AFSCHEID VAN IVOORKUST

Buitenlanders wachten economische nachtmerrie niet af De Franse dames en hun winstmakende heren pakken de koffers. Het mirakel van Ivoorkust is voorbij: na meer dan 25 jaar economische bloei staat het verval voor de deur. 'Verwacht u werkelijk dat we hier blijven nu het slecht gaat?' 'Vooral luiers geimporteerd uit Europa doen het geweldig goed', vertelt de blanke dame in Abidjan. Haar winkeltje ligt vol met Eurpese spullen: drop, appelmoes, shampoo, ketjap en hagelslag. 'Iedereen komt hier kopen, niet alleen de blanken, ook Afrikanen hoor, zij zijn dol op geimporteerde goederen.' Maar sinds een half jaar is het ook haar niet ontgaan dat de zaken in Ivoorkust achteruit gaan. De buitenlanders verlaten het land en de Ivorianen zelf hebben minder geld te besteden.

Franse dames babbelen bij de kapper over de jongste ontwikkelingen. 'Ik ga terug naar huis', schreeuwt een van hen van onder de zoemende droogkap. 'De economische situatie is catastrofaal, ik vertrek volgende week naar Parijs. De weg naar nieuwe economische bloei zal te moeilijk blijken voor Ivoorkust.' De lange files in het spitsuur van Abidjan zijn verdwenen. De honderden Franse vrouwen die hun kinderen van school plachten te halen, zijn teruggekeerd naar Frankrijk. In een poging de sociale en politieke spanningen te bedwingen, heeft de regering alle scholen gesloten, ook die voor kleuters. De autoriteiten zijn bang voor nieuwe uitbarstingen van studenten en scholieren.

Ivoorkust is altijd de lieveling geweest in West-Afrika van het Westen en het Internationale Monetaire Fonds. Een geheel geliberaliseerde economie waarvan de deuren wagenwijd openstaan voor buitenlandse investeerders, heeft gedurende 25 jaar gezorgd voor uiterst hoge groeicijfers. Tropische regenwouden werden in supersnel tempo weggehakt voor houtwinning en om plaats te maken voor koffie- en cacaoplantages. De regering investeerde in de aanleg van grote plantages en de kleine boeren ontvingen gegarandeerde, hoge prijzen voor hun exportgewassen.

Zeventig procent van zijn inkomsten aan harde valuta haalt Ivoorkust uit de export van koffie, cacao en hout. Een op de twee Ivorianen is in belangrijke mate afhankelijk van koffiecultuur. Dankzij een voorspoedige export kon de economie tussen 1960 en 1970 groeien met gemiddeld elf procent per jaar, en zelfs na de oliecrisis in de jaren zeventig nog met zes procent. Zolang koffie en cacao op de internationale markten goede prijzen opbrachten, glinsterde in Afrika 'le miracle Ivorien'. 'Het Ivoriaanse wonder kon ontstaan omdat het land een geheel open economie kent', legt een belangrijke zakenman uit. 'Iedereen kan hier investeren en zijn winsten weer weghalen. Vanuit Frankrijk en geheel West-Afrika stroomden de handelaren toe en iedereen kreeg probleemloos zijn werkvergunning. Buitenlanders mogen zelfs werk verrichten dat Ivorianen kunnen doen. Niemand maakte er bezwaar tegen dat de Fransen zo'n dominerende rol spelen in de economie en de politiek. Er leeft hier geen sterk nationalisme, zoals bij voorbeeld in Nigeria. De rijkdom van Ivoorkust is gecreeerd door buitenlanders.' Maar sinds de exportprijzen van koffie en cacao zijn gekelderd, is de glans van het Ivoriaanse mirakel verdwenen. 'We zijn bang voor de toekomst want de buitenlanders lopen weg', zegt Mamadou, een arbeider in de hoofdstad. De Fransen investeringen in Ivoorkust zijn naar schatting al met een kwart teruggelopen. 'Je kunt hier niet langer even snel geld verdienen', merkt een Fransman op. Het is drie uur 's middags en hij schenkt een glas champagne in. 'We investeren liever in Oost-Europa', vervolgt hij. 'Verwacht u werkelijk dat we hier blijven nu het slecht gaat? Zou u dat doen? Inderdaad, velen van ons zijn hier rijk geworden, maar we kwamen hier nooit om te blijven.' Begin jaren tachtig bracht een kilo cacaobonen op de wereldmarkt 2.000 CFA op, 14 gulden. Nu is dat nog slechts 400 CFA, 2,70 gulden. De koffie-export leverde in 1985 1,5 miljard dollar op, drie jaar later was dat nog slechts de helft, 776 miljoen dollar. President Felix Houphouet-Boigny wijt de crisis aan een complot van internationale speculanten en multinationals om de grondstofprijzen naar beneden te drukken. Zelf speculeerde de president halverwege de jaren tachtig met 's lands cacao-oogst toen hij weigerde deze te verkopen. Hij slaagde er zo in de internationale prijzen weer op te drijven.

