'De overheid moet de burger direct de rekeningpresenteren'

DEN HAAG, 18 juli De landelijke politiek is het vermogen om Nederland te besturen goeddeels kwijtgeraakt. Dat stelt mr. drs. L. C. Brinkman, fractievoorzitter van het CDA, in een vandaag gepubliceerd artikel in het maandblad Christen-Democratische Verkenningen. Volgens Brinkman is er een 'incrowd-gebeuren aan het Binnenhof' gegroeid. Hij maakt zich zorgen over het 'topzware' politiek-bureaucratische complex waarin de burger volgens hem nog slechts 'een pot nat' ontwaart.

Als voormalig directeur-generaal op het ministerie van binnenlandse zaken, oud-minister van welzijn, volksgezondheid en cultuur en nu als CDA-fractievoorzitter, is Brinkman mede-verantwoordelijk voor de treurige staat van de politiek die hij beschrijft. Maar dat kan hem, in een toelichting op zijn artikel, niet veel schelen. Het partijblad wil de koers voor de komende jaren verkennen en de fractievoorzitter wil best vertellen dat hij Den Haag 'abstracter en abstracter en abstracter' vindt worden.

Zijn boodschap: de overheid moet terug naar de burger door hem veel directer de rekening te presenteren. Niet in Den Haag, maar in de gemeente, op de school of in het ziekenhuis moet de afweging worden gemaakt waar het geld het beste aan kan worden uitgegeven. Op de cruciale vraag of het wel democratisch is om ingrijpende beslissingen over te laten aan bijvoorbeeld een ziekenhuisbestuur, zegt Brinkman: de patient heeft tegenwoordig via allerlei fora veel invloed. 'De Haagse politiek kijkt hoe langer hoe minder naar het individu. We moeten veel meer terug naar de individuele beoordeling.

Het bezwaar daartegen is dat we dan te weinig rekening zouden houden met de privacy van mensen. Ik vind dat we moeten zeggen: luister, u doet een beroep op een bepaald recht, dan hebt u ook de plicht om duidelijk te maken waarom u meent dat recht te hebben. Het is niet juist om te blijven zeggen dat mensen anoniem mogen zijn. De gemeenschap moet zich meer op het individu richten en het individu moet dan met zijn billen bloot.'

U pleit voor een meer individuele benadering, terwijl de tendens juist is om regelingen algemener te maken, zodat ambtenaren en burgers weten waar ze aan toe zijn en de controleerbaarheid kan worden verbeterd.

'Het is kiezen uit een aantal kwaden. Of je zegt: we hebben een algemene regel, maar dan vind ik dat die regel met de daarbij horende normen duidelijker in de wet moet staan. De andere mogelijkheid is dat de politiek vooraf zegt hoeveel geld de staat overheeft voor bijvoorbeeld de woningbouw. Binnen dat budget moet de administratie dan maar zien wie er het meeste recht op heeft.'

Maar de politiek moet toch de normen aangeven? De burger mag toch niet afhankelijk worden van de bestuurder wiens geld op is?

'Akkoord. Maar dan moet die norm ook veel stelliger en concreter in de wet komen te staan. Dat vereist een veel scherpere politieke discussie over de rechten van de burger en de mogelijkheden van de overheid dan nu het geval is. 'Ik vind dat we de discussie beter via het budget kunnen laten lopen. We weten bijvoorbeeld hoeveel mensen er dagelijks met de auto van Hoorn naar Amsterdam rijden. Die hebben per definitie recht op de reiskostenaftrek. Dan zeg je gewoon: zoveel mensen hebben we geraamd en dat is het dan, meer geld geven we er niet aan uit. Nu moeten we elk jaar maar in het midden laten hoeveel het ons kost. Ik vind dat een heel onbevredigend systeem.'

Zal de rechter dan niet oordelen dat ook een nieuwkomer in Hoorn met werk in Amsterdam recht heeft op de reiskostenaftrek? Daar zal de politiek toch tegen aanlopen als u het budget tot norm verheft?

