DE VALKUILEN VAN HET CONSUMENTENKREDIET

Nederlander leent relatief weinig en het liefst anoniem

Het consumentenkrediet bloeit en de kredietbemiddelingsbranche timmert via advertenties stevig aan de weg. Maar er is nog steeds veel kaf onder het koren: er wordt gerommeld met provisies, uitkeringstrekkers worden gediscrimineerd, de voorlichting over de werkelijk betaalde rente schiet te kort en ook opereren er ronduit louche bureaus. Een keurmerk moet de consument binnenkort meer garanties bieden en de overheid zal de provisie straks wettelijk regelen.

De kredietbemiddelingsmarkt in ons land is een branche vol valkuilen en geheime afspraken. Dat concludeerde Konsumenten Kontakt (KK) eerder dit jaar naar aanleiding naar een grootscheeps onderzoek naar de handel en wandel van kredietverschaffers. De tussenpersonen zijn zelden onafhankelijk, mensen met een uitkering worden op vaak grove wijze de deur gewezen en over de leningen moet een meestal hogere rente worden betaald dan wordt voorgespiegeld. De financieringsbranche heeft zich de kritiek aangetrokken. Nog dit jaar komt er een keurmerk voor financieringsbemiddelaars. Daarnaast zal een wettelijke provisieregeling tussenpersonen verder in het gareel moeten dringen.

Steeds meer Nederlanders sluiten via kredietbemiddelaars of rechtstreeks bij banken een lening af: hun aantal wordt geschat op drie miljoen (een op de drie huishoudens). De persoonlijke lening en het doorlopend krediet zijn daarbij veruit favoriet: zij hebben elk een marktaandeel van ongeveer 45 procent; het financieringskrediet (huurkoop en dergelijke) komt met tien procent op de derde plaats. Per saldo bedroeg het totale bedrag aan uitstaand krediet in 1989 ongeveer veertien miljard gulden. Dat bedrag is nog nooit zo hoog geweest. Vergeleken met andere Europese landen lenen we echter nog erg weinig, per huishouden niet meer dan 2291 gulden. 'Een calvinistisch trekje', zegt W. J. van den Heuvel, behalve directeur van de Direktbank organisator van het onlangs onder het motto 'Kredietbemiddeling, Gunst of Straf?' gehouden jaarcongres. 'Nederlanders hebben nog altijd het idee dat lenen niet goed is en dat je geld eerst moet sparen om het later te kunnen uitgeven. Wij zeggen: lenen is uitgesteld sparen.'

Anomiem

De kredietmarkt is volop in beweging. Steeds meer Nederlanders lenen geld voor de vervulling van een hartewens, een nieuwe auto of een verre vakantie, zelfs wanneer zij voldoende spaargeld achter de hand hebben. De verhevigde reclame-inspanningen en het scherpe tariefbeleid van een aantal financieringsmaatschappijen hebben hiertoe zeker bijdragen. Daarnaast zijn geheel nieuwe markten ontsloten: sommige maatschappijen verstrekken al geruime tijd speciale leningen voor woningverbetering en caravan of richten zich via Latere Leeftijd-leningen op de nog immer groeiende seniorenmarkt. Een deel van de leningen wordt rechtstreeks bij de kredietverschaffers zelf afgesloten. De helft van de jaarlijks af te sluiten transacties (zo'n vier miljard gulden) komt tot stand via tussenpersonen. De kredietverschaffers zijn meestal dochterondernemingen van de grote particuliere banken. Zo heeft de ABN samen met het postorderbedrijf Wehkamp de voorschotbank CMV Bank uit Venlo overgenomen. De Direktbank is een dochter van Credit Lyonnais die ook belangen heeft in de Avista Bank. De maatschappijen Nationale Volks Bank (NVB) en Welvaert Financieringen zijn dochters van de NMB-Postbank Groep. Banque Parisbas heeft als voorschotbanken onder meer Alcredis Bank, Renault Credit en Fiat Credit en de Amro is eigenaar van de Rijnlandse Discontobank, Finata Bank en de disconteringsmaatschappij Mundus. Maar ook verzekeringsmaatschappijen als Levob en de Nationale-Nederlanden zijn op dit terrein actief, evenals Volkswagen-importeur Pon Holdings BV die eigenaar is van de bank Defam.