Ambtenaren

Vorig jaar probeerde hij dit opnieuw. Dit keer gokte hij fout. Het cacao-overschot op de wereldmarkt blijkt te groot, in de komende jaren zullen volgens experts de prijzen nauwelijks stijgen. Een cacaohandelaar: 'Wanneer de president eerder had verkocht, dan had hij mogelijk veertig procent meer gekregen voor de Ivoriaanse cacao-oogst. Bovendien weten de opkopers in Londen dat hij slechts beperkt kan manoeuvreren, want cacaobonen kunnen niet lang worden opgeslagen.' Na de daling van de cacaoprijzen sloeg begin dit jaar de crisis keihard toe. Door de sterk gereduceerde inkomsten kost het de regering de grootste moeite om de commarissen van ambtenaren te betalen. Een aanzienlijk deel van de begroting wordt opgeslokt door de ambtenarensalarissen. Frankrijk moest vorige maand zelfs bijspringen. De banken in Ivoorkust komen in liquiditeitsproblemen. Te lang bleef de regering geld lenen om de boeren hun gegarandeerde - hoge - prijs voor koffie en cacao te betalen. Pas in oktober vorig jaar gaf de president toe aan de harde internationale economische realiteit en halveerde hij de garantieprijzen.

De buitenlandse schuldenlast van Ivoorkust is inmiddels opgelopen tot 14,5 miljard dollar. In theorie zou het land nu honderd procent van zijn exportinkomsten dienen te besteden aan de aflossing van de schulden. Als Ivoorkust niet kon rekenen op speciale sympathie van Frankrijk, het IMF en de Wereldbank, dan zou het nu behoren tot de categorie 'hopeloze landen', zoals Soedan, Zambia en Liberia.

Sinds begin dit jaar gaat de bevolking in protest de straat op, iets wat nog niet eerder was voorgekomen in Ivoorkust. Het is alsof het land verwikkeld is geraakt in een revolutie. Scholieren, studenten, arbeiders, ja zelfs delen van de politie, het leger en de douane staakten. Zij eisen loonsverhogingen, aanpak van de corruptie en een einde aan de absolute hegemonie van de regerende Partie Democratique de la Cote d'Ivoire.

Onder druk van Westerse donoren en het IMF kondigde de regering eerder dit jaar een bezuinigingsbeleid af. 'Het plan mislukte, want het werd de natie opgelegd', commentarieert een Ivoriaanse zakenman. 'Houphouet-Boigny heeft dit land sinds de onafhankelijkheid geregeerd zoals een vader zijn zoon opvoedt. Hij was de alleenheerser en zo nu en dan zocht hij consensus onder de bevolking. Dit paternalisme werkte zolang iedereen genoeg in zijn zak kreeg. De IMF-bezuinigingen doorbraken het oude bestuursmodel. Daarom kwam de bevolking in verzet.' Na een golf van protesten moest de regering het bezuinigingsprogramma intrekken en kwam ze in mei met een nieuw plan. De bankier Alassane Quattera, bijgestaan door Franse experts, heeft de opdracht gekregen het overheidsapparaat te saneren. Het douane- en belastingssysteem wordt hervormd. Enkele Ivoriaanse ambassades zullen sluiten en de regering doet bedrijven en duizenden auto's van de hand. Met deze maatregelen hoopt Quattera voldoende geld te kunnen uitsparen om aan verlaging van lonen te ontkomen.