'Dezer dagen zei de rechter dat een ziekenhuis een medische ingreep moet bieden als de patient daar om vraagt, zonder zich daarbij te bekommeren over de vraag wat dat kost. Dat vind ik een ongelukkige verschuiving van eerst de wetgevende macht naar de uitvoerende en dan naar de rechterlijke macht. We moeten terug naar de wetgevende macht. Die moet bepalen welk budget er is en wat de normen zijn.' Durft de politiek het aan om te zeggen: sorry, u bent zestig jaar, u komt niet aan de beurt? 'Ik denk dat de politiek de budgettaire invalshoek zal nemen. Den Haag zal zeggen: wij hebben als gemeenschap zoveel over voor de gezondheidszorg. Dokter, u bent de medicus, u bepaalt de levenskansen van iemand en wat medisch noodzakelijk is.'

Maar dan geeft de politiek helemaal geen normen aan en is het alleen het geld dat bepaalt of iemand in december nog in aanmerking komt voor een dotterbehandeling?

'Nu komt de ziekenhuisbestuurder voor al zijn afwegingen apart naar Den Haag. De ene keer voor het salaris van de specialist, dan voor de werkdruk van de verpleger of dotterbehandeling. Ik vind dat de bestuurder die zaken zelf tegen elkaar moet afwegen. 'Hoeveel dotterbehandelingen kan ik doen gezien mijn budget, de vraag naar dit soort behandelingen, het aantal verplegenden en specialisten?' 'Iedere burger moet kunnen merken dat een paar extra verpleegkundigen extra geld kosten. Daarvoor moet de ziektekostenpremie in guldens en niet in procenten van het inkomen omhoog. Als je dat wegschuift in de procentuele premie krijgen de hoger gesalarieerden de rekening. Het vraagstuk van de medische consumptie breng je dan terug tot een vraagstuk van inkomenspolitiek, terwijl het een vraagstuk is waar iedereen mee te maken heeft.

'De politiek zal waarschijnlijk niet zeggen dat iemand op zijn negenenvijftigste nog wel en op zijn zestigste niet meer wordt behandeld. We zullen het vraagstuk terugleggen in de handen van de dokter en de patient zelf. Dat werkt in de praktijk vaak alleen via het budgettaire mechanisme.'

Maar er zullen dan toch burgers opstaan en zeggen: ik heb het recht op... ?

'Oke, maar dan moeten ze de rekening ook voor een deel zelf betalen. Ik zeg: vrienden, een aantal inhoudelijke normen kan politiek Den Haag niet stellen, omdat we veel te ver van het individuele geval afstaan. Patient, student, bijstandsmoeder: een inhoudelijke normstelling is ons niet gegeven, maar wij geven u wel een afgebakend budget, dan moet u als bestuurder van gemeente of instelling alle afwegingen zelf maken. Het totaal van afwegingen moet worden gedecentraliseerd.'

De burger moet dus actief worden in het bestuur van de school, het ziekenhuis, het wijkbestuur? Hij moet wel in twaalf fora gaan zitten om invloed te kunnen hebben, terwijl hij nu invloed heeft door zijn stem uit te brengen bij verkiezingen?

'Je moet mensen met hun neus op de feiten drukken, dat een huis, een weg, een dotterbehandeling geld kosten. Ons hele systeem is langzamerhand zo anoniem geworden dat we zeggen: ach, er is toch voor betaald. Het besef dat het geld kost, komt nadrukkelijker terug als de verantwoordelijkheid ligt bij de ouderraad, patientenraad of reizigersraad. We zijn in Nederland heel goed georganiseerd. Zo hebben we een vereniging van hemofiliepatienten, een van treinreizigers en ga zo maar door.'

Toch terug naar onze vraag: hoe krijg je als ouder invloed op het schoolbestuur, het ziekenhuisbestuur, het bestuur van de woningbouwvereniging? Hoe zit het daar met de democratische controle?

'Nu hebben we 150 plus 75 kamerleden die het controleren voor heel Nederland. Als we de besluitvorming decentraliseren hebben we er een veelvoud van. Nog altijd veel te weinig, maar toch een iets directere vorm van democratie dan nu. In zo'n schoolbestuur of ziekenhuisbestuur zitten mensen die kindertjes les willen geven of patienten willen genezen. Die hebben de beste bedoelingen.

'Mijn vrees is juist dat op dit moment alleen de geletterde burger invloed heeft in Den Haag. Er is een groeiende groep mensen die zegt: het zal wel. Dat is vaak de groep die op achterstand staat en waar wij ons juist mee bezig zouden moeten houden. Dat is pas een vraagstuk van legitimatie.

