten.'

En een Franse congresganger juichte toe dat Smiths ideeen aan populariteit winnen. 'De staat moet toch worden teruggedrongen.' In het Westen begon de opleving van Smiths ideeen tien jaar geleden toen Thatcher en Reagan zich voornamen de rol van de overheid in het economisch leven terug te dringen. Sinds de illusies over Marx zijn verdwenen, wordt de naam van Adam Smith ook vaker in Warschau, Praag en Moskou gehoord. De nieuwsgierigheid naar de vader van het kapitalisme lokte dan ook verschillende Oosteuropeanen uit Hongarije, Polen, Tsjechoslowakije en de Sovjet-Unie naar Edinburgh. 'Veertig jaar was Adam Smith voor ons verboden lectuur', zei Lubos Rezabek, docent economie aan de School of Economics in Praag en binnenkort adviseur van het ministerie van economische zaken. 'Iedereen die iets van Smith wilde lezen kon dat doen via het kopieren van Engelse teksten, maar dat was illegaal.'

De belangstelling voor het werk van Smith begint in Tsjechoslowakije door te breken, meent hij. Voor hem is Smith de 'eerste echte econoom'.

Van de onzichtbare hand en de rol van de markt kan zijn land veel leren.

Wat dat in de praktijk betekent? 'Snel privatiseren.'

De regering heeft onlangs een hervormingsprogramma opgesteld dat in de loop van het jaar moet worden doorgevoerd. Maar er zijn veel obstakels. 'Vooral de mensen.'

De oude garde is nog lang niet verdwenen. Ook niet op het instituut waar Rezabek werkt. 'Zij doceerden geen economie maar ideologie. Na de revolutie zijn ze blijven zitten omdat er veel te weinig mensen zijn die deze generatie kunnen vervangen.'

Ook is Rezabek sceptisch over sommige economische adviseurs van president Havel. Te veel mensen uit de Dubcek-periode. De lost generation of '68, noemt Rezabek ze, zelf dertig jaar oud. 'Het zijn geen economische liberalisten.' Ook de Russische professor Andrei Anikin is speciaal naar het congres gekomen om meer over Smith te horen, hoewel de liberale econoom in de Sovjet-Unie geen onbekende is. 'Adam Smith is in Rusland reuze populair geweest. Hij wordt als een van de voorlopers van het marxisme beschouwd', vond Anikin. Kapitaal is niet produktief, alleen arbeid, schreef Smith en daarin kon Marx zich een eeuw later helemaal vinden. Maar: 'De ideeen over de vrije markt, arbeidsdeling en eigenbelang zijn sinds de revolutie van 1917 genegeerd.'

Daar wil de Russische professor in Moskou meer aandacht op vestigen.

Ook Nobelprijswinnaar Leontief meende dat Adam Smith de Russen iets te zeggen heeft. 'Eigenbelang', onderstreepte Leontief tijdens een uitstapje van de congresgangers naar het gemeentehuis. Zijn vrouw, klein van stuk en uitgedost met rode lippen, een rood hoedje met daarop een rode tros druiven, luisterde geamuseerd. 'Als iedereen zijn eigenbelang nastreeft, draagt hij automatisch bij aan het maatschappelijk belang', citeerde Leontief Smith. Dat moet de Sovjet-Unie in praktijk gaan brengen. 'We moeten blij zijn met Gorbatsjov', vond hij.

De Russische laureaat van 84 jaar kreeg met zijn lezing waarin hij ongezouten kritiek op zijn vakgenoten uitte, de hele zaal aan zijn lippen. Toen Adam Smith stierf was economie een moderne discipline. Zelfs de dichter Poesjkin liet de held van zijn gedicht Eugen Onegin The Wealth of Nations lezen. Maar wat is er sindsdien gebeurd? hield Leontief zijn publiek voor.

Alleen al het afgelopen jaar telde hij de publikatie van 450 economische boeken en 2.800 artikelen die 'nauwelijks iets voorstellen'.

De economie verkeert als wetenschappelijke discipline in een impasse omdat ze de werkelijkheid te veel wil vangen in abstracte wiskundige modellen en te weinig bezig is met de dagelijkse werkelijkheid, vond Leontief. 'Flauwekul', reageerde Arnold Heertje, een van de weinige Nederlanders die de conferentie bijwoonden. 'Dat zei hij twintig jaar geleden ook al.'

'De absolute climax van het congres', vond de Oostduitse professor Peter Thal uit Halle. 'Leontief heeft het vaker gezegd, maar ik ben een grote fan van hem. Hij legt in zijn eigen (in- en output) model dezelfde relatie met de realiteit als Adam Smith. Dat spreekt mij wel aan.' Het publiek mocht ook vragen stellen aan de acht wijze mannen. Of de ontwikkelingen in Oost-Europa een definitieve overwinning van het kapitalisme betekenen? Na enige verwarring achter de tafel bleken de meningen verdeeld. 'Het tegendeel is waar', zei de Franse professor Maurice Allais. Hij vond de kans op succes erg klein, behalve in de DDR, Tsjechoslowakije en Hongarije. In de Sovjet-Unie vreesde hij voor een militaire staatsgreep.

Lawrence Klein vergeleek de wedloop met een paardenrace waarbij The Wealth of Nations voorligt op Das Kapital. James Buchanan waagde zich niet aan boude uitspraken. 'Vaststaat dat het socialisme eindelijk dood is. Dat betekent nog niet het einde van de geschiedenis.' Arnold Heertje dacht er als bezoeker het zijne van. Hij vindt Marx' werk 'veel belangwekkender' dan The Wealth of Nations. De huidige ontwikkelingen in de Sovjet-Unie zijn volgens hem alleen te begrijpen aan de hand van de marxistische analyse. 'De veranderingen in de politieke bovenbouw zoals de vrijheid van meningsuiting, zijn tot stand gebracht door veranderingen in de onderbouw. Gorbatsjov is daar niet mee begonnen. De onderbouw bepaalt de bovenbouw. Ik blijf wat dat betreft een marxist', zei Heertje die tijdens deze hommage aan Smith eindelijk eens een praatje kon maken met Maurice Allais wiens werk hij al gelezen had voor de Fransman in 1988 de Nobelprijs kreeg.

Niet iedereen was na twee dagen debatteren over Adam Smith gelukkig. Professor H. Johnsen uit Noorwegen noemde de conferentie 'een grote farce'.

Er was geen enkele vertegenwoordiger van de neo-klassieke school. Alle laureaten zijn neo-keynesianen, op Modigliani na. 'Voor mij is dit de begrafenis van het neo-keynesianisme. Moet je kijken hoe oud de laureaten zijn. Alsof er sindsdien niets meer is gebeurd.' Het uitgangspunt van Smith was een vrije maatschappij voor het individu. Maar de Nobelprijswinnaars gaan telkens in op correcties die hij daarop heeft aangebracht, zei Johnsen geprikkeld. 'Ik betwijfel of zij Adam Smith wel goed begrepen hebben.' Zeven Nobellaureaten bij het graf van Adam Smith in Edinburgh ter herdenking van diens 200-ste sterfdag. Van links naar rechts: Theodore Schultz, Wassily Leontief, Lawrence Klein, James Buchanan, Franco Modigliani, Maurice Allais en James Tobin. (Foto Michele de Waard)