In de jaren zestig hadden de financieringsmaatschappijen nog een marktaandeel van zeventig procent, maar in 1988 was dat al tot 48 procent teruggelopen. De algemene banken hebben op dit moment nog maar veertig procent van de markt in handen, op grote afstand gevolgd door de spaarbanken en de gemeentelijke kredietbanken (elk met zes procent). Van den Heuvel: 'Er wordt in ons land veel meer via kredietbemiddelaars geleend dan in andere Europese landen. Nederlanders stellen nu eenmaal prijs op anonimiteit; zij lenen niet graag bij de bank waar ze ook al een spaarrekening hebben lopen.'

Bemiddelaars

De kredietbemiddelaar moet de consument het kredietwinkelen uit handen nemen door hem deskundig te adviseren en hem niet te veel te laten betalen. Daarbij dient hij zich zo onafhankelijk mogelijk op te stellen. Maar volgens Konsumenten Kontakt komt daar in de praktijk weinig van terecht. Vaak proberen de bemiddelaars de lening onder te brengen bij een eigen voorschotbank of fungeert men als een verlengstuk van een grotere kredietverschaffer (het zogenaamde 'fronten'). Bovendien is de keuze aan bemiddelaars minder groot dan het lijkt. Achter kredietbedrijven als Frisia, Crefinass, Brofinca, Amstelkrediet en de Telefonische Kredietservice (TKS) gaat de oud-belastingadviseur Dirk Scheringa schuil. Een tweede groep bemiddelingsbedrijven, waaronder Topkrediet, de Nationale Geld Service en Elda Financieringen, is in handen van de heren Wolthers en In der Hees, terwijl ondernemingen als Algero, Finam en Sentax worden geleid door de familie Van Geet. Wel zijn er talrijke kleinere tussenpersonen die via advertenties in de dagbladen leningen aanbieden. Ook opereren er louche bureaus op de markt.

De kredietbemiddelaars timmeren in dag- en weekbladen flink aan de weg. Volgens schattingen van Konsumenten Kontakt adverteren de Scheringa-bedrijven alleen al voor 200.000 gulden per week (ruim tien miljoen gulden per jaar) in de omroepbladen. Om die wervingskosten terug te verdienen heeft de tussenpersoon belang bij een zo hoog mogelijke omzetprovisie. Bemiddelaars die leningen onderbrengen bij kredietverschaffers die zijn aangesloten bij de Vereniging van Financieringsondernemingen in Nederland (VFN), en dat zijn over het algemeen de wat grotere banken, ontvangen volgens afspraak 1,05 promille van de kredietsom, vermenigvuldigd met de looptijd van de leningen. Niet VNF-leden (o.a. Citibank, de Ribank, OV Bank en Defam Financieringen) bieden meestal een veel hogere premie. Ook kan de provisieregeling van de VFN worden omzeild via het zogenaamde 'fronten' waarbij de rechten van een kredietovereenkomst direct na het afsluiten van de lening worden overgedragen aan een financieringsmaatschappij. Van onafhankelijk bemiddelen is in dit geval dus geen sprake meer. Met name de Scheringa-groep maakt dankbaar gebruik van deze constructie: veel van de leningen worden ondergebracht bij ABN-dochter IDM Bank die zelf wel bij de VFN is aangesloten. In feite beschikken de Scheringa-bedrijven over een bepaald werkkapitaal waardoor drie verschillende IDM-leningen aan de consument kunnen worden aangeboden. De forse omzetstijging van de IDM-bank zou volgens Konsumenten Kontakt ten koste zijn gegaan van VFN-leden die zich wel aan de officiele provisiestructuur houden.

De consument heeft dus geen enkele garantie dat hij de voordeligste lening krijgt aangeboden: voor zover de bemiddelaar niet verplicht is de lening bij een bepaalde bank onder te brengen, zal hij zich grotendeels door de premie laten leiden. Tien jaar geleden kwam het zelfs voor dat klanten die via een bemiddelaar een lening bij een bank hadden afgesloten daar door diezelfde tussenpersoon weer werden weggelokt om bij een andere financieringsmaatschappij te worden ondergebracht. Voor iedere nieuwe lening krijgt de bemiddelaar een premie. Ook nu nog proberen tussenpersonen hun inkomsten aan te vullen door bij voorbeeld de looptijd van de lening te verlengen, vaak zonder de klant daarover in te lichten. Soms wordt een aparte verzekering aan de lening gekoppeld. Bij ziekte langer dan dertig dagen of bij arbeidsongeschiktheid wordt de afbetaling van het krediet door de verzekerde overgenomen. De premie is hoog: twintig tot dertig gulden per maand. De tussenpersoon verdient er daarentegen flink aan. De provisie op verzekeringen bedraagt twintig procent van de premie of zelfs meer.