'De pretentie dat we via een aantal normen en regels Nederland in de touwen houden, blijkt niet waar te zijn. Neem bijvoorbeeld het milieu. We vaardigen landelijk mestnormen uit. Dat is aardig, maar hoe wordt dat in Beusichem ervaren. We kennen die weilandjes daar niet. Mensen in Beusichem zelf moeten dat bekijken binnen een zekere algemene normering.'

Als minister Braks van landbouw uit angst voor protesten van de landbouwlobby al niet durft te zeggen dat de veestapel moet inkrimpen, dan mag u toch niet verwachten dat de bestuurder in Beusichem dat wel tegen zijn buurman, de varkenshouder gaat zeggen?

'Ik kan niet het bewijs leveren dat het in de nieuwe situatie allemaal beter gaat. Maar nu is het ook vastgelopen en is iedereen ontevreden, zowel in Beusichem als in Den Haag. Ik zeg: zoek een methode waarmee je de mensen meer op hun eigen verantwoordelijkheid kunt aanspreken, omdat er ook meer sociale controle is. Want vergeet niet dat die bestuurder in Beusichem niet alleen te maken heeft met die varkenshouder, maar ook met de bevolking die schoon drinkwater wil en minder stank.

'U moet de invloed van de milieubeweging of de onderwijsgroepen of anti-hondengroepen niet onderschatten. Daarmee kun je plaatselijk veel invloed uitoefenen. De openheid die de laatste tientallen jaren is ontstaan, betekent dat de tegenbeweging de wind makkelijker in de zeilen krijgt.'

U wilt beslissingen terugbrengen naar het micro-niveau. U passeert dus het maatschappelijk middenveld van bijvoorbeeld de onderwijskoepels of de Nationale Ziekenhuisraad?

'Voor mij is het middenveld niet de koepel maar de individuele school of het individuele ziekenhuis. De koepelstructuur is het minst gedemocratiseerde deel van Nederland. Het is minder intern gecontroleerd dan de overheidsdemocratie. Die hele machinerie, die gigantische apparaten... Dat is een fenomeen dat we moeten zien te verminderen. Dat raakt niet aan het hart van het CDA. Dat was het lagere niveau. Dat moet meer ruimte krijgen. Die koepels hebben zich er veel te veel tussen gewurmd.'

U pleit nu voor decentralisatie, maar het was juist het CDA dat zich vorige week heftig verzette tegen een experiment met vrije winkelsluitingstijden in een beperkt aantal gemeenten.

'Het convenant van minister Andriessen met consumenten, winkelbedrijven en dienstenbond om de winkel 's avonds een half uur langer open te houden is juist een voorbeeld hoe het zou moeten. Den Haag moet daar dan niet doorheen gaan fietsen met experimenten. Daarmee wil ik niet zeggen dat hier en daar in eigen kring niet nog nagedacht zal moeten worden over mijn quasi-wetenschappelijke beschouwing. Ik heb in mijn artikel afstand willen houden van het actuele gebeuren.

'Laat ik onderwijs als voorbeeld nemen. Ik weet zeker dat als wij meer autonomie voor de school bepleiten, er ook bij ons mensen zijn die zullen zeggen: weten we dat wel zeker? Straks zit er een minister van onze kleur en dan wordt de wereld veel mooier dan hij nu is. Dat soort gelegenheidsredeneringen probeer ik op afstand te houden.' Na de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen klonk de roep om een gekozen burgemeester of minister-president. Het zou een goed middel zijn om de burger weer meer bij de politiek te betrekken. U praat daar niet over. 'Ik heb het gevoel dat in de discussie over bestuurlijke vernieuwing te veel wordt gedacht dat je er met een gekozen burgemeester of minister-president wel bent. Je hebt dan een poppetje dat op een andere manier gelegitimeerd is, maar volgens mij helpt dat niet zoveel. Je moet het democratisch systeem weer meer van onderaf opbouwen.'

U wilt de burger er meer bij betrekken, maar zal hij niet achter de buis blijven zitten? Zal hij niet ook de plaatselijke politiek of het bestuur van een school negeren?

'Ik geloof dat Nederlanders zeer geinteresseerd zijn in dingen die hen raken. Mensen komen wel degelijk achter de buis vandaan als het om concrete dingen gaat. Probeer daar bij aan te sluiten. Je hoeft over democratie niet zo'n verheven idee te hebben, als het maar antwoord geeft op praktische zaken.'