Wetenschap beslaat maar 3,6% van de zendtijd optelevisie.

Met het populariseren van wetenschap via de televisie is het droevig gesteld, zo blijkt eens temeer uit onderzoek van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN). Gemiddeld besteden de omroepen maar 3,6 procent van hun zendtijd aan nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en techniek. Het NOS-journaal besteedt nog niet een procent van haar zendtijd aan wetenschapsnieuws zo'n zeven minuten in vier weken tijd.

In twee proefperioden van telkens vier weken lang, in januari en in maart van dit jaar, zaten medewerkers van de KUN trouw voor de buis om het aantal zendminuten aandacht voor wetenschap en techniek te turven. Gemiddeld werd 24 uur per vier weken aan wetenschap besteed, waarvan de NOS er tien voor haar rekening nam. Daarin werd ongeveer de helft van de tijd opgeslokt door historisch-culturele onderwerpen, zoals de serie 'De Bezetting', van dr. L. de Jong, 'De weg naar Xanadu' en enkele antropologische documentaires over volkeren rond de Stille Oceaan. Op de tweede plaats volgden de natuurwetenschappen, met ongeveer een kwart van de zendtijd. Beta-onderwerpen zoals biotechnologie, micro-electronica en milieu-onderzoek kwamen daarin weinig aan bod. De nadruk lag op natuurfilms en verwante programma's met aandacht voor veldbiologie, zoals Ja Natuurlijk (NCRV) en Vogels Kijken (NOS). Medische onderwerpen in Engeland goed voor een kwart van het wetenschapsnieuws, kregen in ons land 14 procent van de zendtijd, vooral in de vorm van praatprogramma's zoals Vinger aan de Pols, Slikwijzer en Service Salon (AVRO) en Rondom Tien (NCRV). Interessant is de vergelijking tussen de omroepen. Na de NOS die uiteraard de meeste zendtijd heeft en daarvan 516 minuten aan wetenschap besteedde, scoorde de NCRV het hoogst met 220 minuten wetenschap en techniek, vooral natuurprogramma's. Daarna volgden AVRO (160 zendminuten, vooral medisch) en EO (116 minuten, waarvan diverse natuurfilms). Volgens de onderzoekers heeft de KRO als enige van de omroepen een eigen wetenschapsredacteur, maar zijn programma's, zoals 'Zeker Weten' en 'Daar vraag je me wat' werden in de proefperiode niet uitgezonden. De KRO besteedde in vier weken gemiddeld 154 minuten aan wetenschapsjournalistiek. De VPRO kwam op 65 minuten, vooral dankzij een informatief jeugdprogramma op zondagochtend. TROS, VARA en vooral Veronica hebben relatief weinig belangstelling voor wetenschap in verhouding tot de hen toegemeten zendtijd (resp. 86, 55 en 21 minuten per periode van vier weken). Daarbij dient te worden aangetekend, dat programma's zoals KIJK TV (TROS) en TV-dokter (eveneens TROS), die nieuwe ontwikkelingen in beeld brengen zonder naar het bijbehorende wetenschappelijke onderzoek te verwijzen, buiten de door de Nijmeegse onderzoekers gehanteerde definities vielen.

Van de medische, milieukundige en technische onderwerpen duurt 80 procent korter dan tien minuten, bij de programma-onderdelen die lager dan een half uur duren blijkt het vooral om historische series te gaan. Vergelijking met een eerder onderzoek uit 1984, waarin alleen medische, technische en natuurwetenschappelijke onderwerpen op de televisie werden geturfd, wijst op een lichte daling van de belangstelling voor deze onderwerpen: van 2,8 procent van de zendtijd in 1984 naar 1,8 procent nu. (KUN, J. Willems)