Geloofwaardigheid 'Ik heb geen enkel vertrouwen in het plan-Quattera', reageert een Nederlandse zakenman in Abidjan. 'Inderdaad, weinigen betalen hun elektriciteits- en waterrekeningen en vrijwel iedereen ontduikt de belastingen. Slechts achttien procent van de verschuldigde directe- en indirecte belastingen komt ook werkelijk binnen. Dat komt niet doordat de bevolking niet wil betalen, maar vooral doordat de ambtenaren corrupt zijn. Quattera is een typische bankier, hij cijfert en komt dan met een oplossing. Maar zo werkt het niet in Afrika. Ivoorkust heeft een shocktherapie nodig, de buikriem moet worden aangehaald. De regering reageert nu veel te slap omdat ze tussen twee vuren in zit: het IMF en de bevolking. Het regime verliest zo bij alle partijen zijn geloofwaardigheid.' De regering zou veel geld kunnen verdienen door de douanecontrole te verbeteren. Een groot deel van het voedsel en andere consumptiegoederen komt uit het buitenland. De 300.000 Libanese handelaren bij voorbeeld ontduiken volgens boze tongen regelmatig de belastingen en ze betalen geen invoerrechten. Corruptie vreet op die wijze een groot gat in inkomsten van de overheid. Een Nederlandse zakenman met twintig jaar ervaring in West-Afrika vertelt: 'In 1980 betaalde ik een kleine 6.000 gulden per jaar aan kleine cadeautjes, biertjes en benzinebonnen, om mijn goederen ingeklaard te krijgen. Dat is opgelopen tot drie ton per jaar.' Het geld verkregen door middel van de 'kleine corruptie' door lagere ambtenaren blijft circuleren in de Ivoriaanse economie. Corruptie op het allerhoogste niveau treft 's lands economie veel zwaarder. De Centrale Bank schat dat ieder jaar 130 miljard CFA (bijna 900 miljoen gulden) illegaal verdwijnt naar het buitenland. Begin jaren tachtig schokte president Houphouet-Boigny de natie door zijn openheid. Hij verklaarde over voldoende verstand te beschikken van financiele zaken om zijn geld niet te beleggen in Ivoorkust maar in Zwitserland.

De president, toch al welgesteld door zijn afkomst uit een rijke familie van landeigenaren, heeft tijdens zijn 30-jarige ambtsperiode een fortuin verzameld van onbekende omvang. In Abidjan en in zijn geboortedorp Yamoussoukro liet hij twee gigantische kathedralen bouwen. De 'Onze Vrouw van de Vrede' in Yamoussoukro kostte meer dan 120 miljoen dollar. Het betreft een replica van de Sint Pieter in Rome die de paus in september komt inhuldigen. Houphouet-Boigny heeft altijd volgehouden dat hij deze kerk uit zijn eigen zak bekostigde. 'Dat geloven we ook wel', zegt een Ivoriaan, 'de vraag is alleen hoe het geld in zijn zak terecht kwam.' Ivoorkust werkt vervreemdend op een Afrika-reiziger. De skyline van Abidjan is te vergelijken met die van Manhatten. Dorpen op het platteland zijn aangesloten op het elektriciteitsnet, de huizen van arbeiders en middenstanders lijken op die in Nederland en de staat verstrekt leningen om het eigen huizenbezit te bevorderen. In tegenstelling tot veel andere Afrikaanse staten ontbreekt het aan gaten in de wegen. Bovendien geven allerlei prestige-projecten het land een schijn van welvaart. Wie bij voorbeeld in tropisch Afrika wil schaatsen, vindt op het continent alleen een ijsbaan in Abidjan. De hoofdstad kent enkele sloppenwijken, maar, volgens een in Abidjan circulerend pamflet van de oppositie, eveneens 467 miljonairs. Is Ivoorkust een rijk land?

Schoonpeuteren

De lonen liggen relatief hoog, een arbeider verdient tussen de 80.000 en 100.000 CFA (666 gulden) per maand. De kosten van levensonderhoud zijn in Abidjan al snel twee keer zo hoog als in Nederland. Voor zijn flatje in de arbeiderswijk Treichville moet een inwoner 50.000 CFA per maand neerleggen. Het levensonderhoud steeg de laatste tien jaar door inflatie met vijftig procent, maar de lonen bleven in die periode gelijk. De winkels van Abidjan liggen boordevol met goederen, maar steeds minder Ivorianen kunnen ze kopen.

