Het tweede jaar van de revolutie

De Europese revolutie van 1989 wordt in 1990 met dezelfde vaart voortgezet, maar niet onder dezelfde regie. Gorbatsjov heeft zich erbij neergelegd dat het verenigde Duitsland lid van de NAVO zal worden. Meer dan neerleggen is het niet. Alle Europese landen en de Verenigde Staten zijn van mening dat het 'opbergen' van de rijkste en de best georganiseerde continentale macht in een aantal internationale organisaties de beste oplossing is, maar ook dit woord, opbergen, is allang niet meer van toepassing. Sinds november van het vorig jaar hebben de Duitsers zelf het verenigingsproces in handen genomen. De partijen van de Bondsrepubliek hebben de reorganisatie van het politieke systeem in de DDR ter hand genomen; de Westduitse banken hebben de monetaire hervorming tot stand gebracht en nu heeft de bondskanselier zelf in Zjelesnovodsk, in het hartje van de Sovjet-Unie, niet zo heel ver van Stalingrad, de toekomstige internationale status van het verenigd Duitsland geregeld. Men kan dat geen 'opbergen' meer noemen.

Deze fase in de Europese revolutie brengt goed nieuws en ander nieuws. Het goede nieuws is vanzelfsprekend dat door de Duitse vereniging de Westerse vorm van democratie naar het Oosten wordt uitgebreid en dat is sinds het begin van de Koude Oorlog de voornaamste doelstelling van de Atlantische politiek geweest. De Bondsrepubliek, een stabiele, welvarende democratische staat, die in de verste verte niet meer aan het Duitsland van Hitler doet denken, zal haar strijdkrachten beperken tot een omvang, zo klein dat men er een paar maanden geleden nog niet van had durven dromen. De Duitsers willen geen kernwapens of gifgas en erkennen de Oder-Neisse als hun oostgrens. Beter kan het niet. Wat wil men meer? Die laatste vraag doet niet meer terzake. Daarvoor is een andere in de plaats gekomen: Wat zou men meer kunnen willen?

'De manier waarop de Duitsers op het ogenblik de verenigingspolitiek op eigen houtje voeren, alsof er geen buren bestonden, de manier waarop (een paar maanden geleden H.) Kohl in Bonn met Modrow is omgesprongen, dat heeft me onwillekeurig doen denken aan de behandeling die in 1938 de Oostenrijkse bondskanselier Schuschnigg van Hitler kreeg. Daarmee wil ik niet zeggen dat Kohl me aan Hitler doet denken. Maar die manier: met een zwakkere 'partner' om te gaan alsof je een bedelaar voor je hebt, daar deed het me aan denken.' Dit is geen opmerking van een op hol geslagen Britse minister, maar een passage uit een interview met Sebastian Haffner, in het Westduitse weekblad Der Stern, gepubliceerd op 4 april van dit jaar. Omstreeks die tijd, nog geen vier maanden geleden, voorzag deze eminentie der Westduitse journalisten niet dat de twee Duitse staten onder een dak zouden komen 'behalve natuurlijk', voegde hij eraan toe, 'wanneer de Russen tot een totale capitulatie, tot een onvoorwaardelijke overgave van hun machtspositie in Europa bereid zouden zijn wat men overigens niet meer helemaal kan uitsluiten. Maar zolang de Russen nog een sprankje gevoel van zelfbehoud als grote mogendheid hebben, kunnen ze niet een verenigd Duitsland lid van de NAVO laten worden.' Intussen is het zover. Gorbatsjov heeft het initiatief tot de Europese omwenteling genomen dat zal nu wel niemand meer bestrijden maar naarmate hij daarmee meer succes heeft gehad (als men het zo van zijn standpunt bezien nog mag noemen), is het verder in andere handen overgegaan. Wat men tegen het eind van het vorig jaar zag aankomen, is dit weekeinde voltooid: het initiatief ligt allang niet meer bij de Amerikanen, het ontspringt ook niet aan een consensus binnen het Atlantisch bondgenootschap; het is volledig in Duitse handen.

Het is een snelle vervulling van wat Haffner nog alleen als mogelijkheid zag. 'Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw is Duitsland steeds een factor in een dreigend onheil. Ik wil niet zeggen dat ze altijd onmiddellijk met oorlog hebben gedreigd. Maar louter het feit dat ze een zeer grote, zeer onrustige macht vormden waarvan men nooit kon weten wat die allemaal van plan kon zijn, was angstaanjagend genoeg.' Haffner gelooft niet althans, ik neem niet aan dat hij inmiddels van mening is veranderd dat 'we aan het begin staan van een nieuw 1933. Eerder lijkt het op 1890, toen Bismarck van het toneel verdween en er een soort politieke krachtpatserij uitbrak'. Toegegeven: in aanmerking genomen de verpletterend successen van Kohls initiatief, gedragen de Duitsers zich bescheiden en beschaafd. Er zijn geen huiveringwekkenden uitbarstingen van nationalisme, men hoort geen Germaans vreugdegehuil. Maar ook bij afwezigheid daarvan blijft het zoals Haffner zegt: 'Het politieke machtsevenwicht in Europa is verstoord. (...) Rusland als machtsfactor ontbreekt. De Sovjet-Unie is veranderd in een onberekenbare, wankele grootheid. De hele zaak is in beweging gekomen, aan het glijden geraakt, en dat is niet alleen de schuld van de Duitsers, maar vooral van de Russen zelf; de schuld van Gorbatsjov. Die heeft de Russen onberekenbaar gemaakt.'

Haffner ziet 'het einde van een veertigjarige vrede'. Dit is dus het andere nieuws. Is dat slecht? Dat weten we nog niet. Er zijn alleen nieuwe zekerheden. De eerste is dat het verenigd Duitsland zijn eigen politiek zal maken, of het nu is 'opgeborgen' in internationale verbanden of niet. Op de top in Houston hebben de Amerikanen en Engelsen zich verzet tegen grootscheepse economische hulp aan de Sovjet-Unie. Kohl heeft zich er niets van aangetrokken. Dat onthult meteen de tweede zekerheid: het Atlantische bestanddeel van de NAVO verliest snel aan invloed ten gunste van het continentale. De derde zekerheid is dat het continentale deel zich meer bewust zal worden van zijn macht naarmate het initiatief succes heeft. Het is een economische macht, geen militaire, maar dat neemt niet weg dat zij zal worden gebruikt. De Europese revolutie rolt door naar het Oosten en het is een Duitse revolutie.