Keurmerk

De klachtenlijst kan nog wel worden uitgebreid. Uitkeringsgerechtigden worden veelal doorverwezen naar de gemeentelijke kredietbank. Buitenlanders betalen soms een hogere rente dan Nederlanders. De voorlichting over de rente is ook verre van optimaal. De percentages liggen meestal veel hoger dan in de advertenties wordt voorgespiegeld. 'De kredietbemiddelingsbranche zal schoon schip moeten maken', waarschuwde directeur L. Donia van Konsumenten Kontakt eerder dit jaar.

De eerste stappen tot verbetering zijn inmiddels gezet. Eind april is besloten tot een erecode voor leden van de Nederlandse Vereniging van Financieringsadviseurs (NVF), de overkoepelende organisatie van de financieringsbemiddelaars. Er zal een College van Toezicht worden ingesteld, evenals een klachten- en geschillencommissie. Daarnaast komt er een keurmerk dat de onafhankelijkheid van de tussenpersonen moet waarborgen. Koppelverkoop van leningen en verzekeringen is uit den boze, evenals discriminatie.

Met deze maatregelen loopt de NVF vooruit op de komende Wet op het Consumentenkrediet (WCK) waarin de rechtspositie van de consument beter is geregeld. De branche is er niet echt blij mee. Al bij de behandeling van de wet in 1988 hebben de bemiddelaars aangedrongen op zelfregulering. In navolging van de verzekeringswereld had men via vakbekwaamheidseisen malafide bemiddelaars van de markt willen weren, maar Economische Zaken is niet op het voorstel ingegaan.

Maar er is nog meer op komst. Dit najaar zal het kabinet besluiten of een vast provisiestelsel moet komen voor alle bemiddelaars. In dat geval maakt het niet meer uit waar de tussenpersoon de leningen onderbrengt, aangezien zijn inkomsten in alle gevallen gelijk zullen zijn. De NVF is voorstander van een dergelijke regeling, maar vindt wel dat rekening moet worden gehouden met de hoge kosten die de bemiddelaars maken. Die zullen op zijn minst in het vast te stellen tarief moeten worden verrekend. Met Konsumenten Kontakt vindt de vereniging dat het zogenaamde fronten moet worden uitgebannen, ten minste zolang bemiddelaars leningen kunnen blijven onderbrengen bij een eigen voorschotbank. Zelfs de Scheringa Groep wil daaraan meewerken. Dat in de discussie de banken buiten schot zijn gebleven vindt directeur D. Scheringa niet terecht. Zo zou het beleid ten aanzien van uitkeringsgerechtigden grotendeels door de banken zijn gesanctioneerd. Konsumenten Kontakt is tegen categorale uitsluitingen voor uitkeringsgerechtigden maar de kredietverschaffers zien weinig heil in individuele toetsing van mogelijke probleemgevallen. De banken willen met plezier aan iedereen geld lenen maar er moeten wel garanties komen dat de lening kan worden afgelost.

Concurrentie

Direktbank-directeur Van den Heuvel hoopt dat kredietverschaffers en -bemiddelaars het zo snel mogelijk eens worden over de aanpak voor de komende jaren. Met het keurmerk mag zeker niet te lang gewacht worden. De onderlinge concurrentie zal alleen maar toenemen. De relatief hoge rentestand, de stagnatie van de afzet van premie A-woningen en het terugdringen van het autogebruik zullen de groei van het consumptief krediet wel eens kunnen beperken. Er zal harder gevochten moeten worden om hetzelfde marktaandeel. Daarnaast bieden ook steeds meer assurantiebemiddelaars financieringsprodukten aan. Hoe serieus de verzekeraars de financieringsmarkt nemen, blijkt wel uit het recente conflict tussen de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Assurantien en Assurantie-adviseurs (NVA) en NVA-leden die een bankagentschap hebben. NVA-leden opereren onafhankelijk van verzekeringsmaatschappijen en de vereniging vindt dat wat voor verzekeringen geldt, ook zou moeten gelden voor bankdiensten. Om de onafhankelijkheid van de leden te kunnen garanderen, zouden de banden met de banken verbroken moeten worden en zou er voor bankprodukten een aparte provisieregeling moeten komen. Van den Heuvel stemt daarmee in: 'We kunnen de concurrentie beter aan als we onze zaken goed geregeld hebben.'