De positie van de 2,5 miljoen Westafrikaanse gastarbeiders komt als eerste in gevaar door de economische neergang. Hun banen blijken plotseling aantrekkelijk voor de Ivorianen en zij moeten daarom werk zoeken in de informele sector. Een jonge Ghanees zit op de stoep op het Plateau, het luxe zakencentrum van de hoofdstad. Zijn arbeid bestaat uit het schoonpeuteren van de nagels van voorbijgangers. Zijn 25-jarige vriend Kyen-Kyene trok enkele jaren geleden vanuit Ghana naar Abidjan. 'Jarenlang repareerde ik radio's en verdiende daarmee 50.000 CFA per maand. Nu slenter ik langs de straat en vang met los werk maximaal 800 CFA per dag. Als ik vandaag ernstig ziek word, ben ik er morgen geweest. Al maanden heb ik geen geld naar Ghana gezonden', klaagt hij.

Op het platteland kunnen de bewoners zich gemakkelijker bedruipen omdat ze hun eigen voedsel kunnen verbouwen. Maar de boeren leveren steeds minder een bijdrage aan economische groei. Met de huidige lage koffieprijs bij voorbeeld loont het nauwelijks meer om dit gewas te verbouwen.

De sociale sector is altijd opvallend achtergebleven bij de aanvankelijke spectaculaire economische groei. De regering streefde naar maximale economische vooruitgang en de sociale sector paste niet in die doelstelling. Onderwijs en gezondheidszorg zijn, zelfs in vergelijking met de veel armere buurlanden, matig. 'Officieel kost onderwijs niets', zegt een inwoner van Man in West-Ivoorkust, 'maar we moeten geld betalen voor de leerboeken. En natuurlijk smeergeld voor het schoolhoofd, anders wordt je kind niet eens toegelaten'. Oppositieleider Laurent Gbagbo van het Ivoriaanse Volksfront (FPI) legt de vinger op de zere plek als hij wijst op de onderontwikkelde sociale sector. Bovendien kritiseert hij de ongelijke verdeling van de rijkdom, hoewel in Ivoorkust zeker niet zulke extreme armoede voorkomt als in talrijke andere Afrikaanse staten. De oppositiepartijen zullen bij de komende verkiezingen - de eerste onder een meerpartijensysteem - ijveren voor een einde aan het monopolie van de zakelijke en politieke elite rond de president. Alleen dan zijn ingrijpende economische hervormingen mogelijk, redeneren zij. 'Er bestond hier geen enkele planning, alles was spontaan, de markt was de enige leidraad', zegt een zakenman wanneer de toekomst van Ivoorkust ter sprake komt. 'Ivoorkust probeerde zijn fundamentele problemen te ontkennen. De crisis begon immers al in de beginjaren tachtig toen de prijzen voor onze exportprodukten voor het eerst gingen dalen.'

Appels en pruimen

Tijdens de vette jaren is te veel geld besteed aan consumptie en is te weinig geinvesteerd in de opbouw van een lokale industrie. Slechts tien procent van de industrie is het gevolg van investering door Ivorianen. 'Je kunt haast stellen dat er vrijwel geen lokale industrie bestaat', vertelt het hoofd van een groot automobielbedrijf. 'Het land doet heel weinig aan het beschermen van zijn binnenlandse industrie. Het ondernemingsklimaat wordt absoluut niet bevorderd. Ik denk dat dit, samen met de daling van de koffie- en cacaoprijzen, de voornaamste oorzaak is van de economische problemen op dit moment'. Het eens om zijn stabiliteit geroemde Ivoorkust wacht nog turbulentere tijden. De - officieel - 85-jarige Houphouet-Boigny nadert het einde van zijn loopbaan. Zijn opvolging kan tot ruzies leiden in de regeringspartij. Het recent geintroduceerde meerpartijenstelsel zal de politieke spanningen verder opvoeren en, los van het gegeven dat niemand weet hoe de economische crisis op korte termijn kan worden bedwongen, de Ivorianen zullen loonsverhogingen blijven eisen.